Schommelingen in gemeten en geschatte nierfunctie vergelijkbaar

Door Gerard Kok 

De gouden standaard voor het bepalen van de nierfunctie is het meten van de GFR (Glomerular Filtration Rate, 'nierfiltratiesnelheid'). Het direct bepalen van de GFR kost echter relatief veel tijd (denk aan een dag), dus zijn er een aantal formules uitgewerkt, die een schatting van de GFR geven, op basis van één of enkele metingen die veel minder tijd kosten. Deze waarde wordt aangeduid met 'eGFR' (estimated GFR, geschatte nierfiltratiesnelheid). Regelmatig worden er onderzoeken uitgevoerd om te verifiëren dat deze formules de directe GFR voldoende goed benaderen.

De meest gebruikte formules zijn de MDRD-formule (Modification of Diet in Renal Disease, op basis van de creatininespiegel in het bloed), en de nieuwere CKD-EPI formule (Chronic Kidney Disease Epidemiology Collaboration, op basis van creatinine, cystatine C, of een combinatie). Naast creatinine of cystatine C maken de formules ook gebruik van eenvoudig meetbare zaken als leeftijd en geslacht.

Recent Engels onderzoek valt ook in deze groep van onderzoeken. Dit onderzoek richt zich op biologische variatie van de directe en geschatte GFR in patiënten. 'Biologische variatie' betekent dat de GFR in normale gevallen van een patiënt van dag tot dag wat kan verschillen, en dat een klein verschil tussen twee GFR metingen niks hoeft te betekenen. Pas als het verschil tussen twee metingen te groot wordt, kan er geconcludeerd worden dat er echt iets veranderd is, en kan tot een behandeling worden besloten.

Een reden om de formules niet te gebruiken zou kunnen zijn dat de formules belangrijke verschillen tussen twee metingen maskeren, zodat er wordt geconcludeerd dat die twee metingen binnen de biologische variatie vallen, en er dus niet hoeft te worden gehandeld. Je wilt dus graag dat als twee metingen van de eGFR binnen de biologische variatie vallen, twee metingen van de GFR dat ook zouden hebben gedaan.

Het Engelse onderzoek laat zien dat dat inderdaad het geval is. Van 20 chronische nierpatiënten werd vier weken lang de GFR direct gemeten, en geschat via MDRD en CKD-EPI (op basis van creatinine, cystatine C, en de combinatie van beide). Uit de aldus verkregen gegevens bleek dat alle eGFR waardes minstens zo betrouwbaar waren als de GFR metingen. Het monitoren van de eGFR bij chronische nierpatiënten werkt dus net zo goed als het monitoren van de GFR.

De conclusie betekent zeker niet het einde voor het direct meten van de GFR, er zijn momenten dat het belangrijk is om tamelijk precies de nierfiltratiesnelheid te bepalen. Daarnaast merken de onderzoekers zelf op dat er nog wel iets aan het onderzoek schort: de patiëntpopulatie is klein, en niet heel gemêleerd. Maar voor het gedurende langere tijd monitoren van de nierfunctie van chronische nierpatiënten voldoet eGFR dus net zo goed als GFR.

Gepubliceerd: maandag 05-08-2019
Bron: Kidney International | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier