NierpatiŽnten ondervertegenwoordigd in hartonderzoek

Door Merel Dercksen 

Nier- en hartklachten komen vaak samen voor en kunnen elkaar ook beïnvloeden. Toch worden mensen met nierproblemen vaak uitgesloten als deelnemer aan onderzoeken naar hart- en vaatziekten. Sterker, er lijkt geen toename te zijn ondanks dat de interactie steeds bekender is geworden. Een gemiste kans, vinden Amerikaanse onderzoekers, omdat de resultaten nu niet representatief zijn voor veel echte patiënten.

De onderzoekers hebben een publicatie uit 2006 als uitgangpunt genomen, die ingaat op de beperkte deelname van nierpatiënten aan klinische trials in het hartonderzoek en die de periode 1985-2005 beslaat. Ter vergelijking hebben ze in 22 vooraanstaande tijdschriften gezocht naar alle gerandomiseerde klinische trials met 100 deelnemers of meer, die zich richtten op verschillende vormen van acute of chronische hartproblemen. En dat dan over de periode 2006-2014. Deze zoektocht leverde 305 studies op die in de analyse zijn meegenomen.

De onderzoekers zien dat de meer recente onderzoeken minder geneigd zijn mensen met nierproblemen bij voorbaat uit te sluiten van deelname. Maar bij nader inzien komt dat doordat in de vroegere periode meer studies naar remmers van het renine-angiotensinesysteem plaatsvonden. En juist aan die studies kunnen nierpatiënten meestal niet meedoen. Wanneer de onderzoekers deze studies buiten beschouwing laten, is een nierprobleem tegenwoordig nog net zo vaak een reden om niet mee te mogen doen aan onderzoek naar hartproblemen als het was in de periode 1985-2005.

Wel is er meer aandacht voor nierproblemen: in de studies waaraan deze patiënten wel mogen meedoen wordt tegenwoordig bijvoorbeeld vaker gemeld wat de nierfunctie aan het begin van de studie was, of hoe de nierpatiënten over de verschillende studie-armen verdeeld zijn. Of de onderzoekers doen een aparte analyse van de resultaten bij de subgroep deelnemers met een verminderde nierfunctie.

Mogelijk worden nierpatiënten zo vaak uitgesloten omdat degene die de studie opzet, of bijvoorbeeld de fabrikant van een getest medicijn, bang is dat de effecten bij hen minder groot zullen zijn, waardoor de resultaten van het onderzoek minder spectaculair zijn. En dat heeft gevolgen als je een innovatie op de markt wilt brengen.

Dit alles betekent wel dat er weinig bewijs is voor de werkzaamheid van verschillende therapieën bij patiënten die naast hun hartziekte ook een nierprobleem hebben. En zonder bewijs zullen deze patiënten minder snel een bepaalde behandeling krijgen, terwijl die wel gegeven wordt aan hartpatiënten zonder nierproblemen. Dat kan nadelig zijn, want over het algemeen lijkt uit onderzoek dat patiënten met beide aandoening die geen gerichte behandeling voor hun hartprobleem krijgen, slechter af zijn dan zij die dat wel krijgen.

De onderzoekers doen dan ook de sterke aanbeveling dat er meer patiënten met bijkomende nierproblemen worden meegenomen in onderzoek naar hartziekten. Zo kunnen er data worden verzameld die richting kunnen geven aan de behandeling van deze groeiende groep patiënten.

Gepubliceerd: dinsdag 27-11-2018
Bron: Journal of the American Society of Nephrology | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier