Minder kans op levende nierdonor bij lagere sociaal-economische status

Door Gerard Kok 

De vooruitzichten na een niertransplantatie zijn beter als de donornier afkomstig is van een levende donor, dan wanneer er sprake is van een donornier van een overleden donor. Daarom wordt transplantatie met een nier van een levende donor wel gezien als de 'gouden standaard', waar allen die voor transplantatie in aanmerking komen, gelijke toegang toe zouden moeten hebben. Uit recent onderzoek gedaan in het Verenigd Koninkrijk blijkt de toegang tot deze transplantaties voor sommige groepen beduidend slechter dan gemiddeld.

Het onderzoek van de artsen uit het Verenigd Koninkrijk was een prospectief onderzoek onder iets meer dan 2000 nierpatiënten die tussen november 2011 en maart 2013 een donornier kregen. 'Prospectief' betekent hier dat vooraf wél duidelijk was dat een deelnemer getransplanteerd zou worden, maar niet of dat met een donornier van een levende of overleden donor zou zijn. Deze vorm van onderzoek heeft wat minder last van externe factoren die de uitkomst van het onderzoek kunnen beïnvloeden, in tegenstelling tot 'retrospectief' onderzoek. Uitkomsten van prospectieve onderzoeken zijn daardoor meestal wat beter bestand tegen wetenschappelijke kritiek.

Terug naar het Engelse onderzoek. De verhouding levende donoren versus overleden donoren was ongeveer 40-60. Het gezondheidszorgsysteem in het Verenigd Koninkrijk lijkt behoorlijk op het Nederlandse; het is zodanig opgezet dat iedereen in gelijke mate toegang heeft tot die zorg, en de kansen op een donornier van een levende donor zouden daarom voor allen die op een transplantatie wachten min of meer gelijk moeten zijn.

Uit het Engelse onderzoek bleek dat dát toch duidelijk niet zo was. Vooral patiënten uit de lagere sociale klassen werden beduidend minder vaak getransplanteerd met een nier van een levende donor. Saillant detail: sociale status werd afgemeten aan huis- en autobezit; blijkbaar is het 'not done' naar inkomen te vragen. Over een verklaring konden de onderzoekers slechts speculeren. Een andere groep die het slechter deed was die van de alleenstaanden (inclusief hen die verweduwd of gescheiden waren). Hier kan wellicht als verklaring worden aangedragen dat zij geen partner hebben die mogelijk in een donornier kan voorzien.

In Nederland is de situatie vergelijkbaar, zo blijkt uit een onderzoek uit 2012, dat in het Engelse artikel ook wordt aangehaald. Beide artikelen roepen op om tijdig(er) voorlichting te geven aan de groepen die slechter toegang hebben tot transplantaties van levende donoren, zodat er meer levende donoren worden gevonden, en er gelijkere kansen ontstaan voor nierpatiënten die wachten op een donornier.

Gepubliceerd: donderdag 14-09-2017
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Gerelateerde artikelen

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier