Veel depressieve klachten bij dialysepatiŽnten

Door Mieneke Muntendam 

Van de Nederlandse dialysepatiënten heeft 40% last van depressieve klachten. Hoewel angst en depressie vaker voorkomen bij allochtone dialysepatiënten, hebben die een betere overleving. Dit en meer blijkt uit de DIVERS studie naar depressie en angst bij 700 dialysepatiënten, met speciale aandacht voor etnische verschillen. Het onderzoek – een samenwerkingsprogramma – startte bewust in een groot perifeer ziekenhuis met een goede dwarsdoorsnede van de samenleving met grote aantallen – ook allochtone - patiënten.

Robbert Schouten vertelde tijdens de levendige, interactieve sessie op de Wetenschapsdag 2016, dat nierziekten ook effecten hebben op het psychisch functioneren. Factoren als bloedarmoede, chronische ontstekingen, vitamine B12-tekort, de stofwisselingstoestand oxidatieve stress, trombose, uremie en de ophoping van ‘afvalstoffen’ spelen daarbij een rol. 

Gevolgen nierziekte lijken op depressie
Symptomen als somberheid, vermoeidheid, slaapproblemen, gewichtstoename of -afname, concentratieproblemen, verlies van plezier en energieverlies kunnen uitingen zijn van de nierziekte. Het zijn dus lichamelijke veranderingen die ervoor kunnen gaan zorgen dat een dialysepatiënt bijvoorbeeld minder goed kan nadenken of vergeetachtig wordt. Maar deze symptomen lijken ook op de symptomen van een depressie. De diagnose ‘depressie’ is lastig te stellen door deze overlap met klachten van de nierziekte zelf. De ernst van de depressieve klachten is daarbij niet afhankelijk van de ernst van de lichamelijke ziekte van de patiënt.

Het netto gevolg is dat het leven door deze overlappende symptomen ernstig wordt belemmerd. Patiënten ervaren minder kwaliteit van leven, ze leven korter en ze zijn vaker suïcidaal, stoppen vaker met de dialyse en zijn minder therapietrouw. Ook worden ze vaker in het ziekenhuis opgenomen. 9% van alle ziekenhuisopnames van dialysepatiënten komt door psychische problemen.

Allochtone nierpatiënten leven langer
De onderzochte allochtone dialysepatiënten kampen relatief vaker met angst en depressie, maar overleven beter dan de autochtone dialysepatiënten. Dat is een van de opmerkelijke resultaten tot nu toe van de DIVERS studie. Het is nog niet duidelijk of dit komt door een andere manier van uiten of doordat er echt een verschil is in omgaan met de depressie door allochtone patiënten. Een aantal aanwezigen in de zaal opperde dat het verschil misschien te verklaren is door sociale factoren. Allochtone dialysepatiënten hebben, is hun ervaring, meer sociale verbanden, zijn minder doordrongen van de maakbaarheid van het leven en zoeken zingeving vaker buiten zichzelf, in bijvoorbeeld religie. Schouten denkt dat dit zeker zou kunnen, maar benadrukt dat dit nu onderwerp van studie is binnen DIVERS.

In het kader van de DIVERS studie nemen de onderzoekers gedurende twee jaar elke zes maanden vragenlijsten af bij dialysepatiënten. Deze vragenlijsten zijn vergeleken met de zogenaamde ‘gouden standaard’, een een-op-een-gesprek met een psychiater. De informatie verkregen met deze vragenlijsten komt daar dichtbij. De gemeten depressieve klachten bij 40% van onderzoekspopulatie maken deze mensen nog niet per se ‘depressief’. Maar uit eerder onderzoek van deze groep blijkt dat als de diagnose door een psychiater wordt gesteld, dan is ongeveer 20-25% van alle dialysepatiënten depressief. Nog steeds een hoog percentage.

Behandeling is mogelijk
Behandeling van depressie is mogelijk door cognitieve gedragstherapie en antidepressiva, zoals bij alle mensen met een depressie. De uitdaging voor de toekomst is tweeledig, aldus Schouten. Gezien de overlap tussen soma en psyche, is het herkennen en erkennen van depressie door de patiënt zelf en door de hulpverlener een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast is meer onderzoek nodig naar de effectiviteit van de behandeling van depressie bij dialysepatiënten. 


Depressie bij dialyse - Presentatie Robbert Schouten (arts-onderzoeker OLVG) op de Wetenschapsdag 2016

Gepubliceerd: maandag 31-10-2016 | Reacties (1)

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    31-10-2016 15:44

    Behandeling van depressie is ůůk mogelijk door andere vormen van therapie, waaronder hypnotherapie. Complementaire zorg wordt zelden genoemd in artikelen als deze, maar heeft desalniettemin veel te bieden.

    Hypnotherapeuten werken regelmatig met patiŽnten die zijn uitbehandeld in het reguliere circuit en desondanks bij hen toch een stap verder komen. Het zou mooi zijn als de 'regulieren' en 'complementairen' vaker zouden samenwerken - naar elkaar doorverwijzen - in het belang van de patiŽnt.

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier