BK-virus over het hoofd gezien door gebrekkige screening

Door Merel Dercksen 

Afgelopen week vond in San Diego de ID-week plaats: een jaarlijks congres over infectieziekten. Renal and Urology News meldt dat er een onderzoek gepresenteerd werd naar het BK-virus bij niertransplantatiepatiënten. Hieruit blijkt dat patiënten bij wie het virus meer dan een jaar na transplantatie wordt vastgesteld, vaker niet volgens het protocol gescreend zijn. Dit doet de wetenschappers die dit vaststelden vermoeden, dat het virus vaker vroeg aanwezig is, maar niet opgemerkt wordt door gebrekkige screening.

Het BK-virus komt bij veel mensen voor, maar geeft meestal geen klachten. Alleen bij verminderde weerstand, zoals na een transplantatie, kunnen er problemen door ontstaan. Een van de mogelijke gevolgen is BK-nefropathie, dat er zelfs toe kan leiden dat de functie van een getransplanteerde nier helemaal verloren gaat. Het is daarom van belang regelmatig te onderzoeken of het virus de kop op steekt. In dat geval wordt de hoeveelheid afweeronderdrukkende middelen vaak (tijdelijk) verminderd, zodat het eigen afweersysteem het virus weer kan onderdrukken.

Een groep wetenschappers van de University of Washington in Seattle heeft een onderzoek uitgevoerd onder 671 patiënten die tussen 2008 en 2013 een niertransplantatie hebben ondergaan. Hierbij hebben ze gekeken naar actief BK-virus, gemeten aan de hand van de hoeveelheid virus in het bloed, of op basis van schade door het virus in de nier.

Bij 97 patiënten was door hun behandelaars activatie van het BK-virus vastgesteld, meestal op basis van de hoeveelheid virus in het bloed. Bij het grootste deel van de patiënten gebeurde dat binnen een jaar na transplantatie, maar bij 17 van hen pas later. Deze groepen waren vergelijkbaar van samenstelling, in de medicatie die ze kregen en het aantal afstotingen dat er optrad. Ook nierfalen, overlijden en verlies van de nier kwam even vaak voor.

Maar er was wel een verschil: bij de groep patiënten bij wie het actieve virus pas laat werd vastgesteld, was vaker het screeningsprotocol niet gevolgd. Het KDIGO-protocol zegt dat er eerst maandelijks, en de rest van het eerste jaar ten minste elke drie maanden moet worden gekeken of het virus de kop opsteekt.

De onderzoekers denken dat de gebrekkige screening wel eens de reden kan zijn dat het virus bij deze patiënten later werd opgemerkt. In het eerste jaar zou het screeningsprotocol dus beter gevolgd moet worden. Maar in de groep bij wie het virus later de kop opstak waren ook patiënten die wel volgens de richtlijnen gescreend waren. De onderzoekers vinden daarom ook, dat de aanbevelingen voor screening na het eerste jaar na transplantatie, opnieuw onder de loep genomen dienen te worden.

Gepubliceerd: maandag 12-10-2015
Bron: Renal and Urology News | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Gerelateerde artikelen

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier