Test om beter te voorspellen wie afstoting door antilichaam krijgt in de maak

Door Gerard Kok 

Spaanse onderzoekers hebben mogelijk een nieuwe methode ontdekt om patiënten te identificeren die, na ontvangst van een donornier, een verhoogd risico op langzame afstoting hebben. Niet alleen antilichamen die al in het bloed circuleren zijn hierbij van belang, maar ook B-cellen.

De afgelopen jaren is behoorlijke vooruitgang geboekt in het voorkomen van acute afstoting van donornieren; het risico dat een donornier binnen één jaar wordt afgestoten is tegenwoordig een stuk lager dan een aantal jaar geleden. Daarentegen is de overlevingskans van een donororgaan op langere termijn (10 jaar) niet substantieel hoger dan een aantal jaar geleden. Er zijn verschillende obstakels die overwonnen zullen moeten worden om de overlevingskans op langere termijn te verhogen, en één van die obstakels is het begrijpen van antilichaam-gemedieerde afstoting (AntiBody-Mediated Rejection, ABMR of AMR). Bij patiënten met ABMR trachten antilichamen van het immuunsysteem het donororgaan te neutraliseren (dit kan overigens ook vrij kort na transplantatie optreden).

Veel onderzoek naar ABMR richt zich op het tijdig identificeren van patiënten die ABMR ontwikkelen, of die, voor transplantatie, een verhoogd risico op ABMR lopen. Bijvoorbeeld door voorafgaande bloedtransfusie of transplantatie kunnen patiënten al antilichamen in hun bloed hebben die het risico op deze vorm van afstoting verhogen. Het mechanisme achter ABMR blijkt vrij complex, dus het is vooralsnog niet duidelijk hoe je precies kunt zien welke patiënten risico lopen; alleen de antilichamen in het bloed meten blijkt niet altijd genoeg.

Het Spaanse onderzoek suggereert per patiënt ook te kijken naar de hoeveelheid B-geheugencellen (waarmee het immuunsysteem 'onthoudt' welke infecties het moet neutraliseren) die reageert op donor-specifieke antigenen. Als een nierpatiënt veel B-geheugencellen heeft die op de antigenen van een potentiële donor zouden reageren, dan is het risico dat deze patiënt bij transplantatie ABMR zal ontwikkelen een stuk hoger dan bij patiënten die veel minder B-geheugencellen tegen antigenen van de donor bezitten.

De onderzoekers concluderen dat het per nierpatiënt bepalen van 'B-geheugencel frequenties' een goede methode is om te bepalen welke patiënten ABMR zullen ontwikkelen bij ontvangst van bepaalde donornieren. Deze kennis kan vervolgens worden gebruikt om donornieren te herverdelen, of om tijdig te onderkennen dat een patiënt ABMR aan het ontwikkelen is, en de behandeling daarop aan te passen.

Inmiddels heeft het onderzoekteam een licentie verleend aan het bedrijf Oxford Immunotec, om op basis van deze techniek een test te ontwikkelen die op de markt gebracht kan worden.

Gepubliceerd: donderdag 03-09-2015
Bron: Kidney International | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier