Soort antilichaam tegen donor bepaalt afstoting

Door Merel Dercksen 

Patiënten die antilichamen aanmaken tegen hun donornier, maken niet allemaal dezelfde soort aan. Die details blijken te bepalen of de antilichamen een afstotingsproces in gang zetten, of dat er eigenlijk weinig aan de hand is.

Een van de manieren waarop afstoting van een getransplanteerde nier kan ontstaan is doordat de ontvanger antilichamen aanmaakt tegen specifieke eiwitten in het donororgaan: anti-HLA-antilichamen. Maar niet bij alle getransplanteerden die dit soort tegen de donornier gerichte antilichamen aanmaken gaat het fout: de een raakt de nier ondanks medicatie kwijt, bij de ander blijft de nier het heel behoorlijk doen.

Franse onderzoekers hebben eerder al ontdekt dat het ene antilichaam tegen donor-HLA het andere niet is; toen zagen ze een verschil in of die antilichamen zich aan het complementsysteem kunnen binden. Nu heeft een groep wetenschappers onder leiding van dr. Carmen Lefaucheur van het Hôpital Saint-Louis in Parijs weer een stukje van het mysterie verder ontrafeld.

Ze ontdekten dat het uitmaakt welke subklasse van het antilichaam immunoglobuline G (IgG) de patiënt aanmaakt. Onder de 125 patiënten die in het eerste jaar met de nieuwe nier anti-donor-HLA-antilichamen aanmaakten, uit een groep van 635 tussen 2008 en 2010 getransplanteerden, sprongen de subklasses IgG3 en IgG4 er op verschillende manieren uit. Een acute afstoting door antilichamen blijkt vooral in gang te worden gezet doordat de patiënt IgG3 aanmaakt. Patiënten die vooral IgG4 aanmaken krijgen later na de transplantatie, en niet per se direct merkbaar, te maken met afstotingsverschijnselen. In de onderzoeksgroep waren ook nog patiënten die wel (andere) antilichamen tegen het HLA van het donorweefsel aanmaakten, maar geen afstotingsverschijnselen kregen.

Acute en latere (subklinische) antilichaamgemedieerde afstoting lijken hiermee, zeker in combinatie met de verschillen die de onderzoekers op microscopisch niveau in de nier zagen, twee echt verschillende processen te zijn. Dat betekent ook, dat wellicht niet elke getransplanteerde patiënt die antilichamen tegen het HLA van zijn donornier aanmaakt, even agressief behandeld hoeft te worden.

Gepubliceerd: maandag 24-08-2015
Bron: Journal of the American Society of Nephrology | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Gerelateerde artikelen

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier