'Nutteloos' antilichaam beschermt tegen nierschade

Door Merel Dercksen 

Een antilichaam dat tot voor kort niet zo zinvol leek, omdat het de taken van vergelijkbare stoffen in het lichaam maar zeer beperkt kan uitvoeren, blijkt toch heel nuttig. Het beschermt tegen nierschade door andere lichaamseigen antilichamen. Bij muizen werkt dat in elk geval zo, en de onderzoekers die dit mechanisme beschrijven hebben goede hoop dat het bij mensen niet anders is. Dit onderzoek laat zowel een manier zien waarop nierschade kan ontstaan, als een mogelijke therapie.

Immunoglobulinen zijn eiwitten die onderdeel uitmaken van het immuunsysteem. Ze helpen om infecties door ziekmakers van buitenaf te bestrijden door hieraan te binden, door het complementsysteem te activeren en via binding aan cellen die antilichaambindende receptoren op hun oppervlakte hebben. Er zijn verschillende immunoglobulines te onderscheiden. Bij muizen geldt dat een bepaalde subklasse van IgG, IgG1, de drie hierboven genoemde taken van immunoglobulines niet goed uitvoert. Het is daarmee te vergelijken met IgG4 bij mensen. Maar muizen maken juist dit immunoglobuline in grote hoeveelheden aan.

Een groep wetenschappers uit Cincinnati (VS) vond dat vreemd: in de natuur gebeurt (bijna) nooit iets zonder reden, stellen ze. IgG1 bij muizen moet daarom wel een andere, nog onbekende, functie hebben. Ze hebben dit onderzocht bij gemuteerde muizen die geen IgG1 kunnen aanmaken. Deze muizen kregen een injectie met een lichaamsvreemd eiwit. Normale muizen zouden in reactie daarop IgG1 aanmaken, maar dat konden de hier gebruikte dieren niet. In plaats daarvan begonnen ze IgG3 aan te maken. Dat is een subklasse van IgG die wel goed bindt aan indringers, en ook aan zichzelf. Dat had tot gevolg dat er grote immuuncomplexen, klonters van immunoglobulinen, ontstonden die neersloegen in de nieren van de muizen. Binnen een paar dagen waren de nierfilters volledig verwoest.

De onderzoekers beschrijven hiermee een ontstaansproces van nierschade door antilichamen, hier immunoglobulinen, dat volledig losstaat van het complementsysteem. Dat is een nieuwe route naar nierschade. Maar ze hebben nog meer ontdekt. De gemuteerde muizen die ook IgG1 toegediend kregen, ontwikkelden namelijk geen nierschade. Dat betekent dat IgG1 bij muizen gebruikt zou kunnen worden om ziektes waarbij sprake is van schade door immuuncomplexen van andere antilichamen, te remmen. Daarmee heeft het immunoglobuline dat zijn klassieke taken nu juist niet goed uitvoert, toch een heel nuttige functie.

De onderzoekers verwachten dat IgG4 bij mensen een vergelijkbare rol speelt als IgG1 bij muizen en dat het een mogelijke therapie is tegen allerlei ziekten die door antilichamen veroorzaakt worden.

Gepubliceerd: dinsdag 04-11-2014
Bron: Nature | Reacties (1)

Reageer op dit artikel

  • T. Verspaandonk
    10-11-2014 11:55

    naar aanleiding van het artikel/ontdekking van het "nutteloos"anti lichaam vraag ik me als leek af wat dit kan/zou kunnen betekenen voor een behandeling van de ziekte van Berger.

Gerelateerde artikelen

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier