Diarree na transplantatie: vaker door infectie dan gedacht

Door Godelieve Gros 

Aanhoudende diarree na een niertransplantatie wordt vaak ten onrechte gezien als een bijwerking van immuunonderdrukkende medicatie. Maar recent onderzoek wijst uit dat diarree in de meeste gevallen het gevolg is van een infectie. Als de veroorzaker van deze infectie snel wordt gevonden, kan in veel gevallen de immuunonderdrukkende medicatie ongewijzigd blijven, met een grotere kans op overleving voor de nier en de patiënt.

Ondanks de negatieve invloed van diarree op de gezondheidstoestand van de patiënt, krijgt deze complicatie niet de aandacht die zij verdient. Patiënten zien het als een onvermijdelijk kwaad en rapporteren de klacht niet altijd aan hun arts. Bijna 20% van de getransplanteerde patiënten geeft aan diarree te hebben, terwijl uit onderzoek blijkt dat het in deze groep feitelijk om ruim 50% gaat. Het feit dat pas recent is gebleken dat het toxische effect van de medicatie niet de voornaamste boosdoener is, betekent dat er ook aan de medische kant te weinig aandacht is voor de oorzaak van de diarree.

Norovirus blijkt vaak boosdoener
Immuunonderdrukkende medicijnen beschadigen de cellen van de darmwand wat chronische diarree tot gevolg kan hebben. Maar in de meeste gevallen blijkt een besmetting met het norovirus, het ‘buikgriepvirus’, de oorzaak te zijn. Een besmetting is bij patiënten die een transplantatie hebben ondergaan wel gerelateerd aan het slikken van immuunonderdrukkers. Er ligt een uitdaging voor de wetenschap om een behandeling van een norovirusinfectie te ontwikkelen die gecombineerd kan worden met een optimale immuuntherapie. Er is inmiddels een vaccin tegen een norovirusinfectie ontwikkeld, maar verder onderzoek moet nog uitwijzen of een preventief vaccin, dat toegediend wordt vóór de transplantatie, effectief is voor patiënten die een donornier krijgen.

Bacteriën
Verder kan ook een bacteriële infectie de diarree veroorzaken. In dat geval is er meestal sprake van de clostridium bacterie. Deze komt bij iedereen in de darmflora voor, maar wordt bij een verstoorde darmflora schadelijk en veroorzaakt dan diarree. Bij patiënten met een donornier is de darmflora vaak verstoord door het gebruik van antibiotica. Transplantatie van ontlasting bij mensen met een clostridium infectie is gunstig gebleken bij het herstel van de darmflora.

Uit onderzoek blijkt dat de helft van de diarreebehandelingen succesvol kan zijn zonder wijziging in de immuunonderdrukkende medicatie. Het is dus uiterst belangrijk de oorzaak van de diarree bij patiënten na een transplantatie goed te onderzoeken. Enerzijds omdat deze complicatie niet te onderschatten nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de patiënt, anderzijds om een behandeling te kunnen geven die doelmatig is en geen verdere schade en risico’s voor de patiënt met zich meebrengt.

Gepubliceerd: maandag 03-11-2014
Bron: Transplantation | Reacties (2)

Reageer op dit artikel

  • C.
    11-12-2020 09:57

    Ik snap uw hypothese. Gelukkig doen de immuunsupressieve middelen dat ook en dat is ook de bedoeling. Als we die niet zouden hebben zouden we allemaal onze organen afstoten. Dan liever wat sneller ziek. Na die afstoting heb ik geen leven meer, na bijvoorbeeld een buikgriepje weer wel.

  • Jan Taco te Gussinklo, Zwolle
    04-11-2014 08:46

    Hypothese. Ik zou mij kunnen voorstellen dat deze categorie ook vaak maagzuurremmers (PPI's) gebruikt? Dat betekent een verminderde locale afweer weten we inmiddels voor overdracht van sommige infectieziekten.

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier