Zes vragen aan voedingsassistent Jo-janneke Klunder

Door Redactie NierNieuws 

Jo-janneke Klunder (1979) werkt in het UMC Groningen als voedingsassistent op afdeling nefrologie, niertransplantatie en dermatologie. Ze heeft een opleiding gevolgd op het Noorderpoort- college tot voedingsassistent.

Waarom is uw beroep zo’n mooi vak
Mijn werk als voedingsassistent op afdeling nefrologie is een mooi vak omdat het er niet alleen om gaat dat de patiënten voorzien worden van hun maaltijden en dranken. Als voedingsassistent moet je opletten wat je ze geeft vanwege het dieet waar de patiënt vaak mee te maken heeft. Dat kan bestaan uit natriumbeperkt, kaliumbeperkt, eiwitbeperkt en een vochtbeperking. Je let goed op of er goed gegeten wordt zodat als een patient niet veel eetlust blijkt te hebben, daarop ingespeeld kan worden.

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Wat mij het meest gelukkig maakt is, als de patiënten tegen mij zeggen dat ze lekker gegeten hebben ondanks hun dieet. Ik ben als voedingsassistent vaak welkom bij de patiënt. Het minst gelukkig ben ik, wanneer patiënten moeite hebben om te eten, het smaakt ze niet en wat je ook aan ze geeft, het blijkt niet te lukken om lekker te kunnen eten. Ook al weet ik dat het meestal komt door de medicijnen die ze krijgen. 

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Wat ik een keer heb meegemaakt, is dat ik tijdens de ontbijtronde bij een patiënt aan bed kwam om te vragen voor een ontbijt en toen bleek dat die patiënt vlak daarvoor geheel onverwachts was overleden. Dat maakt wel indruk.

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest of juist het minst trots
Waar ik trots op ben als het mij toch is gelukt om een patiënt te laten eten, die zich niet lekker voelt en in eerste instantie aangeeft niks te hoeven hebben. En als je verschillende dingen hebt aangeboden en de patiënt wil toch wat proberen en dan later aangeeft dat het toch wel gesmaakt heeft. En wat ik naast mijn werk nog doe, is eens in de zoveel tijd een praatje houden over mijn beroep als voedingsassistent aan een groepje coassistenten die net beginnen als arts. Dat ze weten wat mijn beroep inhoudt. Het minst trots kan ik eigenlijk niet benoemen. Ik probeer wel te bedenken dat zo'n dieet dat de patiënt kan hebben echt niet leuk is. Terwijl het voor mij als voedingsassistent juist inhoudt om mijn koppie erbij te houden, waardoor mijn werk interessant is.

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Een opleiding voor voedingsassistenten is er niet meer, wel voor zorgassistenten. Maar daar wordt weinig over voedingsleer en dieetleer gesproken. Dat vind ik wel heel belangrijk.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
ik hoop mijn werk dan nog met veel plezier te kunnen doen en misschien nog een taak ernaast met betrekking tot voeding, maar wat precies weet ik op dit moment ook nog niet.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: vrijdag 17-10-2014 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier