Onderzoeken cystenieren beginnen vruchten af te werpen

Door Albert de Vreede 

Dr. Ron Gansevoort

De stand van zaken bij het onderzoek naar de behandeling van cystenieren is gepresenteerd op ERA-EDTA. De laatste jaren zijn er verschillende soorten middelen beschikbaar gekomen die mogelijk het ontstaan van cystenieren kunnen vertragen. Een van die middelen is tolvaptan en een andere middel is somatostatine, of synthetische vormen daarvan zoals octreotide en lanreotide. Met beide soorten middelen zijn studies gedaan die er op wijzen dat ze de vorming van cystenieren kunnen vertragen.

Cystenieren (ADPKD, autosomaal dominante polycysteuze nierziekte) is de meest voorkomende erfelijke nierziekte. Deze nierziekte treft tussen 1 op de 400 en 1 op de 1000 geboorten. Er zijn twee vormen, die elk door een verschillende genetische aanleg worden bepaald. ADPKD1 is de meest voorkomende (ca. 85%) vorm en leidt relatief vroeg tot nierfalen, gemiddeld zo rond het 55ste levensjaar. Terwijl APKD2 minder (ca. 15%) voorkomt en later nierfalen geeft, gemiddeld na de 70.

Tolvaptan
De recente ontwikkelingen rond tolvaptan, dat de vasopressine-2 receptor op niercellen blokkeert, zijn in een heldere presentatie uiteengezet door dr. Ron Gansevoort van het UMCG in Groningen. Zoals uit de Tempo 3:4 studie blijkt, is tolvaptan in staat om het groter worden van de cystenieren minder snel te laten gaan, een effect dat het meest duidelijk is in het eerste jaar van gebruik van tolvaptan. Ook de teruggang in nierfunctie vertraagt, maar dat wordt juist pas goed duidelijk na het eerste jaar van de drie jaar die de studie heeft geduurd.

De bijwerkingen van tolvaptan zijn veel moeten plassen en dorst, maar soms ook een verhoging van leverenzymen, wat duidt op leverschade. Het (overigens geringe) risico op leverfalen is de reden dat tolvaptan in de Verenigde Staten niet goedgekeurd is voor de behandeling van cystenieren, terwijl het in Europa nog in onderzoek is en in Japan is goedgekeurd. 

Lanreotide
Piero Ruggenenti, een van de onderzoekers van de Aladin-studie, presenteerde gegevens over de behandeling van cystenieren met somatostatine. In die studie is met een relatief klein (ca. 80) aantal patiënten het effect van octreotide (merknaam Sandostatine) onderzocht, een synthetisch analogum van het natuurlijke hormoon somatostatine. Na een jaar met octreotide blijkt dat de vergroting van de cystenieren aanzienlijk trager gaat dan in de placebogroep. Na drie jaar is er ook nog wel een effect, maar het is dan niet meer zo duidelijk. Het effect op de nierfunctie is juist het eerste jaar niet zo duidelijk. Maar in de met octreotide behandelde patiënten blijkt na het eerste jaar de nierfunctie te stabiliseren, terwijl in de niet behandelde patiënten de nierfunctie achteruit blijft gaan.

De bijwerkingen van de behandeling zijn relatief goedaardig en zijn onder andere de vorming van galstenen en maag-darmklachten, zoals diarree, die meestal na enige tijd minder worden. Omdat uit de Aladin-studie blijkt dat behandeling met middelen die dezelfde werking als somatostatine hebben perspectief heeft, zijn nu grotere studies gaande zoals de Nederlandse DIPAK 1 studie met lanreotide (merknaam Somatuline), waarbij het de bedoeling is dat 300 patiënten deelnemen.

Combinatietherapie
Op dit moment lijken tolvaptan en somatostatine veelbelovende middelen om de cystevorming te remmen. Hoe effectief die remming is en hoe lang die duurt, moet nog verder onderzocht worden. Omdat tolvaptan en somatostatine een zelfde stof (cAMP) in de niercel beïnvloeden, wordt er aan gedacht om (dier)experimenten te gaan doen met een combinatie van deze middelen, die elk afzonderlijk in een lagere dosis gebruikt zouden kunnen worden. Dat zou als voordeel kunnen hebben dat er minder bijwerkingen zijn.

Ook met de mTOR-remmers sirolimus en everolimus zijn klinische studies gedaan om de vorming van cystenieren te remmen, maar zonder resultaat. Bosunitib, een Src-kinase remmer waarover ook op ERA-EDTA is gerapporteerd, wordt getest in een fase-2-studie. Het blijkt dat bosunitib de cystevorming remt, maar dat er (te) veel bijwerkingen zijn.

Vanuit het begrip dat verkregen is uit het onderzoek naar het ontstaan van cystenieren zullen in de toekomst meer (combinaties van) middelen getest gaan worden. Hoewel het niet zeker is dat de nu al geteste en nog te testen middelen effectief zullen zijn, geven de ontwikkelingen hoop dat een behandeling van cystenieren op termijn mogelijk wordt.

Gepubliceerd: maandag 23-06-2014 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Gerelateerde artikelen

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier