Zeven vragen aan kinderarts-nefroloog Nicole van de Kar

Door Redactie NierNieuws 

Nicole van de Kar (1963) werkt sinds 2002 bij het Radboudumc als kinderarts-nefroloog. Van de Kar promoveerde voorafgaande aan de opleiding tot kinderarts op het proefschrift “The pathogenesis of the hemolytic uremic syndrome in childhood” (1994). Ze is sindsdien betrokken bij het onderzoek naar de verschillende oorzaken van het hemolytisch uremisch syndroom (STEC, atypische vorm van HUS).

Waarom is kindernefrologie zo’n mooi vak 
Van baby tot jongvolwassene, van acuut tot chronisch, van conservatieve therapie tot nierfunctievervangende therapie en niertransplantatie, van ziekte tot oorzaak, van patiënt naar lab, van lab naar patiënt, van diëtiste tot celbioloog, van kind tot ouders tot school of opleiding. Het is zo'n veelzijdig vak!

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Het werken in een multidisciplinair team, samen werken met hetzelfde doel, het geven van de meest optimale zorg voor het kind met een nierziekte, dat maakt me gelukkig. Elk telefoontje van Eurotransplant waarin een nier wordt aangeboden voor een van onze patiëntjes brengt een bijzondere spanning met zich mee, maakt dat er weer een nieuwe fase aanbreekt voor een gezin. Ook de wetenschap dat er zoveel mensen op dat moment in touw waren, zijn en gaan komen om deze transplantatie tot een succes te maken, dat blijft een mooi gevoel!
Het minst gelukkig word ik van de vele administratieve handelingen in de loop der jaren en de tijd die dit met zich meebrengt. Dat staat lang niet altijd in verhouding tot de zorg voor de patiënt. 

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Dat is denk ik een polibezoek tijdens mijn eerste week als kinderarts in opleiding tot kindernefroloog. Samen met een collega ontving ik een vader en moeder met pasgeborene, doorverwezen in verband met een zo goed als terminale chronische nierinsufficiëntie. Ze waren voor de eerste keer in ons ziekenhuis en kwamen voor het bespreken van de mogelijkheden en achtergronden van nierfunctievervangende therapie. Halverwege het spreekuur werd een visserskoffertje met allerlei vakjes met al uitgezette medicatie opengemaakt omdat het tijdstip voor medicatie was aangebroken en uitstel het hele schema in de war zou gooien. Al pratende gaven ze de voeding en de medicatie die op dat moment nodig was aan hun kindje. De complexiteit en intensiteit van de behandeling zelfs al zonder nierfunctievervangende therapie en de kwetsbaarheid van dit jonge gezin, zo voelbaar tijdens dit bezoek, is me altijd bijgebleven.

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en waarop het minst trots
Ik ben het meest trots op de afdeling kindernefrologie die we met elkaar zijn, de bereidheid van iedereen om vooruit te willen, om de zorg continu te verbeteren, te optimaliseren in al zijn facetten, ieder met zijn of haar eigen mogelijkheden en talenten. En het minst dat het toch wel heel moeilijk blijft om vanuit de inhoud van je vak, de expertise van het ziektebeeld, de therapie voor de patiënt goed geregeld te krijgen.

Waar zou meer of minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Naast het gebruik van geneesmiddelen op de kinderleeftijd, zou er meer onderzoek moeten komen naar de onderliggende pathofysiologische patronen van ziektebeelden. Juist het samenwerken met andere disciplines zoals celbiologie, moleculaire biologie, genetica en dus het werkzaam zijn op de raakvlakken van elkaars disciplines, is fascinerend en versterkend mooi. Het leidt tot prachtige initiatieven en waardevolle uitkomsten. Waar minder onderzoek naar zou moeten worden gedaan vind ik moeilijk te zeggen. Goed onderbouwd onderzoek brengt altijd wat op; ook onderzoek naar bijvoorbeeld de zoveelste cholesterolverlager kan leiden tot nieuwe inzichten, zelfs op soms onverwacht vlak. 

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Als ik minister van Volksgezondheid was, dan zou ik naast het instellen van een actief donorsysteem, eindelijk een realistische onkostenvergoeding voor kindergeneeskundige zorg instellen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Ik hoop dat ik dan nog steeds werk in de kindernefrologie in een prachtig team en nog steeds een steentje kan bijdragen aan de verbetering van de zorg voor het kind met een nierziekte. Het allerliefst in combinatie met wetenschappelijk onderzoek. Zorg van bed naar lab en van lab naar het bed.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: vrijdag 29-11-2013 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier