Zeven vragen aan nefroloog Els Boeschoten

Door Redactie NierNieuws 

Els Boeschoten (1949) is gepensioneerd  internist-nefroloog. Ze studeerde in Amsterdam en werd ook opgeleid in die stad. Al in 1979 hield ze zich bezig met het opzetten van een programma voor peritoneale dialyse in  Nederland. In 1988 promoveerde ze op een proefschrift getiteld 'Continuous Ambulatory Peritoneal Dialysis; a clinical study of various aspects of CAPD'. Ze werkte als nefroloog op diverse locaties en vervulde talloze neven- functies. In 2003 stond ze mede aan de wieg van het Hans Mak instituut, waarvan ze tot haar pensionering in 2011 directeur was. Boeschoten is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen. 

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak
Nefrologie is een prachtig vak omdat het zo breed is. Acuut en chronisch. Beschouwend en technisch. Een vak dat steeds in beweging is en veel raakvlakken met andere specialismen heeft.  

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Het samen met de patiënt zoeken naar de beste behandeling. Niet alleen medisch, maar ook psychosociaal. De behandeling van elke patiënt is in wezen een uniek experiment. Als dat goed lukt is dat geweldig. Het incompetente ziekenhuismanagement maakt me het minst gelukkig. Als arts verantwoordelijk zijn voor de patiëntenzorg maar patiënten op belangrijke momenten in de steek moeten laten omdat er ‘geen bedden’ zijn en overplaatsing naar een ander ziekenhuis noodzakelijk is.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Een heel jonge patiënt die erg eenzaam was en met de dialysebehandeling stopte omdat hij het leven niet meer aan kon. 

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en het minst trots
Ik ben het meest trots op het tot stand komen van het Hans Mak instituut. Het was een enorme uitdaging alle partijen te betrekken bij het ontwikkelen van een integraal kwaliteitsbeleid voor de nefrologie. Ik vond het een voorrecht daar een steentje aan bij te kunnen dragen. Het niet tot stand komen van een betrouwbare landelijke registratie van een aantal klinische indicatoren maakt me juist niet trots. Het monitoren van resultaten is noodzakelijk voor het verkrijgen van meer inzicht en het verbeteren van de behandeling van nierpatiënten. Het is heel jammer dat dit nog niet is gelukt

Waar zou meer onderzoek naar gedaan moeten worden
Er moet veel meer klinisch-epidemiologisch onderzoek worden gedaan naar de effecten van klinische richtlijnen op de resultaten van de behandeling. Daarbij moet ook beter naar subgroepen worden gekeken zoals jonge kinderen en oude mensen.    

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Dan zou ik het hele financieringssysteem van de gezondheidszorg op de schop nemen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Over tien jaar hoop ik nog steeds een beetje in de nefrologie actief te zijn met advisering, commissiewerk en onderwijsactiviteiten. Maar er zullen ook nieuwe uitdagingen zijn, zoals duurzaamheidsprojecten, schilderen en musiceren, zaken waar ik ook nu al van geniet. 


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: maandag 21-10-2013 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier