Zeven vragen aan nefroloog Dennis Hesselink

Door Redactie NierNieuws 

Dennis Hesselink (1973) werkt sinds 2010 in het Erasmus MC als internist-nefroloog, studeerde aan de Erasmus universiteit in Rotterdam en volgde daar ook zijn opleiding tot internist en later nefroloog. In 2007 promoveerde hij bij prof. dr. Weimar en prof. dr. Van Gelder op het proefschrift getiteld 'optimization of  calcineurin inhibitor treatment after solid organ transplantation'. Hij woont samen met zijn vrouw en hun twee dochters.

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak
De nier is een zeer complex orgaan dat me altijd heeft gefascineerd. Er zijn nog heel veel onbeantwoorde vragen rond de nieren. Het is erg leuk om werkzaam te zijn in een vakgebied waarbinnen daarom veel onderzoek wordt gedaan en veel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. Daarnaast is de zorg voor patiënten met een nierziekte zeer afwisselend. Ik zorg zelf vooral voor patiënten met een niertransplantaat maar als nefroloog krijg je ook te maken met patiënten met acuut nierfalen of een chronische nierinsufficiëntie. Naast 'puur' nefrologische problemen hebben nierpatiënten vaak ook last van infecties, hart– en vaatziekten en hormoon– en stofwisselingsaandoeningen. Je moet als nefroloog ook kennis hebben van de immunologie, klinische farmacologie en intensive care geneeskunde. Dat maakt de nefrologie tot een heel breed vak. 

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
De zorg voor niertransplantatiepatiënten maakt me het meest gelukkig. Een niertransplantatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis, zowel lichamelijk als emotioneel, die het leven van een patiënt radicaal verandert. Het is geweldig om patiënten na een succesvolle transplantatie te zien opknappen. Omdat ik ze frequent op de polikliniek zie, leer je de mensen ook beter kennen en dat vind ik een verrijking. Naast mijn klinische werkzaamheden doe ik ook onderzoek en begeleid ik promovendi. De afwisseling tussen klinische zorg en wetenschap is bijzonder prettig. Anderzijds werk ik in een groot ziekenhuis en dat maakt dat je met veel mensen te maken hebt. Het is weleens frustrerend dat je de zaken niet altijd snel en/of volledig naar eigen inzicht kunt organiseren. Verder is geld helaas altijd een issue.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Een niertransplantatie bij een kind. Het roze kleuren van de nier na het openen van de vaatklemmen was een prachtig moment maar het was vooral het herstel na de operatie dat indruk heeft gemaakt. Ik heb nu honderden niertransplantaties begeleid maar het is nog steeds bijna magisch om de spectaculaire verbetering door deze behandeling te zien. Ernstig zieke nierpatiënten voelen al binnen enkele dagen na een transplantatie de moeheid, jeuk en krampen verdwijnen. Hun energie komt terug en 'de nevel in het hoofd' klaart op. Als patiënten dan later op de poli vertellen over de mooie reizen die ze hebben gemaakt, de nieuwe baan waar ze mee zijn begonnen of de (klein)kinderen die ze hebben gekregen, stap ik ’s avonds met een goed gevoel op de fiets. 

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en het minst trots
Ik ben er erg trots op dat ik deel uitmaak van het transplantatieteam van het Erasmus MC. Het is een dynamische afdeling en een voorrecht om met de andere nefrologen, transplantatiechirurgen, (gespecialiseerd) verpleegkundigen, laboratoriummedewerkers, coördinatoren en de vele anderen die bij de zorg voor deze patiënten zijn betrokken te mogen samen werken. Ik probeer mezelf te ontwikkelen tot een betere dokter. Toch gebeurt het soms dat je oorspronkelijke diagnose later niet blijkt te kloppen, een bepaalde behandeling achteraf gezien niet de juiste was, of een opmerking niet goed valt bij een patiënt. Iedere dokter heeft daar mee te maken, maar leuk is het nooit. Het houdt je in ieder geval met beide benen op de grond. 

Waar zou meer of juist minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Ik zou graag meer klinisch onderzoek willen zien naar de optimale behandeling van een individuele patiënt met een nierziekte of een niertransplantatie. Vaak weten we niet goed hoe we bepaalde aandoeningen het best kunnen behandelen of zijn onderzoeksbevindingen niet zomaar te extrapoleren naar de patiënt in de spreekkamer. Ik ben zelf erg geïnteresseerd in de immunosuppressieve therapie na transplantatie. Veel vragen daaromtrent zijn nog onbeantwoord. Op dit moment is bijvoorbeeld nog niet echt duidelijk hoe we bepaalde vormen van afstoting (antistof-gemedieerde of humorale afstoting) het best kunnen behandelen of wat de optimale immunosuppressieve onderhoudstherapie is. Dat is belangrijk omdat transplantatiepatiënten hun afweeronderdrukkende medicatie levenslang moeten slikken en dit gepaard gaat met veel bijwerkingen. Overigens wordt er teveel onderzoek gedaan naar de vermeend schadelijke effecten van de straling van mobieltjes. 

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Ik zou het actieve donorregistratie systeem invoeren. Verder zou ik trachten het roken van sigaretten uit te bannen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Ik denk en hoop dat ik over 10 jaar nog steeds veel voldoening haal uit het combineren van onderzoek en patiëntenzorg. Misschien verandert er dus wel helemaal niet zoveel aan mijn huidige situatie.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: woensdag 16-10-2013 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier