Zeven vragen aan nefroloog Arjan van Zuilen

Door Redactie NierNieuws 

Arjan van Zuilen (1972) werkt in het UMC Utrecht als internist-nefroloog, studeerde in Nijmegen, werd opgeleid in Utrecht  en   promoveerde in 2011 op het proefschrift  “Masterplan: multifactorial approach and superior treatment efficacy in renal patients with the aid of nurse practitioners” 

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak
Nefrologie is een enorm veelzijdig vak. Puzzelen over de reden van bijvoorbeeld nierfunctie-achteruitgang wordt afgewisseld met de hectiek van een nieraanbod of acute dialyse en de begeleiding van chronische patiënten door de verschillende fasen van hun nierpatiëntenbestaan. Daarmee bedoel ik dus vanaf chronische nierschade naar predialyse naar transplantatie of dialyse en verder. 

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Het meest gelukkig word ik van het gevoel dat je voor een patient echt een verschil gemaakt hebt. De alsmaar toenemende administratieve druk maakt mij wel regelmatig ongelukkig.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Er is niet één gebeurtenis maar ik vind het nog steeds indrukwekkend om een patiënt midden in de nacht te bellen dat er een nier beschikbaar is en dan een aantal uren later al samen met de patiënt te kunnen vaststellen dat er urine geproduceerd wordt en dat het getransplanteerde orgaan dus op gang is. 

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest trots
Op het MASTERPLAN onderzoek. Als arts-assistent interne geneeskunde raakte ik in 2004 bij dit project betrokken. Het doel was om de optimale implementatie van bestaande richtlijnen met de hulp van verpleegkundig specialisten bij 800 patiënten met chronische nierschade te onderzoeken en het effect hiervan op hart- en vaatziekten en nierfunctie-achteruitgang te bekijken. 

Met verpleegkundig specialisten samen is de studie ontworpen en uitgevoerd waarbij ik veel geleerd heb over het doen van onderzoek, projectmanagement, behandeling van chronische nierschade. Ik denk dat dit onderzoek een enorme boost heeft gegeven aan de inzet van verpleegkundig specialisten bij patiënten met chronische nierschade. In 2011 heb ik de resultaten over cardiovasculaire uitkomsten gepubliceerd in Kidney International en er mijn proefschrift over geschreven. Op hart- en vaatziekten kon geen duidelijk voordeel worden vastgesteld. Het zou wel eens kunnen dat er wel winst is als het gaat om nierfunctie-achteruitgang. Dat wordt op dit moment door een collega geanalyseerd en dat zou de bijdrage van een multifactoriële aanpak, ondersteund door een verpleegkundig specialist, echt aantonen.

Waar zou meer of minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Binnen de nefrologie is er een groot tekort aan klinische studies. Nog steeds worden veel behandelingen geadviseerd op basis van onderzoek dat gedaan is bij andere patiëntgroepen zoals bij patiënten met suikerziekte. Grote studies naar het effect van behandelingen van de nierziekte, of het voorkomen van schade bij een gestoorde nierfunctie, blijven belangrijk. Als transplantatienefroloog zou ik natuurlijk ook graag onderzoek zien naar technieken en strategieën om de bijwerkingen van niertransplantatie en de afweerremmende medicijnen te verminderen en de lange termijnsoverleving van een transplantatienier wezenlijk te verbeteren. 

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Ik zou denk ik in ieder geval het actieve donor registratiesysteem snel invoeren. Op dit moment is van veel patiënten niet bekend of zij zouden willen doneren. Kort nadat een familie te horen heeft gekregen dat iemand is overleden of gaat overlijden moet dan een beslissing genomen worden over de vraag of die persoon een orgaan zou willen afstaan. Dat is heel veel verantwoordelijkheid in een zeer emotionele fase. Het wordt makkelijker voor familie als zij weten wat iemand tijdens zijn leven heeft gewild. Ik denk dat dit tot meer overleden donoren zou leiden. Dat is natuurlijk niet alleen van belang voor niertransplantatie maar ook voor hart-, long- en levertransplantatie, waarbij levende donatie veel gecompliceerder of onmogelijk is.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Ook ik kan niet in de toekomst kijken. Ik hoop vooral dat ik dan nog steeds in goede gezondheid verkeer en dat ik dan nog steeds mijn bijdrage kan leveren aan de begeleiding van patiënten met chronische nierschade en in het bijzonder van getransplanteerde patiënten. Hopelijk zijn er dan al wezenlijke stappen voorwaarts gezet om de lange-termijnprognose van een nier te verbeteren en de bijwerkingen van afweerremmende medicatie verder te verminderen.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: donderdag 12-09-2013 | Reacties (1)

Reageer op dit artikel

  • Aris Jan, IJsselstein
    13-09-2013 11:11

    Zijn enthousiasme, zijn kundigheid maar bovenal zijn nuchterheid maken hem tot de betere Nefroloog. Als patient wil je vaak veel, je denkt op iedere vraag (en op ieder verzoek) antwoord te kunnen krijgen maar dat is niet altijd reŽel. Maar vragen staat bij hem altijd vrij! Daar neemt hjij de tijd voor.

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier