Zeven vragen aan nefroloog Ron Gansevoort

Door Redactie NierNieuws 

Ron Gansevoort (1964), werkt in het UMC Groningen als nefroloog, studeerde in Groningen, werd opgeleid in Groningen, Tanzania en Glasgow en promoveerde in 1995 cum laude op het proefschrift “Mechanism and benefits of the antiproteinuric effect of ACE inhibition”. Zijn belangrijkste nevenfuncties: lid van de Wetenschappelijke Raad van de Nierstichting en de werkgroep STOP Chronische Nierschade, en lid van de stuurgroepen van het CKD Prognose Consortium, het EuroCYST consortium en het DIPAK Consortium.

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak
Nefrologie is een beschouwend vak met chronische patiënten, die ik gedurende langere tijd mag begeleiden en daardoor goed kan leren kennen. Vaak gaat de nierfunctie achteruit, maar in tegenstelling tot andere chronische ziektebeelden in de Interne Geneeskunde die 'bergaf' gaan kun je patiënten uiteindelijk ook wat bieden, in de vorm van dialyse en met name transplantatie. Deze aspecten spreken mij zeer aan. 

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Patiëntencontacten. Wetenschap is heel mooi, maar patiëntencontacten vormen toch de echte motivatie voor het vak. Dat in een consult van 15 minuten patiënten soms volledige openheid geven, en dat je als dokter met hen mag meedenken en hen begeleiden wat betreft lief en leed, medisch zowel als sociaal, is een groot voorrecht, waar ik iedere keer weer van onder de indruk ben. Dat we in ziekenhuizen in steeds grotere structuren gaan werken, waarvan het de insteek is dat die doelmatig gaan werken spreekt me het minst aan. Het doel is vaak een effectieve bedrijfsvoering, dat wil zeggen kostenreductie, en helaas vaak niet een betere zorg voor patiënten.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Dat is een moeilijke vraag. Waarschijnlijk toch dat in het verleden één van mijn familieleden afhankelijk is geworden van nierfunctie-vervangende behandeling. Dat maakt waarschijnlijk toch dat ik anders ben gaan kijken naar het vakgebied, organisatie van zorg en omgang met patiënten.

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en het minst trots
Het meest trots ben ik dat ik op 'meta-niveau' zaken heb kunnen toevoegen aan mijn vakgebied. Ik heb bijvoorbeeld substantieel kunnen bijdragen aan de nieuwe KDIGO classificatie van Chronische Nierschade. Dat zal impact hebben op miljoenen mensen wereldwijd en op de toekomst van mijn vakgebied. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor patiënten met erfelijke cystenieren. En het minst dat het niet gelukt is screening op albuminurie onderdeel te laten zijn van het Preventie Consult zoals dat door huisartsen is ingevoerd om te screenen op chronische aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Een gemiste kans voor huisartsen en met name de patiëntengroep. 

Waar zou meer of juist minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Meer naar wat mij betreft twee aspecten. Ten eerste preventie van chronische nierschade. Vaak komt de grote winst in de geneeskunde voort uit preventie, en niet uit intensieve zorg voor het latere probleem. Ten tweede, onderzoek wordt vooral verricht naar zogenaamd hard te meten eindpunten, zoals sterfte, optreden van ziekte en ziekenhuisopnames. Voor patiënten zijn vaak andere problemen veel relevanter, zoals een vermindering van moeheid en jeuk. Dit soort problemen zou in onderzoek moeten worden opgenomen als eindpunten. En minder onderzoek naar zogenaamde 'me-too' producten. Geneesmiddelen voor indicaties waar het grote geld te verdienen is, maar waarvoor eigenlijk weinig medische vraag is, bijvoorbeeld het zoveelste bloeddrukverlagende medicament.

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Het elektronisch patiëntendossier zou zo snel mogelijk ingevoerd worden. Dat huisartsen, specialisten en apothekers niet op de hoogte zijn van elkaars bevindingen en beleid is omslachtig en zorgt voor veel onnodige fouten, complicaties en zelfs sterfgevallen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Had ik maar een kristallen bol waarmee ik de toekomst kon voorspellen… Als ik hem had zou ik overigens niet willen weten waar ik was en wat ik deed over 10 jaar. Dergelijke kennis zou mij verlammen. Mijn werk is voor een groot deel afhankelijk van het inspelen op de actualiteit. Zelfs een streven wat ik zou doen over 10 jaar is daarom moeilijk aan te geven. Dat kan onder invloed van de omstandigheden zo wijzigen. Maar ik hoop op 'meta-niveau' aan mijn vakgebied te blijven bijdragen.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: donderdag 05-09-2013 | Reacties (3)

Reageer op dit artikel

  • Annetta , sappemeer
    03-02-2015 20:59

    Echt een geweldige arts (en nu ook nog eens professor geworden, TOP)! Bij veel artsen krijg ik al snel te horen (of alleen de indruk al) dat iets "achter de oren zit" maar bij Gansevoort heb ik dat helemaal niet!! Een duidelijke man....daar hou ik van!😉

  • Brenda de Coninck
    06-09-2013 10:50

    Een nierpatiŽnt mag zich gelukkig prijzen met een arts zoals hij: een uitblinker op zijn vakgebied, ťn oog en oor hebbend voor de mens achter de aandoening.

  • Margot
    05-09-2013 23:27

    Geweldig arts! Mijn persoonlijke held! Ontzettend leuk stukje!

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier