Meer begeleiding door diŽtisten voor Britse nierpatiŽnten

Door Merel Dercksen 

'Investeer de besparingen door een goed dieet in meer diëtisten-tijd voor mensen met een nierziekte'. Zo vat de Engelse niertsaar, Donal O'Donoghue, de nieuwe ideeën van het Britse National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) samen. NICE is de 'waakhond' waar het gaat om uitgaven die in de gezondheidszorg gedaan worden.

NICE deed afgelopen jaar de aanbeveling dat iedereen met een nierziekte in stadium 4 of 5, dat is vergevorderd nierfunctieverlies of dialyseafhankelijkheid, een uitgebreid consult zou moeten krijgen bij een in nierziekten gespecialiseerde diëtist. Bij kinderen gebeurt dit al, maar voor volwassenen is de praktijk nogal wisselend. Volgens de NICE Clinical Guidelines on the management of Hyperphosphataemia (richtlijnen bij hyperfosfatemie, een veelvoorkomend probleem bij nierpatiënten) is dieetadvies zelfs de eerste behandeling die zou moeten worden aangeboden, voordat er wordt overgegaan op medicatie.

Omdat naar schatting driekwart van de patiënten die ervoor in aanmerking zouden komen op dit moment door een nierdiëtist gezien wordt, zou het volgen van de aanbeveling betekenen dat er meer geld naar dieetzorg moet. Het optrekken van dat aantal tot 95% van de patiënten met een vergevorderde nierziekte, zou volgens NICE ongeveer £100.000 (€116.500) per miljoen inwoners gaan kosten. En tegelijkertijd een zelfde bedrag per niercentrum, omdat die gemiddeld een populatie van een miljoen inwoners bedienen.

Toegang tot een gespecialiseerde diëtist past in het hedendaagse concept van multidisciplinaire zorg. Volgens NICE hebben nierdiëtisten niet alleen een rol in het directe patiëntmanagement, waarbij hun adviezen door de andere teamleden moeten worden herhaald en in de uitvoering gecontroleerd, maar ligt er ook een 'cruciale' taak voor hen weggelegd in de ondersteuning van de andere teamleden. Bijvoorbeeld in de vorm van opfriscursussen over het dieet voor nierpatiënten.

Uit de Britse Renal Registry is bekend dat niet meer dan 60-70% van de dialysepatiënten een serumfosfaatwaarde binnen de streefwaarden heeft. Voor de meeste centra moet deze richtlijn dan ook een aansporing zijn om hun werkwijze te herzien en over te stappen op de multidisciplinaire werkwijze, schrijft O'Donoghue. Met als doel en verwachting dat patiënten beter inzicht krijgen in hun dieet en meer gemotiveerd raken het te volgen.

Maar waar moet dat dan van betaald worden? Volgens de richtlijn levert overstappen op calciumacetaat of calciumcarbonaat als fosfaatbinder van eerste keus al veel meer op, in geld, dan er nodig is om de extra diëtisten te betalen: tot drie miljoen pond per miljoen inwoners. Het volledig invoeren van de richtlijn zorgt volgens O'Donoghue dus voor een beter samenhangende dieetondersteuning voor nierpatiënten, betere fosfaatcontrole en ook nog besparing van geld, dat vervolgens kan worden geïnvesteerd in andere aspecten van de nierzorg.

De niertsaar gaat niet in op bijvoorbeeld het feit dat calciumhoudende fosfaatbinders voor lang niet elke patiënt geschikt zijn, maar in de volledige richtlijn is hiermee wel rekening gehouden.

Gepubliceerd: vrijdag 01-02-2013
Bron: renal tsar's blog | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier