'Zelfbeschikkingsrecht moet niet stoppen bij overlijden'

De Opvatting van Yvette van der Schaaf

In de ogen van de huidige Nederlandse regering is zelfbeschikkingsrecht een groot goed. Waaraan met name ook veel betekenis wordt toegekend in de context van orgaandonatie. Maar dat houdt wel abrupt op bij de beslissing om al dan niet bepaalde organen te doneren. Over wat er daarna met die organen gebeurt, heeft de (potentiŽle) postmortale donor geen enkele zeggenschap. Zo bestaat in Nederland niet de mogelijkheid om na je overlijden een bepaald orgaan met voorrang na te laten aan een familielid of een goede bekende. Die mogelijkheid bestaat bijvoorbeeld wel in de Verenigde Staten.

Ook in het Verenigd Koninkrijk kent men een Ďhardheidsclausule'†die toelaat om in bepaalde gevallen een specifieke ontvanger aan te wijzen. Wat bovendien opvalt is het contrast met orgaandonatie bij leven. Daarbij wordt in veel landen juist geŽist dat er een familierelatie dan wel een nauwe band tussen donor en ontvanger bestaat. De Nederlandse regelgeving, die zogeheten Samaritaanse orgaandonatie toestaat, is vanuit internationaal perspectief eerder uitzondering dan regel.

Er bestaat in Nederland niet de mogelijkheid om na je overlijden een bepaald orgaan met voorrang na te laten aan een familielid of een goede bekende.†

Bij de toedeling van postmortale organen spelen diverse ethische overwegingen een rol. Bijvoorbeeld gelijke rechten op het gebied van gezondheidszorg (het ontvangen van een orgaan). En het uitsluiten van discriminatie. Ongetwijfeld allemaal steekhoudende argumenten. Uitgangspunt is echter steeds, dat een vaste pool met (schaarse) postmortale organen op een objectief gezien faire wijze moet worden toegedeeld aan een (te) grote groep wachtenden.

Maar juist de omvang van die pool hoeft niet per definitie vast te zijn. Zo zullen sommige aanhangers van het zelfbeschikkingsrecht zich pas aangesproken voelen om orgaandonor te worden, wanneer zij iets te zeggen hebben over de bestemming van hun organen. En, evenals bij levende donatie, kan de bekendheid met een specifieke patiŽnt iemand over de streep trekken om zijn organen postmortaal te willen doneren, mits die ene patiŽnt daar dan ook mee geholpen kan worden. Zo'n uitbreiding van de pool met beschikbare organen is in het belang van alle wachtende patiŽnten.

De bekendheid met een specifieke patiŽnt kan iemand over de streep trekken om zijn organen postmortaal te willen doneren

Autonoom zal het schrijnende tekort aan beschikbare donororganen helaas alleen maar groeien. Ironisch genoeg hebben voortschrijdende ontwikkelingen in de medische wetenschap, waardoor mensen gezonder ouder worden, een averechts effect op het aantal beschikbare postmortale organen. Des te meer reden om ook deze nieuwe bron van potentiŽle postmortale donoren aan te boren. Natuurlijk op een verantwoorde wijze, omgeven met de nodige waarborgen. In voorkomende gevallen wordt dan ťťn bepaalde patiŽnt onevenredig bevoordeeld, maar wel met als gevolg dat vrijwel alle andere patiŽnten er ook beter van worden.†Vergelijkbaar met donatie bij leven.

Vanuit ethisch oogpunt verdient deze aanpak misschien niet de schoonheidsprijs. Maar praktisch gesproken zijn er mensenlevens mee gemoeid. En dan rijst de gerechtvaardigde vraag wat zwaarder moet wegen.


De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden artikelen die worden gepubliceerd in de rubriek†De Opvatting. Bijdragen voor†De Opvatting†kunt u sturen naar:†redactie@niernieuws.nl

Gepubliceerd: woensdag 08-02-2012 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier