Wilt u verzekerd zijn van een orgaan?

De Opvatting van Yvette van der Schaaf

Het wegwerken van de wachtlijst voor orgaandonatie is een illusie. Niet alleen vanwege de toenemende schaarste van geschikte organen. Maar ook omdat sprake moet zijn van een goede match tussen donor en ontvanger. Transplantabele organen blijven nu eenmaal maatwerk. Afhankelijk van de medische moeilijkheidsgraad kan in individuele gevallen een langere wachttijd dan ook onvermijdelijk zijn. Zelfs landen die qua proces van orgaandonatie een voorbeeldfunctie vervullen (zoals Spanje), kennen nog steeds een wachtlijst. Maar wel een veel kortere dan bijvoorbeeld in Nederland. 

De uitdaging ligt dus in het minimaliseren van die wachtlijst.
Door verbeteringen in de gezondheidszorg wordt de gemiddelde mens steeds gezonder ouder. Ironisch genoeg heeft dit een averechts effect op het maximaal beschikbare aantal orgaandonoren (donorpotentieel). Het spreekt voor zich dat niemand daaraan iets wil veranderen. Het komt dus neer op het optimaliseren van de aanwending van het structureel krimpende potentieel. In Nederland is de belangrijkste lacune gelegen in het lage toestemmingspercentage voor postmortale orgaandonatie. Op dat gebied is van alles geprobeerd. Tot nog toe met bitter weinig succes.

Uit een internationale enquête (Eurobarometer 2010) blijkt dat de principiële bereidheid om na overlijden organen te doneren in Nederland bijna 65% bedraagt. Het werkelijk geregistreerde toestemmingspercentage bedraagt echter minder dan 20. Het gaat er dus om de juiste trigger(s) te identificeren die principiële bereidheid omzetten in concrete toezeggingen. Uitsluitend het verrichten van een sociaal gerichte goede daad is kennelijk niet voldoende. Er is meer voor nodig om de aan dit onderwerp verbonden instinctieve weerstanden te overwinnen.

Een mogelijke invalshoek is de verzekeringsgedachte. Mocht transplantatie ooit nodig zijn, dan zullen slechts weinigen een aangeboden orgaan weigeren. Dat geldt ook voor degenen die hun bereidheid om zelf te doneren (nog) niet hebben vastgelegd. Thans worden beschikbare organen aan ontvangers toegedeeld op basis van medische indicaties en wachttijd. De vraag of de ontvanger zelf bereid was om organen te doneren komt daarbij niet aan de orde. Zelfs niet bij gelijke medische geschiktheid. De enige uitzondering geldt in geval van een levende donor die zelf later een orgaan nodig blijkt te hebben.

Het ontbreken van een voorrangsregeling voor geregistreerde donoren kan makkelijk worden gezien als onrechtvaardig. De (kennelijk grote) groep die hun principiële bereidheid om te doneren niet vastlegt doet het tekort aan beschikbare postmortale organen immers juist toenemen. Er is een scherp contrast tussen enerzijds de behandeling van potentiële donoren (vrije keus met zelfbeschikkingsrecht als leidmotief) en anderzijds de bijna ambtelijk toedeling van hun organen door de daartoe aangewezen instantie.

Een parallel met de ziektekostenverzekering ligt voor de hand. Iedereen heeft recht op een basispakket zorg. Maar daar moet wel een premie voor worden betaald, die wordt aangewend om zeker te stellen dat die zorg ook daadwerkelijk beschikbaar is. Dus teneinde in de toekomst zo nodig te kunnen putten uit het aanbod aan postmortale organen, moet men vooraf wel zijn bereidheid vastleggen om na overlijden zijn eigen organen te doneren. Teneinde zeker te stellen dat er een optimale hoeveelheid organen voorhanden blijft. Evenals bij ziektekosten, is overigens ook hier een 'hardheidsclausule' onmisbaar, die in voorkomende gevallen enige speelruimte laat.

Concreet kan aan deze benadering op diverse manieren vorm worden gegeven. Bijvoorbeeld door aan geregistreerde postmortale orgaandonoren extra punten op de wachtlijst toe te kennen. Of door op het donorregistratieformulier een optie toe te voegen: Ja, ik ben bereid mijn organen te doneren maar alleen aan geregistreerde orgaandonoren. 

Uitkomsten van diverse onderzoeken (Verenigde Staten, Zwitserland / Duitsland) duiden erop dat een dergelijke aanpak wel degelijk zou kunnen leiden tot een grotere bereidheid bij (een deel van de) potentiële donoren om hun goede bedoelingen vast te leggen. Toepassing in de praktijk is vooralsnog beperkt tot enkele landen: Israël en Singapore. In de Verenigde Staten bestaat een organisatie van postmortale orgaandonoren die hebben verklaard hun organen met voorrang aan elkaar te willen doneren (aldaar wettelijk toegestaan). Bij het uitwerken van een relatief recente wijziging van de Zwitserse wetgeving is het advies om een 'verzekerings'-benadering te implementeren uiteindelijk afgewezen.

Zelf wil ik ervoor pleiten om tenminste de extra optie (Ja, ik ben bereid mijn organen te doneren maar alleen aan geregistreerde orgaandonoren) in het Nederlandse donorregistratieformulier op te nemen. Daardoor krijgt het veelgeprezen zelfbeschikkingsrecht van de Nederlandse burger in de praktijk ook meer handen en voeten.

Gepubliceerd: maandag 13-02-2012 | Reacties (2)

Reageer op dit artikel

  • christa, zuid beijerland
    14-02-2012 11:40

    Hoewel ik wel begrip heb voor deze stelling en er ook zeker voor een groot gedeelte in mee kan gaan heb ik toch mijn twijfels over of dat het haalbaar is. Want wat doe je dan met mensen die geen orgaandonor kunnen zijn ? Of kinderen bijvoorbeeld ? Er zitten zoveel haken en ogen aan dit systeem, dat het mijns inziens niet wenselijk is. Ik zou dan eerder pleiten voor het geen bezwaarsysteem waarin mensen moeten vastleggen dat ze geen donor willen zijn. Dat zet mensen meer tot nadenken aan dan nu het registreren in het donorregister geheel vrijblijvend is.

  • Margot, Veendam
    14-02-2012 10:50

    Ik roep al 10 jaar dat ik vind dat je alleen een donororgaan mag ontvangen, als je zelf als donor geregistreerd staat. Het is geven om te mogen nemen!

Recente artikelen

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier


NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier