Transhumance

Door Ad Nooitgedagt 

NierNieuws Column 'Enchanté !'

Ons huis ligt duidelijk aan de jaarlijkse route voor de lokale transhumance. Moeilijk woord? Er zit onder andere 'humus' in: 'grond'. Dus van het ene grondstuk naar het andere brengen (trans). Anders gezegd als het over vee gaat - en daar gaat het altijd over - 'verweiden'. Ieder voorjaar naar links en tegen de winter naar rechts, komen er honderden schapen voor ons huis langs, tientallen geiten plus een enkele ezel. Een groepje herders, waaronder doorgaans ook wel een dame, probeert, rennend, springend, zwaaiend en roepend, de troep van de zijpaden af te houden en uit de tuinen en greppels, hierbij enthousiast aangemoedigd door hun honden die er duidelijk van genieten. Gestaag vordert zo de kudde in de bedoelde richting. 

Vroeger kwamen ze ook in onze tuin smikkelen van de smakelijke sierplanten. Maar tegenwoordig blokkeert onze afrastering, eigenlijk aangelegd om onze Labrador Sanne binnen te houden, hun snoeplust. Schapen, geiten, wilde zwijnen en ontsnapte paarden blijven zo meteen 'buiten'. Maar we genieten nog iedere keer van de trek. Ik heb vandaag gelukkig 'dialyse-vrij'. En ook de achter de kudde 'gestrande' automobilisten kijken ontspannen toe en nemen deze ervaring opgewekt mee naar huis. In het voorjaar gaat de tocht in de richting van de bergweiden. En als de dagen korter worden komen ze in omgekeerde richting wéér langs, op weg naar hun stal.

Het dient een al eeuwenoud doel: zoeken naar voedsel. In de zomer op de koelere grazige bergweiden; in het dal is dan het gewas verschroeid door de Provençaalse droogte en zon. In de herfst naar huis, als na de regens de natuur weer groen is opgeleefd. En thuis biedt ook onderdak tegen de nachtvorsten van januari en februari. 

Wij zijn natuurlijk niet de eersten die van deze traditie opleven. Alphonse Daudet doet in zijn “Lettres de mon Moulin” uitgebreid verslag van de vreugde en de opwinding die de terugkeer van de kudden meebrengt. Hij vertelt over de kreten die bewijzen dat hun kudde al verder weg gelegen dorpen is gepasseerd en steeds naderbij komt: de welvaart van de gemeenschap. Die “molen van Daudet”  net buiten het dorp Fontveille, wordt nog altijd druk bezocht. Erg romantisch, maar het lijkt me geen geweldig woonhuis. Hoogstens in de zomer.

Ook heden ten dage is in veel streken in de Provence de transhumance nog een gebeurtenis van belang. Rond Pinksteren is er in St Rémy-de-Provence zelfs een toeristische attractie van gemaakt: zo'n tienduizend schapen, flink wat bruine geiten en enkele tientallen ezels worden, vijf zes keer, luid blatend en mekkerend, door de hoofdstraat van het dorp rondgedreven, tussen dikke rijen fotograferende toeristen door. 

Meteen na afloop verschijnt de brandweer om de straat, die inmiddels groen ziet van de vertrapte schapenkeutels, weer schoon te spuiten. Een uurtje later zie je er niets meer van; het ruikt hoogstens nog een beetje. De kudde trekt dan allang in de richting van Les Alpilles om aan de zomer te beginnen. Het zijn waarschijnlijk de nazaten van de schapen  van Alphonse Daudet; Fontveille ligt vlak bij. Het spoor naar de bergen is verder goed te volgen aan het groenige 'depôt' dat blijkbaar nooit opraakt. Hier doen de pompiers niets meer aan, het spektakel is voorbij.

Taradeau heeft aan zo'n happening blijkbaar geen behoefte en gunt het aan de enkeling die toevallig voorbij komt.

À la prochaine,

Ad
pagesperso-orange.fr/nanadno/ 

Gepubliceerd: zaterdag 26-11-2011 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier