Mijn 11-daagse Medische Logeerpartijtje (deel 1/3)

Weblog van Linda over leven met een donornier 

Afgezien van alle 'vervelende' medische zaken, was mijn ziekenhuisverblijf voor, tijdens en na transplantatie van hoogstaand niveau. Niks was te veel, alles kon, het eten was goed, de verpleging was buitengewoon, dus wat wil een mens nog meer. Ik lag op een tweepersoonskamer samen met een wat oudere dame. We hadden het prima met z'n tweeŽn. Respecteerden elkaar, steunden elkaar waar nodig en stimuleerden elkaar. Zij was een dag voor mij getransplanteerd, met het grote verschil dat zij een post-mortale nier had gekregen die nog niet op gang kwam, waardoor ze de eerste dagen nog moest dialyseren. Ik had een 'warme nier' gekregen, die op de operatiekamer al plaste als een tierelier, maar waar later de problemen kwamen. Zo hadden we onze gezamenlijke problemen die we konden delen, maar ook onze afzonderlijke problemen waarbij we elkaar zoveel mogelijk probeerden te steunen.

Ik zal niet op alle details ingaan, maar wil jullie een paar anekdotes niet onthouden. Nadat ik via mijn vader (wat natuurlijk een van de emotioneel heftigste momenten was) naar mijn eigen plekje was gebracht, begon het circus pas echt. Om even het tijdsbeeld duidelijk te hebben, het was nu donderdagochtend en gisteren waren mijn vader en ik geopereerd. Ik maakte kennis met m'n buurvrouw en wist vrijwel meteen dat wij het met z'n tweetjes wel zouden kunnen vinden.

De eerste drie dagen was het dag en nacht feest: constant het alarm van het infuus, constant controles, constant medicatie-aanpassingen, niet slapen, voorlichtingsfilmpje over therapie-trouw, steeds een slangetje eraf, beginnen met het zelf uitzetten van de medicatie (48 stuks). En dan komt natuurlijk ook het moment dat je weer mobiel moet worden. Dat begon eigenlijk vrijdag 's ochtends al met de vraag of ik op de weegstoel kon komen, voor de eerste keer weer op m'n benen staan, pfff, wat een gammele bedoening, en dan te bedenken dat m'n vader al wandelend het ziekenhuis verliet op deze dag (2 dagen na operatie). Vervolgens werd me de vraag gesteld of ik mezelf zou kunnen wassen en het lukte me. Het eerste begin naar zelfstandigheid was weer gemaakt...

Een van de anekdotes was dat donderdagochtend toen ik nog niet zo lang van de PACU af was de chirurg van m'n vader aan mijn bed kwam met de vraag hoe het met me ging. Ik voelde me op dat moment hondsberoerd: een knallende koppijn en kotsmisselijk. Eerst was hij bij mijn vader geweest en mijn vader had gezegd dat het niet zo goed met me ging, waarop hij had geantwoord: 'ze moet niet zeuren, wij hebben haar beter gemaakt' en of mijn vader dat maar even tegen mij wilde gaan zeggen, waarop mijn vader had gezegd dat hij dat zelf moest doen.

En dus bracht deze chirurg met een buitenlands accent, zeer onaardig overkomend een bezoekje aan mij. Het kwam er inderdaad op neer dat ik mij niet aan moest stellen en hij vond dat ik na zijn bezoek maar even naar mijn vader moest gaan lopen. De tranen stonden in m'n ogen. Gelukkig had een verpleegkundige iets opgevangen van het gesprek en zei dat ik me niet druk hoefde te maken en dat dit ook zeker niet ging gebeuren. Ik had echt niet geweten hoe ik het had moeten doen en hoe ik op mijn benen had kunnen staan, daarbij zat ik nog vast aan allerlei 'toeters en bellen', ik leek wel een kerstboom...

Wordt vervolgd

Gepubliceerd: zondag 06-03-2011 | Nog geen reacties

Reageer op dit artikel

    Recente artikelen

    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier


    NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
    Ons Pricaystatement vindt u hier