Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Zit het lab straks in je smartphone?

Door Brenda de Coninck 

Zo kom je nog eens ergens, denk ik als de slagboom van de TU Eindhoven zich opent en ik het terrein oprijd. Het is alsof ik een dorp binnenkom, compleet met massale gebouwen, pleinen, straten, verschillende parkeergelegenheden en lanen vol met grote, in de wind zwaaiende bomen. De zon speelt met de bladeren en laat wisselende schaduwen op de grond zien. Ik rijd een beetje rond en besluit de auto te parkeren op parkeerterrein 11, dat later het verst bij mijn doel vandaan blijkt te zijn: het Auditorium. Daar ga ik straks namens de Nierpatiënten Vereniging Nederland plaatsnemen in de jury van SensUs, de eerste door professor Menno Prins georganiseerde wedstrijd tussen vijf Europese universiteiten, waarvan de studenten de opdracht hebben gekregen een instrument te maken dat een patiënt in staat stelt thuis zijn/haar creatinine te meten.

Als ik over het terrein van oost naar west loop, zie ik honderden jongeren om mij heen. Omdat het lunchtijd is en mooi weer, zitten veel studenten op bankjes met elkaar te praten, vergezeld van broodtrommeltjes en drinken, schaterlachend of druk in gesprek. Een boomlange knul wijst mij de weg als ik op de plattegrond wel het Auditorium zie, maar mij verwonderd afvraag of ik er nou nóg niet ben.

In het grote gebouw word ik meteen opgevangen door Joyce, die deze twee dagen alles in het werk stelt om mij welkom te heten en te begeleiden. De eerste vergadering van juryleden is door persoonlijke omstandigheden aan mij voorbijgegaan, maar ik word snel bijgepraat. Na een vlotte lunch gaan vijf professoren uit Denemarken, Zweden, Engeland, België en Nederland, afgevaardigden van twee commerciële bedrijven en de voorzitter en ik naar beneden, waar in een grote ruimte vijf stands staan opgesteld en een televisie in het midden straks tussentijdse uitslagen van metingen zal laten zien. Zenuwachtige studenten leggen nog de laatste hand aan hun uitvinding en/of presentatie.

Na een enthousiaste toespraak van professor Prins, gaat de wedstrijd van start. De jury heeft zich verdeeld in groepjes van drie en ik ben ingedeeld bij een vertegenwoordiger van Philips en een Engelse professor. Het is mijn taak om aan iedere groep dezelfde patiëntgerelateerde vragen te stellen. Drie van de vijf groepen studenten hebben een oplossing bedacht waar een smartphone aan te pas komt. Dat wekt mijn interesse. TU Eindhoven heeft zich goed voorbereid en laat op de stand een promotiefilmpje zien waarbij een klein apparaatje, met daarin een druppel bloed, op de camera van de telefoon wordt geschoven, waardoor de lichtintensiteit van de camera door de druppel heen schijnt en zo de creatinine bepaalt.

De universiteit van Londen heeft een app bedacht die de creatine-uitslag meteen vertaalt naar een eGFR (nierfunctie). Handig! ‘Kan ik mijn uitslagen naar mijn nefroloog doorsturen?, vraag ik de verschillende vertegenwoordigers van de universiteiten. ‘Ja, dat gaat automatisch’ hoor ik trots. ‘Kan ik dat ook zélf bepalen, of ik de uitslag doorstuur? Als de uitslag goed is, hoef ik mijn nefroloog toch niet te belasten met onnodige informatie?’ Daar krijg ik wat vragende blikken over. ‘Ja, dat z o u wel kunnen...’ Interessant, denk ik. Een patiënt wordt door deze jonge mensen wel een handeling toevertrouwd (prikken), maar de meting zélf laten beoordelen en besluiten of die relevant is voor een nefroloog, is kennelijk nieuw voor ze. Dat is het voor een professor uit Denemarken overigens ook. ‘Daar heb ik nog nooit zo naar gekeken’ zegt ze later aan de vergadertafel, ‘over dat niet-belasten van een arts als het niet nodig is. Die opmerking onthoud ik.’

De volgende dag komt het publiek in grote aantallen naar vijf voordrachten die de studenten houden over hun innovaties. Ik luister naar veelal ingewikkeld vakjargon, dat niet aansluit bij de toehoorders. Eén groep geeft een spetterende presentatie: twee dames van de universiteit Leuven. Rustig, gestructureerd en ondersteund door een duidelijk filmpje, snap ik ineens veel beter waar hun uitvinding over gaat. ‘Wat zijn ze goed hè’ zegt de Deense professor naast mij. ‘Ze hadden ook al de beste testresultaten gisteren.’ Het publiek is het met haar eens en een meerderheid geeft ‘Leuven’ hun stem. Zij gaan er vandoor met drie van de vier prijzen. Eindhoven neemt de trofee voor ‘creativiteit’ mee naar huis.

Als de studenten na de wedstrijd buiten ontspannen nagenieten met pizza’s, zit ik al in mijn auto op weg naar huis. Onderweg denk ik na over de medische wereld die komen gaat. Een toekomstige patiënt zal veel meer dan nu in staat worden gesteld zijn eigen gezondheid te monitoren en daaraan consequenties te verbinden. Artsen en patiënten geven steeds meer handen en voeten aan ‘eigen regie’.

Zijn we er allemaal klaar voor? 

sterren Gepubliceerd: zaterdag 01-10-2016 | Reacties (4)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Jos Sparreboom, Överum- Zweden
    05-10-2016 11:21

    Beste Anna,

    Je hebt helemaal gelijk. Gelukkig is er goed nieuws. Onlangs is er een conferentie gehouden over beveiliging van IoT. IoT betekent Internet of Things, dus dingen die zelfstandig internetten. Heel nadrukkelijk zijn fabrikanten gewaarschuwd het onderwerp zeer serieus te nemen. Goed nieuws is dat de huidige versie van de standaard versleuteling zelfs bestand is tegen de kwantum-computer. Eerder werd gevreesd dat het niet het geval zou zijn.

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    05-10-2016 09:28

    Beste Anna,

    Hartelijk dank voor je kritische noot. Ik ben altijd blij met feedback: daar kan een uitvinding alleen maar beter van worden.

    De uitvinding waar ik over schreef - die van Eindhoven - maakt gebruik van de lichtflits van de camera om het creatininegehalte te meten. Daar komt geen internet aan te pas (voor zover ik heb begrepen).

    Waar we inderdaad alert op moeten zijn - zoals je terecht opmerkt - is hoe persoonlijke gegevens m.b.v. internet naar een nefroloog of andere hulpverlener worden verstuurd. Dat zal goed versleuteld moeten gebeuren, om onze privacy te waarborgen.

  • Jos Sparreboom, Överum- Zweden
    04-10-2016 18:45

    Ja, wees maar blij met de Nederlandse situatie waarbij patiënt en zorgverlener elkaar vertrouwen.
    Betrokken zijn bij de eigen zorg is heel normaal in Nederland. Ik woon in een land waar dat niet het geval is.
    Een voorbeeld. Uit een test in Nederland bleek aspirine als bloedverdunner zeer gevaarlijk te zijn voor mij.
    Hier kreeg ik hier het levensgevaarlijke Eliquis 2x 5 mg voorgeschreven zonder dat er met mij gesproken was. Dit middel is in Duitsland in de ban gedaan omdat er meer patiënten aan dit middel dood gingen dan aan hun dikke bloed.
    Ik heb gemotiveerd bezwaar gemaakt en de behandeling geweigerd, in de verwachting dat het medicijn van mijn lijst geschrapt zou worden.
    Het gebeurde niet. Inmiddels is vanuit Nederland bevestigd dat ik geen enkele bloedverdunner mag slikken. Dat wordt genegeerd. Eliquis staat nog steeds op mijn lijst met "verplicht innemen". Omdat ik dit weiger is mij de toegang tot het Ziekenhuis ontzegt. Ik ben pas weer welkom als ik het middel ga slikken.

  • Anna
    04-10-2016 16:04

    Brenda, mijn haren rijzen ten berge als dat via de smartphone moet gaan. Je weet niet welke bedrijven er allemaal van jouw gegevens gebruik maken (bijv verzekeringen e.d) en wat de consequenties daarvan zijn voor jou en je kinderen.
    Lees vooral eerst het boek: ' Je hebt WEL iets te verbergen' van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis eens, dan merk je hoe voorzichtig je moet zijn met het doorgeven van prive informatie via Internet.
    Anna




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


Zit het lab straks in je smartphone?





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier