Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Zeven vragen aan medisch maatschappelijk werker Jannet Waijer

Door Redactie NierNieuws 

Jannet Waijer (1966) werkt sinds 2010 in het
UMCG op de afdeling nefrologie als medisch
maatschappelijk werker. Studeerde in Groningen
en startte in 1996 als maatschappelijk werker bij
Stichting Thuisdialyse Noord Nederland. Heeft
wat uitstapjes gemaakt tussen 2005 en 2010,
onder andere bij de revalidatie van het UMCG.
Zet vooral in op de zelfstandigheid van de
patiënt. Haar motto: de patiënt houdt de regie,
tenzij hij of zij vraagt het even over te nemen.  

Waarom is medisch maatschappelijk werk op nefrologisch gebied zo’n mooi vak 
Als medisch maatschappelijk werker krijg ik de kans het leven met een beperking voor mensen iets dragelijker te maken. Uiteraard in samenspraak met de persoon in kwestie en andere collega’s. Het mooiste vind ik het, als mensen weer een gevoel van zelfstandigheid krijgen, of dat gevoel weten te behouden.

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Mensen met een glimlach de deur uit laten gaan, hoe verdrietig ze ook zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de humor, het lachen, mensen lucht geeft en dus kracht om weer verder te kunnen. Ik krijg vaak heel mooie reacties. Zoals van een asielzoeker die op de nominatie voor uitzetting stond: ‘Jij zorgt er altijd voor dat ik weer een beetje lichter de deur uit ga, hoe zwaar mijn leven ook is’. En van een een 39-jarige mevrouw na een transplantatie die niet echt vlotte: ‘Je hebt het verkeerde vak gekozen… je had, hoe heet dat ook alweer, comedinogwattes moeten worden! En je bent ook geen Nederlander.' Toen ik verbaasd omkeek vulde ze aan: 'die hebben niet zoveel humor!’  

Maar soms sta ik, ogenschijnlijk, met lege handen, dat is niet altijd leuk. En toch… als het dan wel lukt mensen even te laten lachen, dan slaat de weegschaal weer door naar het positieve. Ook vind ik het lastig om te moeten zeggen dat ik iets niet kan doen of niet goed heb kunnen doen. Soms ook door mijn eigen beperkingen. Wanneer patiënten of collega’s dan hun ontevredenheid uiten, terwijl ik mijn uiterste best heb gedaan en er ook vrije uren in heb gestoken, word ik weleens mismoedig.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Deze vraag kan ik eigenlijk niet beantwoorden. Alle mensen en hun verhalen laten een indruk achter. De een anders dan de andere, maar niet meer of minder. Een uitzonderlijke gebeurtenis wil ik wel noemen. Dat was de geboorte van een jongetje bij een patiënte van me. Ze wilde mij als eerste zien na de bevalling. Ik had nog nooit zo’n volle lach van haar gezien. 

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en waarop het minst trots
Trots ben ik niet snel en ik kan nu ook niet echt iets bedenken. Blij ben ik wel af en toe en gewaardeerd voel ik me zeker als een patiënt me aanmeldt voor een rubriek als deze. Dan moet ik iets doen waardoor de patiënt aan mij denkt. Nee, trots ben ik niet, want uiteindelijk doen de patiënten het zelf, ik maak het hooguit iets dragelijker. Wacht, misschien toch… Ik ben trots op mijn simpelheid. Ik doe erg mijn best om zaken zo simpel mogelijk te laten zijn. Als dat in zeer gecompliceerde situaties dan ook lukt, ja, dan ben ik toch trots. Het minst trots ben ik wanneer ik mijn prioriteitenlijst laat beïnvloeden door patiënten of collega’s die iets meer van zichzelf laten horen dan de gemiddelde mens. Ooit heb ik gezegd, dat brutale mensen bij mij niet de hele aandacht krijgen, maar de halve. De bescheiden mensen krijgen de andere helft. Maar helaas, soms laat ik mij toch verleiden.

Waar zou meer of minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Er zou meer onderzoek gedaan moeten worden naar de winst in klinkende euro’s van het preventieve werken, zodat verzekeraars er ook meer op in willen en durven zetten. En minder naar verjongingsmiddelen. Nu wil ik niet schijnheilig doen, ik wil er ook liever jong uit blijven zien, maar ouder worden hoort bij het leven. We moeten niet eeuwig jong willen blijven. We moeten overigens ook niet eeuwig willen blijven leven, daar hoeft wat mij betreft ook niet teveel tijd en energie in gestoken te worden.

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Ik weet echt niet of ik iets zou veranderen. Ik zou wel de maakbaarheid van het leven ter discussie stellen. Het 'eeuwige leven' zou niet zo heilig moeten zijn. Hoe verdrietig en zuur sommige situaties ook kunnen zijn, het is en blijft de realiteit van het leven, we gaan weer dood. Het leven wordt juist interessant door de tegenstellingen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Daar heb ik echt geen idee van. Ik heb mijzelf, opnieuw, aangeleerd niet teveel naar morgen te kijken. Op dit moment ben ik blij met mijn baan bij het UMCG. De vrijheid van handelen, de patiënt centraal kunnen stellen, maakt dat het mij blijft boeien. Zodra ik teveel teugels ga voelen, dan ben ik weg. Mijn vak is breed, ik kan alle kanten op. Maar misschien had ik dit bij vraag 1 al moeten zeggen?


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

sterren Gepubliceerd: maandag 11-11-2013 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Dirry Keurhorst
    26-11-2013 15:28

    Beste Jannet,

    Erg boeiend en goed verhaal van je.




Zeven vragen aan diëtist nierziekten Sophie Luderer

Waarom is uw werk zo’n mooi vak
Een dieet bij nierziekte is vaak complex. Het is een heel gepuzzel om nog een beetje met plezier te kunnen eten, áls je al eetlust hebt. Er moet rekening gehouden worden met veel verschillende voedingsstoffen. Soms zijn dit stoffen waar men nog nooit van gehoord heeft, die je niet proeft of herkent in je eten en die ook niet zijn terug te vinden op het etiket, maar die wèl levensbedreigend kunnen zijn. Goede dieetbegeleiding kan veel steun bieden en angst wegnemen. Het is erg mooi en dankbaar werk om iets te kunnen betekenen voor een ander op een moeilijk moment.

Wat maakt u het meest en het minst gelukkig in uw werk
Het meest: als ik merk dat patiënten zich prettiger gaan voelen en ik daaraan heb kunnen bijdragen. En het minst: op een dialyseafdeling vallen veel mensen weg door overlijden. Ik kan slecht omgaan met deze verliezen.

Lees meer »

Zeven vragen aan medewerker medische administratie Titia Mjambili »

Waarom is uw werk zo’n mooi vakIk werk graag met mensen en dat is het mooiste wat er is. Op de verpleegafdeling D4va zit ik bij de balie en ben dus eerste aanspreekpunt. Ik kan vragen beantwoorden, mensen wegwijs maken en alles rondom de opname van een patiënt regelen. Verder hebben wij een geweldig team van artsen, verpleegkundigen, voedingsassistenten en andere medewerkers.

Lees meer »

Zeven vragen aan internist-nefroloog Yvo Sijpkens »

Waarom is nefrologie zo’n mooi vakHet vak, inclusief nierziekten, hypertensie en elektrolytstoornissen, laat zich heel goed snappen vanuit de beschikbare kennis over (patho)fysiologie. Je hebt als nefroloog te maken met zowel jonge als oudere patiënten waarmee je als dokter een goede band kan opbouwen zonder een al te zware emotionele lading.

Lees meer »


Zeven vragen aan medisch maatschappelijk werker Jannet Waijer





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier