Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Ze had alles in één keer te pakken

Door Brenda de Coninck 

‘Nou: hierna krijg je niks meer hoor…’ Aan alles merk ik dat er een grap aankomt. ‘Ik heb m’n oog op je laten vallen, je hebt mijn hart gestolen, een rib uit mijn lijf gehaald en nou wil je ook nog een nier? Ik hou niks meer over!’ En ik word vervolgens getrakteerd op een ingehouden grijns, vermengd met een quasi-beledigd gezicht. We proesten het uit boven mijn verse muntthee en zijn dampende bak koffie. Heerlijk: even een luchtig moment na twee dagen van spannende onderzoeken in het UMCG.

De voorbereidingen zijn al een aantal weken geleden begonnen. We ontvangen thuis een indrukwekkend pakket papieren van het ziekenhuis met daarbij een overzicht waar we op welke dag worden verwacht en wie we allemaal zullen spreken. Het is een strak schema, dat op maandagochtend 07:15 uur begint met een onderzoek in de nierfunctiekamer. Mijn man krijgt eerst één, en daarna een tweede infuus aangelegd en wordt aangesloten op een pomp, met daarin een radioactieve vloeistof. De mate waarin zijn nieren de radioactiviteit uit zijn lichaam kunnen filteren, is een goede indicator voor zijn nierfunctie.

Ik weet wat hij doormaakt - heb het onderzoek zelf al een aantal keren gehad. Toch voelt het ineens anders op mijn stoel aan zijn voeteneinde. En ook hij vindt het vreemd om zichzelf in deze positie te zien. ‘Ik ben gezond, maar door hier te zitten ga je je bijna patiënt voelen. Gek is dat.’

Na zeven-en-een-half uur drinken, plassen, en een gesprek met een verpleegkundig coördinator niertransplantatie, wordt hij rond 15:00 uur afgekoppeld. ‘De nefroloog komt naar u toe’ zegt de doktersassistente plotseling. ‘U hoeft niet naar de poli. De plannen zijn gewijzigd en het gesprek vindt plaats in een apart kamertje.’ Ik word meteen alert en kijk mijn man aan. Mijn hoofd schudt zachtjes heen en weer en mijn mondhoeken zakken naar beneden. ‘Da’s geen goed teken’ fluister ik. Hij kijkt mij verschrikt aan. ‘Waarom niet?’ vraagt hij. ‘Dat is toch raar, zeg ik. ‘Plotseling komt de nefroloog naar ons toe? Er is niemand meer op de afdeling en wij moeten naar een apart kamertje?’ En meteen voel ik wat ik voelde toen de vrolijke krullenbol het gordijn in 2011 rondom mijn stoel dicht deed om te vertellen dat mijn nierfunctie niet 80, maar slechts 40% was. ‘Ach, het feit dat ze hier naartoe komt, hoeft toch niet negatief te zijn, zegt mijn man sussend. Maar ik ben er niet gerust op - ben zelfs een beetje nerveus.

Ik herken haar als ze binnenkomt. Ze heeft een paar maanden geleden in Deventer een presentatie gegeven over levende nierdonatie, samen met de coördinator van vanmorgen en een chirurg - een leerzame bijeenkomst. We gaan het aangewezen kamertje binnen en ze sluit de schuifdeur. Mijn man neemt plaats op het bed, de nefroloog pakt een stoel rechts van het voeteneinde en ik zit links van het voeteneinde in de hoek. En zet mij schrap.

‘Het was organisatorisch gezien handiger dat ik hier naartoe zou komen’ begint ze meteen en wuift met haar hand een geruststellend gebaar. Pffffft... van binnen voelt het alsof ik leegloop als een ballon.

‘Ik begin maar meteen met het meest vervelende deel van het gesprek. Soms gebeurt het dat we dingen vinden in een ogenschijnlijk gezonde donor. Als dat zo is, dan bellen we u voor verder onderzoek. Dat hoeft niet te betekenen dat u niet kunt doneren, maar dan hebben we extra informatie nodig. We willen er zeker van zijn dat u gezond genoeg bent om te doneren.’ Mijn man knikt. Zijn gezicht staat strak.

Na het bespreken van de eerste onderzoeksresultaten - er zijn geen alarmerende dingen gevonden - laat ze mijn eega op bed liggen om hem te onderzoeken. Dat doet ze kordaat. ‘Die dame wist wel wat ze deed’ zegt mijn man later. Ze had alles in één keer te pakken. Geen getwijfel of gezoek.’ Zijn waardering voor haar klinkt door in zijn stem.

Voor mij is het een beladen aanblik, hem zo te zien liggen op bed. Hij en ik zijn zelf hulpverleners en weten wat de natuurlijke hiërarchie binnen een spreekkamer met een patiënt kan doen. Deze arts is allervriendelijkst. Terwijl ze praat, lacht ze regelmatig en knijpt haar ogen toe ter geruststelling. En toch hangt er een sfeer van afhankelijkheid in de kamer, al doet ze nog zo haar best. En omdat we nu ‘aan de andere kant zitten’, merken we weer eens des te meer hoe onze patiënten zich kunnen voelen.

Na haar vertrek lopen we naar de poli, waar we binnen een paar minuten worden binnengeroepen door de transplantatiechirurg. ‘Neem plaats’ zegt hij vrolijk. We kennen hem: hij vertelde tijdens de presentatie in Deventer opgewekt over de incisies van een niertransplantatie, ondersteund door real life foto’s. De foto die mij verbaasde, was er een van een ‘keizersnede’ bij een man - de incisie waar de chirurg zijn hand in kan steken om de donornier naar buiten te loodsen. ‘Nooit geweten’ fluister ik tegen mijn man. Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik ook niet.’

Het gesprek met deze man heeft iets weg van een Formule 1 rit: hij praat in een rap tempo, zijn bewegingen zijn snel hij en schakelt soepel over van mijn man naar mij. ‘Gaat u ons beide opereren?’ vraag ik hoopvol. ‘Ja, dat is wel de bedoeling’ zegt hij energiek, ‘hoewel ik niets kan beloven.’ Op de onderzoekstafel wijst hij op de torso van mijn man de plekken aan waar de instrumenten naar binnen zullen gaan. De ruimte vult zich met verschillende lachsalvo’s als ze beiden wedijveren over ‘Er gaat niets boven Groningen, zeker Lelystad niet’ en geeft het gesprek een tintelend soort luchtigheid aan het verder serieuze verhaal.

Om 17:00 uur lopen we na een dag vol indrukken het ziekenhuis weer uit. Buiten de draaideur regent het en is het guur. Gelukkig hebben een we dierbare plek in deze stad waar we vanavond welkom zijn.

Lekker, even afleiding.

sterren Gepubliceerd: vrijdag 19-02-2016 | Reacties (3)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • G.H Nansink
    24-02-2016 13:25

    Met tranen in mijn ogen je artikel zitten lezen,ik wens jullie beide veel sterkte toe en een nog lang en gezond leven Veel Sterkte.

    Ferry.

  • Miranda, Nijmegen
    20-02-2016 21:42

    Weer mooi geschreven, veel succes beide.

  • Margot
    19-02-2016 16:36

    Arme Sjaak, is hij op en top man, moet hij een keizersnede ondergaan ;-)
    Hij is een kanjer!
    Geef hem maar een dikke kus van mij!
    Liefs,
    Margot




Schiet mij maar lek

'Ben je niet bang Brenda?' Zijn vraag verrast mij. 'Bang? Waarvoor?' 'Nou, dat ik nu zo dicht bij mensen kom en dan eventueel iets mee naar huis neem.' Ik val even stil. Aan de andere kant van de lijn hoor ik het geruis van het asfalt duidelijker, nu hij even niets zegt. 'Tja… je doet wat je kunt, toch? Anderhalve meter buiten de auto, mondkapjes op in de auto, na de sessies alles laten doorluchten en desinfecteren. Wat kun je nog meer doen?' Ik kijk vanuit ons kantoor naar buiten en zie de takken en bladeren van de bomen zachtjes heen en weer wuiven. 'Misschien kun je als je thuiskomt even gaan douchen en je kleren buiten laten luchten? En ach, iemand met corona kan net zo goed langs mij heen lopen in de supermarkt en dan loop ik hetzelfde risico. Je weet hoe sommige mensen zijn tegenwoordig. En je moet toch weer een keer aan het werk.'

Het is een vreemde gewaarwording als we begin maart onze deuren moeten sluiten om corona het hoofd te bieden. Met zoveel tijd over, besluiten we lang uitgestelde klussen op te pakken, waaronder rommel opruimen. 'Ik kan de schuur bijna niet meer in. Als ik iets wil pakken, moet ik hem helemaal verbouwen' klaagt mijn man.

Lees meer »

Het kan altijd erger »

'Wat gaan we doen?' De ochtendzon gluurt langs de zijkant van de gordijnen en verlicht de slaapkamer een beetje. Mijn man zucht. 'Tja' begint hij: 'anderhalve meter afstand houden lukt niet in de auto. Dat betekent dat ik moet stoppen met de traumabegeleidingen.' Ik draai mijn hoofd terug en staar naar de vensterbank. 'Dat heeft nogal wat consequenties' zeg ik somber. Hij knikt. 'Ik krijg nu al afmeldingen en verzoeken om begeleidingen tijdelijk te stoppen.' Ik zucht.

Lees meer »

K(r)ater »

Hé, wat is dat nou? Ik wrijf met mijn vinger wat foundation over mijn linker neusvleugel. In de spiegel zie ik een holletje in mijn huid waar de foundation niet in glijdt. Als ik er nog een keer overheen ga, is het weg. Ik besteed er verder geen aandacht aan. Tot de volgende dag, als het patroon zich herhaalt. Dan bekijk ik de plek heel precies. Vreemd, denk ik. Volgens mij is dit niet goed.

Lees meer »


Ze had alles in één keer te pakken





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier