Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Worden oudere nierpatiŽnten het kind van de rekening?

Door Yvette van der Schaaf 

Het gat tussen vraag en aanbod van geschikte donornieren wordt steeds groter. Vooral voor oudere nierpatiënten verslechteren de vooruitzichten op een optimale behandeling.  

Het begin van de ‘baby-boom’ generatie passeert inmiddels de 65-jaar grens. Onder meer daardoor verandert de bevolkingsopbouw. Het percentage 65-plussers neemt naar verwachting toe van 16 nu tot 20 in 2020. Om vervolgens door te groeien naar ruim 25 procent in 2040.

In 2040 is een kwart van de bevolking ouder dan 65 jaar

Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de gezondheidszorg. Wachtkamers en ziekenhuisbedden zullen in toenemende mate gevuld zijn met oudere patiënten. De NRC signaleerde onlangs dat ouderdomsgeneeskunde onderbelicht blijft op de gezondheidsopleidingen. De animo van studenten om zich in die richting te specialiseren houdt vooralsnog niet over.

Specifiek voor nierpatiënten is ook sprake van ingrijpende gevolgen. Oudere nierpatiënten maken inmiddels bijna 40% uit van het totaal, een derde meer dan tien jaar geleden. Doorgroei naar 50% in 2020 is verre van denkbeeldig.

Onderzoek in diverse landen (onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen) heeft inmiddels aangetoond dat transplantatie, ook voor oudere nierpatiënten, in beginsel de beste therapie is. Daardoor verdubbelt grofweg hun verwachte resterende levensduur. Gecombineerd met een betere kwaliteit van leven.

Vier van de tien nierpatiënten is een 65+er, een derde meer dan tien jaar geleden

Knelpunt is het aantal beschikbare organen. Het postmortale donorpotentieel vertoont een dalende trend door preventie en ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Het aantal jongeren zal bovendien (ook absoluut gezien) dalen. Waardoor het donorpotentieel in de leeftijdsklasse jonger dan 65 nog sterker zal verminderen.

Wel worden inmiddels in toenemende mate organen van oudere donoren geïmplanteerd (Old for Old van Eurotransplant, Expanded Criteria Donors in de Verenigde Staten). Het aantal bruikbare organen en de kwaliteit daarvan is dan echter duidelijk minder. Ook worden bijvoorbeeld gelijktijdig twee nieren van dezelfde donor bij één ontvanger geïmplanteerd.

Kortom, een verdergaande groei van het gat tussen vraag en aanbod van geschikte postmortale organen lijkt onvermijdelijk. En toewijzing daarvan aan patiënten op de wachtlijst gaat een steeds klemmender dilemma vormen.

Vier procent van de 65+ dialysepatiënten staat op de wachtlijst, tegen meer dan een kwart van de jongeren  

Voor plaatsing op de wachtlijst worden gezondheidseisen gesteld. Bij ouderen is vaker sprake van  samenloop van meerdere kwalen (co-morbiditeit). Een lager dan gemiddeld percentage oudere nierpatiënten komt dan ook medisch gezien in aanmerking voor transplantatie. Maar het is geenszins uitgesloten dat bij initiële plaatsing op de wachtlijst al een verdergaande  leeftijdsgebonden voorselectie plaatsvindt. In Nederland staat slechts 4% van de 65+ dialysepatiënten op de wachtlijst, tegen grofweg 27% van de dialyserenden jonger dan 65 jaar.   

Bij toewijzing van organen aan wachtlijstpatiënten bestaat de tendens om in toenemende mate rekening te houden met ‘leeftijdsmatching’. Dit teneinde de beperkte beschikbare capaciteit optimaal te benutten. Tenslotte zal bij transplantatie van een nier van een 25-jarige donor bij een 65-jarige ontvanger het transplantaat in veel gevallen de patiënt ‘overleven’. In de Verenigde Staten ligt bijvoorbeeld een voorstel tot wijziging van het toewijzings-systeem, waar ook dit aspect aan de orde komt. Vergelijkende voorspellingen duiden erop dat er dan (nog) minder organen voor ouderen beschikbaar zullen komen.

Alles bij elkaar genomen bestaat  er reden tot zorg. Het lijkt onwaarschijnlijk dat in de toekomst elk van de oudere nierpatiënten toegang heeft tot de voor hem vanuit medisch oogpunt optimale behandeling. De rekening voor dit probleem kan wellicht alleen worden voldaan door solidariteit. Met name ook tussen ouderen onderling. Bijvoorbeeld door het optimaliseren van de postmortale donorregistratie door ouderen. En door vergroting van de bijdrage van (oudere) levende donoren.

sterren Gepubliceerd: zaterdag 03-03-2012
Bron: NRC maandag 13 februari, Rudi Westendorp, Liever kinderen dan ouderen verzorgen, CBS, NTS, Stichting Renine, diverse artikelen | Nog geen reacties




De maatschappelijk werker is er voor iedereen

In de eerste gesprekken die medisch maatschappelijk werker Laura Haasdijk met patiŽnten voert vragen mensen zich af waarom ze naar de maatschappelijk werker moeten. Het voelt alsof er iets met ze aan de hand is. Terwijl het maatschappelijk werk tot het standaard aanbod hoort bij een nierziekte, net zoals de diŽtiste, verpleegkundige en de dokter. Onlangs hebben de maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de nefrologie hun visie op wat zij doen en hoe ze willen werken vastgelegd in de zogeheten kwaliteitsstandaarden. Deze zijn voor iedereen gratis te downloaden.

'Het kost altijd eventjes, misschien wel een paar gesprekjes, voordat mensen gaan ervaren wat maatschappelijk werk kan betekenen. Je hebt heel vaak een klein stukje weerstand te overwinnen,' vertelt Haasdijk. Zij werkt in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is voorzitter van de Vereniging Maatschappelijk Werk Nefrologie. Haar werk is eigenlijk tweeledig, zo legt ze dat aan patiŽnten uit. Een nierziekte heeft heel veel invloed op je gewone leven. Een maatschappelijk werker kan je op weg helpen met praktische dingen, en ook psychosociale ondersteuning bieden.

Lees meer »

De regie over je leven krijgen kan je leren »

De regie over je leven met een chronische ziekte krijgen, dat kan je leren. Zelfmanagement is het toverwoord.

Lees meer »

Andreas Vesalius en zijn fascinatie voor de nier »

In de 16e eeuw was de medische wetenschap nog steeds gebaseerd op de wijsheid van de klassieke oudheid. Wetenschappers uit dit verre verleden bepaalden nog altijd hoe er over het menselijk lichaam werd gedacht. Ruim 2000 jaar lang waren de bevindingen van Aristoteles over de medische wetenschap onbetwist. Hoewel Aristoteles en later zijn volgeling Galenus (Grieks/Romeins arts 129-199 n.Chr.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier