Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Wetswijziging schept duidelijkheid, maar niet meer donoren

Door Yvette van der Schaaf 

Nabestaanden beslissen in Nederland in tachtig procent van de gevallen over orgaandonatie. Voor zover bekend zijn wij het enige land waar familie over orgaandonatie wordt benaderd voordat de hersendood is vastgesteld. Volgens sommigen is dat een belangrijke reden voor het hoge weigeringspercentage in ons land. Een voorliggend voorstel tot wetswijziging zal daar waarschijnlijk geen verandering in brengen.

De huidige wettekst wekt op sommige punten verwarring. Daarin staat bijvoorbeeld dat de familie over orgaandonatie wordt benaderd 'na het intreden van de dood'. De wetgever bedoelt hiermee het moment, waarop de behandelaar constateert dat de medische situatie onomkeerbaar is en er geen verdere behandelingsmogelijkheden zijn (infauste prognose). De hersendood is dan nog niet formeel vastgesteld. Maar algemeen bestaat de neiging de termen 'intreden van de dood' en 'vaststellen van de (hersen)dood' als aanduidingen voor hetzelfde moment op te vatten. Daarom wordt soms ook gesteld dat zorgverleners eigenlijk in strijd met de wet handelen. 

Voor de communicatie over donatie zijn er na de wetswijziging twee relevante tijdstippen. Indien redelijkerwijs vaststaat dat de patiënt binnen afzienbare tijd zal overlijden, dan verschaft de bevoegde zorgverlener passende informatie over orgaandonatie. Pas na vaststelling van de (hersen)dood volgt een formeel verzoek om instemming.

Hier lijkt eerder sprake te zijn van aanpassing van de wet aan de huidige praktijk dan andersom, waarmee koppeling van de informatieverschaffing over donatie aan de communicatie over de infauste prognose in feite wordt voorgeschreven. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat met name zo'n koppeling een negatief effect heeft op het toestemmingspercentage. In hoeverre verbetering optreedt, zal dus sterk afhangen van de praktische invulling.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 10-04-2012
Bron: Tweede Kamer | Nog geen reacties




De maatschappelijk werker is er voor iedereen

In de eerste gesprekken die medisch maatschappelijk werker Laura Haasdijk met patiŽnten voert vragen mensen zich af waarom ze naar de maatschappelijk werker moeten. Het voelt alsof er iets met ze aan de hand is. Terwijl het maatschappelijk werk tot het standaard aanbod hoort bij een nierziekte, net zoals de diŽtiste, verpleegkundige en de dokter. Onlangs hebben de maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de nefrologie hun visie op wat zij doen en hoe ze willen werken vastgelegd in de zogeheten kwaliteitsstandaarden. Deze zijn voor iedereen gratis te downloaden.

'Het kost altijd eventjes, misschien wel een paar gesprekjes, voordat mensen gaan ervaren wat maatschappelijk werk kan betekenen. Je hebt heel vaak een klein stukje weerstand te overwinnen,' vertelt Haasdijk. Zij werkt in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is voorzitter van de Vereniging Maatschappelijk Werk Nefrologie. Haar werk is eigenlijk tweeledig, zo legt ze dat aan patiŽnten uit. Een nierziekte heeft heel veel invloed op je gewone leven. Een maatschappelijk werker kan je op weg helpen met praktische dingen, en ook psychosociale ondersteuning bieden.

Lees meer »

De regie over je leven krijgen kan je leren »

De regie over je leven met een chronische ziekte krijgen, dat kan je leren. Zelfmanagement is het toverwoord.

Lees meer »

Andreas Vesalius en zijn fascinatie voor de nier »

In de 16e eeuw was de medische wetenschap nog steeds gebaseerd op de wijsheid van de klassieke oudheid. Wetenschappers uit dit verre verleden bepaalden nog altijd hoe er over het menselijk lichaam werd gedacht. Ruim 2000 jaar lang waren de bevindingen van Aristoteles over de medische wetenschap onbetwist. Hoewel Aristoteles en later zijn volgeling Galenus (Grieks/Romeins arts 129-199 n.Chr.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier