Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Vrouwelijk hormoon beschermt tegen schade getransplanteerde nier

Door Merel Dercksen 

Vrouwen die een donornier ontvangen, hebben minder last van de schade die kan ontstaan doordat het orgaan tijdelijk van de bloedstroom afgesloten is geweest, dan mannen. Dat komt door het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen. Het maakt daarbij niet uit, of de nier van een man of vrouw afkomstig is. Dat schrijft de University of Pennsylvania.

Onderzoekers van deze universiteit hadden het idee dat vrouwen beter in staat zijn om te herstellen van ischemie-reperfusieschade na een niertransplantatie, dan mannen. Deze schade ontstaat wanneer de nier enige tijd niet doorbloed is geweest, en de doorbloeding weer op gang komt. Het verhoogt het risico op traag op gang komen van de nier en kan ook schade opleveren die op langere termijn een negatief effect op de nier heeft.

Om na te gaan of het effect tussen mannen en vrouwen echt bestaat, en of het geslacht van de donor er dan ook nog toe doet, hebben de onderzoekers in Pennsylvania transplantaties uitgevoerd bij muizen. Hierbij hebben ze een deel van de vrouwtjesmuizen nieren van mannetjes gegeven en een ander deel nieren van vrouwtjes. Met mannelijke ontvangers deden ze het net zo. De (warme) ischemietijd hebben ze nauwkeurig afgepast, zodat niet de ene nier ongemerkt veel langer zonder bloed zat dan de andere.

Het verschil in op gang komen van de nieren was heel duidelijk: bij vrouwtjesmuizen gaat dat beter dan bij mannetjes. Ook als ze een nier van een mannetje hebben gekregen, het geslacht van de donor maakt niet uit. Bij deze muizen was het zelfs zo dat alle vrouwtjes lang genoeg overleefden op die ene nieuwe nier om na wat langere tijd te kunnen kijken of er schade in de vorm van fibrose in de nier was opgetreden, maar dat de mannetjes daarvoor te snel dood gingen aan nierfalen.

De onderzoekers hebben hun experiment uitgebreid met het toedienen van oestrogeen aan verschillende muizengroepen. Hieruit blijkt dat vrouwtjes baat hebben bij extra oestrogeen, maar mannetjes niet. Tenzij ze gecastreerd zijn. Blijkbaar doet testosteron het beschermende effect van oestrogeen teniet.

Tot slot hebben de onderzoekers in een zeer grote groep menselijke ontvangers van nieren van overleden donoren gekeken of ze enig verband konden vinden tussen traag op gang komen van de nier en het geslacht van de ontvanger. Hierbij hebben ze eerst gecorrigeerd voor het verschil in lichaamsgewicht van donor en ontvanger: ook een nier van een kleine donor kan er wat langer over doen voor hij goed genoeg werkt in een grotere ontvanger. Dit zal vaker voorkomen bij mannen die een nier van een vrouw ontvangen en dat effect wilden de onderzoekers uiteraard uitsluiten.

Na deze statistische bewerking blijkt dat in een grote groep mensen die een nier heeft ontvangen, vrouwen minder risico lopen op een trage start dan mannen. Samen met het muizenonderzoek vinden de onderzoekers deze resultaten voldoende stevig om te concluderen dat iemands geslacht invloed heeft op de mate van ischemie-reperfusietolerantie. En dat oestrogeen wellicht kan helpen om deze tolerantie te vergroten en dus schade door tijdelijk stoppen van de doorbloeding in een orgaan te beperken.

De onderzoekers zien ook direct mogelijke toepassingen van oestrogeen bij andere chirurgische ingrepen waarbij een hoog risico op ischemie-reperfusieschade bestaat. Uiteraard vooralsnog bij vrouwen, want de kans dat testosteron ook bij mensenmannen een remmend effect heeft, is reëel.

sterren Gepubliceerd: woensdag 20-04-2016
Bron: The Journal of Clinical Investigation | Nog geen reacties




Amerikaanse onderzoekers leiden afweer ontvanger om de tuin

Ontvangers van donororganen moeten de rest van hun leven medicijnen slikken die hun immuunsysteem onderdrukken, omdat het lichaamsvreemde orgaan anders wordt afgestoten. Het langdurig onderdrukken van het immuunsysteem brengt echter wel een verhoogd risico op infecties en sommige vormen van kanker met zich mee, en daarnaast slaagt het immuunsysteem er na verloop van jaren vaak toch in om het donororgaan af te stoten. Een methode om het immuunsysteem het nieuwe orgaan te laten accepteren als lichaamseigen zou dus een ideale oplossing vormen. Amerikaanse onderzoekers zijn wellicht zo'n methode op het spoor.

Lees meer »

Leuvense test toont afstoting door antilichamen aan zonder biopt »

Onderzoekers uit Leuven en enkele andere Europese centra hebben een manier gevonden om afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antistoffen een rol spelen, te herkennen zonder dat er een biopt genomen hoeft te worden. De methode is nog niet zo ver ontwikkeld dat die direct in de praktijk ingezet kan worden. Afstoting van een getransplanteerde nier kan op verschillende manieren plaatsvinden: langs een weg waarbij de T-cellen betrokken zijn (cellulaire afstoting), of door antilichamen.

Lees meer »

Botmetabolisme blijft ook na transplantatie vaak afwijkend »

Op het eerste gezicht zijn botten de meest stabiele onderdelen van je lichaam, maar zelfs botweefsel wordt eens in de zoveel tijd vervangen. Bij gezonde volwassenen wordt sponsachtig botweefsel eens per drie jaar vervangen, en compact bot eens per tien jaar. Bij patiënten met nierschade verloopt dit proces, 'botremodellering', slechter.

Lees meer »


Vrouwelijk hormoon beschermt tegen schade getransplanteerde nier





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier