Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Vragen bij de consumptie van soja-eiwit door nierpatiŽnten

Door Dietske van der Brugge 

Sojaconsumptie zou cardiovasculaire
risico’s voor dialysepatiënten vergroten

In de VS zijn vragen gerezen over de effecten van veelvuldig gebruik van soja door nierpatiënten. Professor Alison Steiber, hoogleraar Voedingsleer aan de Case Western Reserve University in Cleveland, Ohio, schreef erover in het vakblad Renal and Urology News van december 2011.

Steiber publiceerde eerder een artikel over de voordelen van een plantaardig dieet ten opzichte van een voedingspatroon met vlees (Clin J Am Soc Nephrol. 2011;6:257-264). Daarin werden de gezondheidaspecten van sojaconsumptie nogal breed uitgemeten. Soja is afkomstig van sojabonen. Het is een bekende vleesvervanger in de vorm van tempeh of tofu, en het wordt veel gebruikt als ingrediënt in kant-en-klare vleesvervangers.

Op de publicatie over de voordelen van sojarijke voeding kwamen echter reacties van deskundigen die zich zorgen maken over de gevolgen van sojaconsumptie voor nierpatiënten. De ongerustheid betreft een mogelijk tekort aan eiwitinname en toename van kalium- en fosfaatconcentraties. Voor een goed begrip van de ‘soja-discussie’ moet worden vermeld dat vegetariërs niet uitsluitend sojaeiwitten eten in plaats van de dierlijke eiwitten uit een alleseters-dieet. Ook andere voedingsmiddelen die veel gebruikt worden door vegetariërs, zoals granen, maar vooral noten en bonen, bevatten echter tot aanzienlijk grotere hoeveelheden fosfaat en kalium dan vlees. Het is dus zeker zinvol om naar plantaardige voeding te kijken vanuit het perspectief van nierpatiënten.

Naar aanleiding van de reacties op haar artikel zijn eerdere studies over dit onderwerp nog eens op een rij gezet door professor Steiber. Zij beschrijft haar bevindingen in Renal and Urology News van december 2011. Zijn er heldere conclusies te trekken? Er zijn drie kleine studies over het onderwerp beschikbaar.

Een onderzoek dat in 2009 gepubliceerd werd (J Ren Nutr. 2009;19:389-395) belicht een mogelijk risico van sojaconsumptie. 36 peritoneaal dialyse-patiënten werden aselect ingedeeld in een onderzoeksgroep die voor 8 weken op een soja-dieet ging, en een controlegroep. Na 8 weken vonden de onderzoekers geen significant verschil in de fosfaatwaarden van het bloedserum van sojagroep en de controlegroep. In de sojagroep werd echter wel een significante daling van 17% gezien van de stollingsfactor IX in het bloed. Stollingsfactor is een bloedeiwit dat samen met de bloedplaatjes de bloedstolling reguleert. Dat is een delicaat evenwicht, want te weinig stolling betekent een bloedingsrisico en te veel stolling een tromboserisico.

In een tweede kleine studie (J Med Food. 2006;9:368-372) vergeleken de onderzoekers het effect van soja met wei-eiwit bij HD-patiënten. Zij werden door het lot verdeeld over een sojagroep (7 personen) en een weigroep (9 personen). Na 4 weken werden bloedwaarden van alle deelnemers vergeleken met hun eigen waarden voor aanvang van het onderzoek. De meeste waarden waren niet significante veranderd. De creatininewaarden in de wei-groep waren echter wel significant gedaald. En de concentratie geoxideerd LDL-cholesterol was in de sojagroep met 31% gedaald, tegenover 11% toename bij de weigroep.

In 2008 ten slotte werden de resultaten gepubliceerd van een longitudinale studie onder 41 patiënten met diabetes mellitus type 2 en nefropathie (Diabetes Care. 2008;31:648-54). De patiënten waren verdeeld over een sojagroep en een controlegroep. De studie duurde vier jaar. De sojagroep gebruikte geen puur plantaardig dieet, maar veel minder dierlijke eiwitten dan de controlegroep. Deze kleine gerandomiseerde klinische studie toonde significant verhoogd cardiovasculaire risico’s aan geassocieerd met sojaconsumptie. Dat betreft glucose-, cholesterol-, triglyceride- en CRP-waarden, en het eiwit- en creatininegehalte in de urine.

Alledrie de studies hebben hun beperkingen in omvang en/of kwaliteit van de onderzoeksopzet. Bovendien hebben ze maar heel beperkt betrekking op het effect van sojaconsumptie op fosfaat- en kaliumspiegels. De enige heldere conclusie is dan ook de meest getrokken onderzoeksconclusie ter wereld: nadere studie is nodig.

Vooralsnog, zo schrijft professor Steiber in Renal and Urology News, is er geen reden voor nierpatiënten om gebruik van soja te vermijden. Wél beveelt zij zorgvuldige monitoring van stollingsparameters aan bij patiënten die grote hoeveelheden soja in hun dieet inpassen.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 06-12-2011
Bron: Renal And Urology News | Nog geen reacties




De maatschappelijk werker is er voor iedereen

In de eerste gesprekken die medisch maatschappelijk werker Laura Haasdijk met patiŽnten voert vragen mensen zich af waarom ze naar de maatschappelijk werker moeten. Het voelt alsof er iets met ze aan de hand is. Terwijl het maatschappelijk werk tot het standaard aanbod hoort bij een nierziekte, net zoals de diŽtiste, verpleegkundige en de dokter. Onlangs hebben de maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de nefrologie hun visie op wat zij doen en hoe ze willen werken vastgelegd in de zogeheten kwaliteitsstandaarden. Deze zijn voor iedereen gratis te downloaden.

'Het kost altijd eventjes, misschien wel een paar gesprekjes, voordat mensen gaan ervaren wat maatschappelijk werk kan betekenen. Je hebt heel vaak een klein stukje weerstand te overwinnen,' vertelt Haasdijk. Zij werkt in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is voorzitter van de Vereniging Maatschappelijk Werk Nefrologie. Haar werk is eigenlijk tweeledig, zo legt ze dat aan patiŽnten uit. Een nierziekte heeft heel veel invloed op je gewone leven. Een maatschappelijk werker kan je op weg helpen met praktische dingen, en ook psychosociale ondersteuning bieden.

Lees meer »

De regie over je leven krijgen kan je leren »

De regie over je leven met een chronische ziekte krijgen, dat kan je leren. Zelfmanagement is het toverwoord.

Lees meer »

Andreas Vesalius en zijn fascinatie voor de nier »

In de 16e eeuw was de medische wetenschap nog steeds gebaseerd op de wijsheid van de klassieke oudheid. Wetenschappers uit dit verre verleden bepaalden nog altijd hoe er over het menselijk lichaam werd gedacht. Ruim 2000 jaar lang waren de bevindingen van Aristoteles over de medische wetenschap onbetwist. Hoewel Aristoteles en later zijn volgeling Galenus (Grieks/Romeins arts 129-199 n.Chr.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier