Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Voeding en dieet bij kinderen met een nierziekte

Door Renate van der Werf 

Hoe zorg je ervoor dat kinderen en jongeren zich aan hun dieet houden? En wat doe je als kinderen door hun ziekte en dieet zo'n afkeer van eten hebben gekregen dat ze helemaal niet meer willen eten? Gelukkig zijn er diëtisten die de ouders en het kind kunnen begeleiden. Ze gaan met elkaar in gesprek en kiezen samen een passende behandeling om de nierfunctie zo lang mogelijk stabiel te houden.

De achteruitgang van de nierfunctie is soms te vertragen door te letten op voeding. Minder zout eten is bijvoorbeeld voor alle nierpatiënten belangrijk. Als de nieren bijna niet meer werken (nierfalen) of er zijn ernstige hartproblemen krijgt de nierpatiënt vochtbeperking als advies. Voor volwassenen en kinderen met een andere chronische nierschade is voldoende drinken juist belangrijk, net als voor gezonde mensen. Dan gaat het uitplassen van afvalstoffen beter.

Zoals hierboven beschreven heeft eten en drinken veel invloed op een chronische nierziekte. Wat kunnen de gevolgen zijn bij kinderen tussen 0-2 jaar met nierproblemen:

  • Een opname in het ziekenhuis;
  • Andere voeding is noodzakelijk;
  • Soms is zelfs sondevoeding nodig;
  • Angst en onzekerheid bij ouders en kind;
  • In lengte kan de groei stagneren, omdat er ondervoeding kan ontstaan. Bij sommige nierziekten is er dan ook meer voeding nodig dan gemiddeld.

Bij kinderen jonger dan twee jaar kan het 'anders' moeten eten en drinken een zeer grote belasting voor ouders zijn. De samenwerking tussen de nefroloog, diëtist en ouder/kind is in deze fase daarom essentieel om tot een goed resultaat te komen. De diëtist kan adviezen geven aan de ouders om hun in deze nieuwe situatie zo goed mogelijk te helpen en te begeleiden. Het gevoel als ouder dat je er niet alleen voor staat, kan voor rust en vertrouwen zorgen.

In de leeftijdscategorie twee tot zeven jaar krijgen kinderen een eigen wil en gaat een kind naar de peuterspeelzaal, dagopvang en uiteindelijk naar school. Kinderen met nierproblemen kunnen misschien niet altijd meedoen aan de dagelijkse activiteiten, omdat ze te weinig energie hebben. Dit kan bij het kind leiden tot boosheid en/of verdriet. Belangrijk is dat de juf of meester leert omgaan met het kind met nierziekte. Dit betekent alert zijn, maar het kind niet in een uitzonderingspositie plaatsen. Daarnaast ligt er voor de medeleerlingen een 'mooie' taak om het kind met nierproblemen, indien nodig, te helpen zodat ze betrokken zijn bij de situatie.

Een aantal aandachtspunten in deze leeftijdsfase kunnen zijn:

  • Kinderen kunnen zich gaan verzetten tegen de inname van medicatie;
  • Hoe gaat school om met de medicatie?
  • Kinderen gaan meer energie gebruiken, omdat ze naar school gaan en aan sport doen. Wat betekent dit voor het dieet?
  • Essentieel is het koken zonder zout.

Een goede tip kan zijn kinderen steeds meer te betrekken bij het dieet door samen te koken of gerechten en informatie op te zoeken op internet.

In deze leeftijdsfase zeven tot twaalf jaar zien kinderen meer de logische verbanden. Maar kinderen gaan ook meer beseffen dat ze 'anders' zijn door hun eventuele beperkingen, het gebruik van medicatie en het achterlopen in de groei. Het is dan ook belangrijk signalen op te merken, zowel door ouder als diëtist, als het kind emotionele problemen krijgt. Openheid en vragen stellen, kunnen ervoor zorgen dat het kind zijn situatie beter begrijpt en leert relativeren.

Een voordeel van deze leeftijd is, dat de kinderen meer verantwoordelijkheid aan kunnen. Je kunt samen eetafspraken maken en ze kunnen leren wat 'verkeerde' voeding voor gevolgen heeft voor hun nieren.

Vanaf twaalf jaar kan een kind steeds meer abstract denken en het leert op volwassen niveau te denken en te handelen. De reden van de dieetbehandeling kan in deze fase goed uitgelegd worden. De diëtist (en natuurlijk ook de ouder) kan de puber benaderen met behupl van motivational interviewing. Dit is een directieve en persoonsgerichte gespreksstijl met als doel verandering en gewenst gedrag te bevorderen. Hierbij wordt het kind gestimuleerd om zelf (mede) verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen situatie. Vragen die bij deze methode gebruikt worden, zijn:

  • Wat wil jij?
  • Waar heb jij behoefte aan?

Elke leeftijdsfase heeft dus een andere benadering nodig. Dit geldt voor ouders met gezonde kinderen, maar voor ouders met kinderen met nierproblemen wordt gevraagd om nog bewuster om te gaan met voeding. Dit is ook de reden dat een diëtist een goede steun kan zijn als het gaat om kinderen met een nierziekte en hun specifieke dieet.

sterren Gepubliceerd: vrijdag 20-03-2020 | Nog geen reacties




Weer grote prijs voor Martin de Borst

De Groningse nefroloog Martin de Borst, ontving zaterdag 6 juni de Stanley Shaldon Award for Young Investigators van de ERA-EDTA, de European Renal Association-European Dialysis and Transplant Association. De prijs, die bestaat uit onder andere een bedrag van 10.000 euro, werd uitgereikt tijdens het jaarlijkse ERA-EDTA congres dat dit jaar, vanwege de corona-pandemie, online plaatsvond in plaats van in Milaan.

Het onderzoek van De Borst richt zich op het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor patiënten met chronische nierschade. In diverse nationale en internationale onderzoekssamenwerkingen onderzoekt hij hoe ontregelingen in bot- en mineraalhuishouding, onder andere door een tekort aan magnesium en een teveel aan fosfaat, bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten bij nierpatienten. Ook is hij een van de leiders van een door de Nierstichting gefinancierd landelijk onderzoek naar het effect van kaliumsupplementen als mogelijke behandeling voor nierfunctie verlies.

Een belangrijk deel van het onderzoek voert De Borst uit binnen TransplantLines, een grootschalig biobank-onderzoek van het UMCG waarin veel gegevens worden verzameld van donoren en getransplanteerden. Deze informatie is van grote waarde om bijvoorbeeld beter te begrijpen hoe afstoting ontstaat – hierover publiceerde &

Lees meer »

Helft Nederlanders heeft keuze vastgelegd in donorregister »

Op 2 januari 2020 stond 49 procent van de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder geregistreerd in het Donorregister. Dat zijn 6,9 miljoen mensen, 556 duizend meer dan op 2 januari 2019. De toename van het aantal toestemmingen met of zonder donatiebeperking is meer dan de jaren daarvoor. Het aantal mensen dat expliciet geen toestemming voor orgaandonatie geeft, nam ook meer toe dan de jaren daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van het CBS en het Donorregister.

Lees meer »

Wisselwerking: Levende donatie na covid-19 »

'Kun je nog donor zijn als je corona hebt gehad?' Dat vroeg Carla zich in lichte paniek af. Zij werkt in de thuiszorg en liep als een van de eersten COVID-19 op tijdens de verzorging van een van haar cliënten. Een relatief milde variant, hoewel de koorts door haar lijf gierde. 'Gelukkig was er geen ziekenhuisopname nodig, zoals bij Boris Johnson', zegt ze nu.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier