Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij

Door Redactie NierNieuws 

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling.

Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten. Om het tot LBCT te schoppen moet een studie daarnaast ook tot resultaten geleid hebben die volgens de beoordelende wetenschappelijke commissie bijzonder genoeg zijn om uitgelicht te worden. Vanuit Cambridge zijn twee studies naar ANCA-vasculitis ingestuurd die hiervoor zijn geselecteerd. ANCA-vasculitis is een auto-immuun ontstekingsziekte van de kleine bloedvaten, waarbij het lichaam specifieke antistoffen vormt. Omdat kleine bloedvaten overal in het lichaam voorkomen, kan de ziekte zich op verschillende plekken manifesteren, maar de nieren zijn relatief vaak aangedaan.

Het eerste abstract behandelt de RITAZAREM-studie, waarin onderzocht is wat beter werkt als therapie om terugval te voorkomen: rituximab of azathioprine. Een terugval is helaas niet ongewoon bij patiënten bij wie een aanval van ANCA-vasculitis succesvol behandeld is. En omdat elke opvlamming schade kan aanrichten, is voorkomen beter dan genezen. In deze studie kreeg een deel van de patiënten eens in de vier maanden een infuus rituximab (totaal vijf keer) en evenveel andere patiënten kregen dagelijks azathioprine. 

Na de looptijd van 20 maanden hadden elf van de 85 patiënten die rituximab kregen, toch een opvlamming van de ziekte gehad. Maar in de groep die azathioprine kreeg, waren dat er 32, bijna drie keer zo veel. Onder de gebruikers van azathioprine waren ook nog eens meer ernstige terugvallen. Bovendien bleken de patiënten die met rituximab behandeld werden minder vaak ernstige bijwerkingen te ervaren. Een uitgebreidere analyse geeft zicht op welke patiënten het meest profiteren van een behandeling met rituximab.

Maar alsnog geven alle therapieën tegen ANCA-vasculitis risico op bijwerkingen, ook al zijn die lang niet allemaal even ernstig. Hoe algemener het gegeven medicijn ingrijpt op het immuunsysteem, hoe groter de kans dat er ergens een bijwerking optreedt. Daarom loopt er een blijvende zoektocht naar afweeronderdrukkende medicijnen die maar een deel van het immuunsysteem plat leggen. Dat geldt niet alleen voor ANCA-vasculitis, maar voor alle aandoeningen waarbij het immuunsysteem betrokken is.

De tweede LBCT met betrekking tot ANCA-vasculitis ging hierover: 330 patiënten kregen ofwel prednison, ofwel het nieuwe middel avacopan, in beide gevallen gevolgd door cyclofosfamide en azathioprine, of door rituximab. In tegenstelling tot in de hiervoor genoemde studie ging het bij deze ADVOCATE-trial niet om het voorkomen van een terugval, maar om het onderdrukken van een actieve ziekteperiode. Het was een fase-III studie, waarbij het doel is om na te gaan of het nieuwe middel ten minste niet slechter, en mogelijk beter is dan de bestaande behandeling.

Na een half jaar was in beide groepen patiënten bij ongeveer evenveel de ziekte tot rust gekomen. Toen kon geconcludeerd worden dat, in elk geval op die termijn, avacopan niet slechter werkt dan prednison. Een jaar na de start van de studie hadden sommige patiënten toch weer een terugval gehad. In de prednisongroep waren dat er wat meer. Prof. David Jayne, die bij beide studies betrokken is, stelt dat de voordelen van avacopan bij patiënten met ANCA-vasculitis en nierproblemen opvallend zijn, en volgens hem tolereren de deelnemers het medicijn ook goed. Dit kan goed nieuws zijn voor patiënten die veel bijwerkingen ervaren van hoge doseringen prednison.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 09-06-2020 | Nog geen reacties




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »

Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona »

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier