Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Verbetering behandeling membraneuze nefropathie na transplantatie

Door Merel Dercksen 

Amerikaanse onderzoekers komen tot de conclusie dat bij bijna de helft van de patiënten met membraneuze nefropathie de ziekte terugkeert in een getransplanteerde nier. Maar dat leidt niet altijd tot ernstige schade: behandeling is vaak mogelijk. 

De nierziekte membraneuze nefropathie kan terugkeren als een patiënt getransplanteerd is. Dan bestaat er het gevaar dat de nieuwe nier ook zijn functie verliest. Amerikaanse wetenschappers hebben onderzocht hoe vaak de aandoening terugkomt en wat het verloop daarbij is, zowel wat betreft de klachten als hoe het nierweefsel er onder de miscroscoop uitziet. Daarbij hebben ze ook het effect van een specifieke behandeling bepaald.

Aan het onderzoek hebben 63 patiënten meegedaan die zeker membraneuze nefropathie hadden, dat was op basis van een biopt vastgesteld. Alle patiënten waren getransplanteerd toen het onderzoek startte. De onderzoekers hebben hen enkele jaren gevolgd. Van de getransplanteerde nieuwe nieren namen ze een biopt als het transplantatieprotocol dat voorschreef, of als de bloedwaarden daar aanleiding toe gaven. Aan het specifieke beeld dat membraneuze nefropathie onder de microscoop geeft, konden de onderzoekers zien of de aandoening terugkwam, of dat er bijvoorbeeld sprake was van een vorm van afstoting.

Het blijkt dat de ziekte vaak terugkomt: in deze groep patiënten bij bijna de helft. Meestal gebeurde dat in het eerste jaar na transplantatie. Patiënten die voor de transplantatie veel eiwit verliezen met de urine, blijken de hoogste kans op terugkeer te hebben. Ook degenen met een specifiek soort antilichamen in hun bloed (tegen de fosfolipase A2-receptor) lopen een verhoogd risico op terugkeer.

De aandoening lijkt bij terugkeer in de transplantaatnier wel wat minder ernstig dan in de eigen nieren: bij dertien patiënten zagen de onderzoekers geen verergering van de klachten, en bij twee verdween het specifieke microscopische beeld in het nierweefsel zelfs. Bij zeventien anderen werden de klachten wel steeds erger, en zij werden daarvoor behandeld met antilichamen tegen CD20-lymfocyten, een bepaald soort witte bloedcellen. Bij vrijwel al deze patiënten had dat een beetje tot zelfs veel effect. Bij een deel van deze patiënten was na afloop van de behandeling ook weer in een biopt te zien, dat het beeld van het nierweefsel normaliseerde.

In dit onderzoek ging helaas ook een aantal getransplanteerde nieren verloren. En hoewel bijna de helft daarvan te maken had met de teruggekeerde membraneuze nefropathie, zien de onderzoekers na een statistische analyse toch geen verband tussen ziekteterugkeer en overleving van de nieuwe nier. De overlevingskansen van de transplantaatnieren verschilden niet van die van een grotere controlegroep getransplanteerde patiënten die oorspronkelijk cystenieren hadden.

sterren Gepubliceerd: maandag 11-01-2016
Bron: Transplantation | Nog geen reacties




Moeilijk transplantabel? Nieuwe opties in zicht

Een klein deel van de nierpatiënten is hoog geïmmuniseerd. Dat betekent veel antistoffen in het bloed en daarmee nauwelijks kans op een transplantatie. Dialyse is dan vaak de enige optie. Maar… er is een computerprogramma ontwikkeld, dat mogelijk uitkomst biedt. Het is gebaseerd op het bestaande cross-overprogramma en er zijn extra opties ingebouwd voor het vinden van een (bijna) passende match met nierpatiënten met veel antistoffen.

Op dit moment wordt dit systeem alleen voor patiënten van het Erasmus MC ingezet. Erasmus MC is in gesprek met de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) om het programma,  Computerised Integration of Alternative kidney Transplantation (CIAT), landelijk in te zetten. Meer weten? Lees de nieuwste Wisselwerking, het tijdschrift van de Nierpatiënten Vereniging Nederland. U kunt het blad lezen door een gratis proefnummer aan te vragen, een abonnement te nemen of lid te worden van de NVN. Bij leden en abonnees ligt het nieuwe exemplaar op donderdag 15 oktober op de mat.

Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E »

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden. Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »


Verbetering behandeling membraneuze nefropathie na transplantatie





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier