Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Urinemarker toch niet zo geschikt voor onderscheid nierziektes

Door Gerard Kok 

De hoeveelheid CD80 die in de urine van nierpatiënten zit, blijkt toch niet zo'n goed diagnostisch hulpmiddel als eerst wel werd gedacht. Uit eerder onderzoek was naar voren gekomen dat CD80 in de urine wellicht als 'diagnostische marker' kon worden gebruikt, maar uit recent Japans onderzoek blijkt dus toch van niet.

De Japanse onderzoekers onderzochten 65 urinestalen van 55 nierpatiënten met verschillende nierziekten, zoals MCD (Minimal Change Disease), FSGS (Focale Segmentale GlomeruloSclerose), secundair nefrotisch syndroom (als gevolg van iets anders, bijvoorbeeld drugsgebruik) of het syndroom van Alport. Deze ziektebeelden zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. Van 10 patiënten werden twee stalen genomen, de tweede op een moment dat de ziekte een ander karakter had gekregen (bijvoorbeeld achteruit was gegaan). Daarnaast dienden 30 gezonde proefpersonen ter controle.

Er waren duidelijke verschillen in de hoeveelheid CD80 die in de urine werd aangetroffen. Bij de controlegroep, en patiënten waarbij de ziekte rustig was, was die hoeveelheid laag, in tegenstelling tot bij de andere patiënten. Bij hen was die hoeveelheid hoog. Tussen de verschillende ziektebeelden was echter geen duidelijke lijn te trekken. De onderzoekers denken dat de hoeveelheid CD80 in de urine eerder gerelateerd is aan de schade aan de podocyten (die onderdeel zijn van de wand van de nierfilters), dan aan de onderliggende aandoening. Hoe meer schade, hoe hoger ook de hoeveelheid CD80.

Volgens de onderzoekers is de hoeveelheid CD80 in de urine dus geen goed diagnostisch hulpmiddel. De onderzoekers erkennen wel dat het onderzoek nogal klein is van opzet.

sterren Gepubliceerd: donderdag 27-12-2018
Bron: Scientific Reports | Nog geen reacties




Mini-niertjes in een kweekschaaltje

Door Anne Schijvens - Een interview met onderzoeker Jitske Jansen uit het Radboudumc Amalia Kinderziekenhuis in Nijmegen over haar onderzoek naar organoïden. Meer achtergrondinformatie over dit onderzoek is recent gepubliceerd in het tijdschrift Pediatric Nephrology en is HIER te lezen.

Jitske is in 2016 gepromoveerd aan de Radboud Universiteit en heeft gedurende twee jaar aan de Universiteit Utrecht gewerkt als postdoc-onderzoeker waar zij onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van de biologische kunstnier. Jitske is sinds april 2018 werkzaam als postdoc-onderzoeker bij de afdelingen kindernefrologie en pathologie onder begeleiding van dr. Michiel Schreuder, kindernefroloog en dr. ing. Bart Smeets, senior onderzoeker.

Organoïden, wat zijn dat eigenlijk?
Jitske vertelt: 'Organoïden zijn mini-orgaantjes in een kweekschaaltje.' In het geval van Jitske gaat het om mini-niertjes die in het laboratorium zijn gekweekt uit stamcellen. Jitske vervolgt: 'Het bijzondere aan organoïden is, dat er 3D-nefronen worden gevormd, weliswaar nog niet volledig volwassen weefsel, maar het uiterlijk en de werking komt steeds dichterbij een echt orgaan.'

Lees meer »

Burung Manyar, een reddende vogel in Indonesië »

Vandaag, donderdag 14 maart, is het World Kidney Day, met als thema toegankelijke zorg voor iedereen. In Nederland maakt het niet uit of je veel geld en contacten hebt of niet, iedere nierpatiënt komt in principe in aanmerking voor dialyse en transplantatie. Uiteraard wel alleen als dat medisch noodzakelijk en mogelijk is. Maar in veel andere landen is het niet zo vanzelfsprekend dat de beste zorg voor iedereen bereikbaar is.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier