Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Urine ongeschikt om fosfaatinname te bepalen

Door Merel Dercksen 

De hoeveelheid fosfaat in een portie 24-uurs urine is volstrekt onbetrouwbaar om te bepalen hoeveel fosfaat een nierpatiënt met de voeding heeft binnengekregen en daaruit heeft opgenomen, stellen Amerikaanse onderzoekers.

Fosfaat is een van de stoffen die mensen met een verminderde nierfunctie minder goed kunnen uitscheiden. Door middel van beperking van de inname (dieet) of door remming van de opname uit de voeding met medicijnen kan de fosfaatbelasting binnen de perken gehouden worden.

Als je wilt weten hoeveel fosfaat iemand binnen krijgt, kun je die persoon natuurlijk vragen om nauwkeurig bij te houden wat hij of zij heeft gegeten. Voor een dag is dat prima, al sluipen er vaak slordigheidjes in, maar het is ondoenlijk om steeds weer elke hap te noteren. Vandaar dat de hoeveelheid fosfaat in de urine gebruikt wordt om te bepalen hoe groot de inname, of in elk geval de opname van fosfaat uit de voeding geweest is. Maar hoe betrouwbaar en nauwkeurig die methode is, dat is de vraag.

Onderzoekers uit Indiana (VS) hebben twee weken lang van acht nierpatiënten dagelijksgemeten hoeveel fosfaat er in hun urine zat. De hoeveelheden fosfaat en calcium die de deelnemers met hun eten binnen kregen waren in deze onderzoekssetting strak afgepast. En wat blijkt? De uitscheiding van fosfaat fluctueert enorm. Zowel tussen de deelnemers als per deelnemer over de tijd waren er forse verschillen.

De betrouwbaarheid van de hoeveelheid fosfaat in een enkele 24-uurs hoeveelheid urine is zelfs uiterst onbetrouwbaar: die leidde bij de ene patiënt tot een onderschatting van de inname van bijna 100% en bij de andere tot een overschatting van tegen de 70%. Metingen aan twee 24-uurs monsters, dus van verschillende dagen maar met dezelfde inname, verhoogde de betrouwbaarheid wel, maar het blijft wankel.

De onderzoekers zien eigenlijk alleen een relatie tussen uitscheiding en de hoeveelheid fosfaat die het lichaam vasthoudt, niet met inname via de voeding. 

sterren Gepubliceerd: maandag 25-06-2018
Bron: Clinical Journal of the ASN | Nog geen reacties




Wat doet een diŽtist?

Door Brechje van Adrichem - Het vak van diëtist is de laatste decennia veranderd, door digitalisering, veranderingen in de zorg en door voortschrijdend inzicht. Profilering en specialisatie speelt een steeds grotere rol; de diëtist is een proactieve paramedicus.

Een diëtist kan voor mensen met een nierziekte heel veel betekenen. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de diëtist bij ondervoeding, afvallen voor een transplantatie, voedingstoestand verbeteren na transplantatie of het verbeteren van bepaalde bloedwaarde(n) om achteruitgang van de nierfunctie trachten te vertragen of voorkomen. Ook in de laatste levensfase (bij het stoppen van een dialysebehandeling of bij een conservatief beleid) kan een diëtist hulp bieden.

Ik denk dat onze grootste taak behandelen (en voorkomen) van ondervoeding is, dit omvat ongeveer 90% van het patiëntencontact, zeker bij toenemende vergrijzing. Een gemiddelde dag van een diëtist omvat patiëntgebonden taken, dit is ongeveer 70% van de tijd en niet-patiëntgebonden taken, dit is ongeveer 30% van de tijd. Bij niet-patiëntgebonden taken kun je bijvoorbeeld denken aan bijhouden van vakliteratuur. Mijn dag start altijd met een 'kopje kalium'. Tijdens dit kopje koffie, bekijk ik mijn mail en screen of er nieuwe aanvragen zijn, welke ik voor vandaag moet inplannen en welke ik later kan inplannen. Soms is het nodig om nog even te overleggen.

Lees meer »

Cross-overmatching kan effectiever »

De meest gebruikte Amerikaanse algoritmes om cross-overtransplantatieketens uit te rekenen gaan er tot nu toe van uit dat elke transplantatie in de keten ook doorgang vindt. Recent onderzoek suggereert echter dat er meer transplantaties kunnen worden gedaan als deze algoritmes ermee rekening houden dat de ketens ook kunnen breken.

Lees meer »

Een stukje leeft door na je dood »

'Moira wil zondag nog een keer naar je vader toe. Ik denk dat dat een goed idee is. Dan kunnen we je moeder ook meenemen. Misschien is het wel de laatste keer.' Ik knik. 'Zondag moet ik naar een afspraak die ik niet kan afzeggen. Ik ga maandag. Renée gaat dan waarschijnlijk ook mee. Fijn dat jullie mijn moeder meenemen.' Mijn vader is al een poos ernstig ziek. Door Alzheimer is hij van een vrolijke Amsterdamse rouwdouwer met een blanke pit, veranderd in een zielig hoopje mens.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier