Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Toestand netvlies voorspelt risico nierschade na scan

Door Gerard Kok 

Franse onderzoekers hebben mogelijk een nieuwe methode ontdekt om te voorspellen of een patiënt met acuut coronair syndroom (ACS) die een CT-scan ondergaat met een jodiumhoudend contrastmiddel, acute nierschade (Acute Kidney Injury - AKI) zal ontwikkelen. Een lage dichtheid van de vaatjes in het netvlies is volgens hen een belangrijke aanwijzing dat een patiënt AKI zal krijgen.

Problemen met het hart die veroorzaakt worden door een tekort aan bloed in de kransslagaders, zoals een hartinfarct of instabiele angina pectoris, worden samengevat met de term 'acuut coronair syndroom'. Voor de diagnose van ACS wordt doorgaans een CT-scan gemaakt, om een goed beeld te krijgen van de staat van de kransslagaders. Hierbij wordt een contrastmiddel gebruikt, waardoor de bloedstroom beter zichtbaar wordt. Sommige van die contrastmiddelen bevatten jodium. Inmiddels is echter duidelijk dat een significant gedeelte (10 - 20% volgens het artikel dat de onderzoekers hebben geschreven) van de patiënten die een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend krijgen, als gevolg daarvan acute nierschade oplopen. Dat is ernstig. Niet alleen betekent dat ziekenhuisopname, maar ook neemt de risico op vroegtijdig overlijden toe.

Uiteraard wordt al voor het maken van de scan getracht het risico op AKI te verkleinen, door andere contrastmiddelen te gebruiken, maar die komen vaak met hun eigen bijwerkingen. En omdat niet helemaal duidelijk is waarom jodiumhoudende contrastmiddelen soms AKI veroorzaken, is niet altijd goed te voorspellen of iemand een hoger risico loopt. Daarom wordt een patiënt ook ná het toedienen van contrastvloeistof gevolgd om tijdig te bepalen of iemand op weg is om AKI te ontwikkelen. Er bestaan al enkele vragenlijsten waarmee een inschatting kan worden gemaakt van het risico, zoals de GRACE score (die een schatting geeft van het risico op overlijden na een half jaar), of de Mehran score (die een schatting geeft van de kans op nierschade). Maar ook deze scores zijn niet waterdicht.

De Franse onderzoekers stellen nu dat een lage vaatdichtheid in het netvlies een belangrijke aanwijzing is dat iemand AKI aan het ontwikkelen is. De methode die hiervoor gebruikt wordt, 'OCT-A' (Optical Coherence Tomography Angiography) is snel, en niet invasief. Voor het onderzoek bepaalden de onderzoekers bij 216 patiënten binnen 48 uur na het injecteren met contrastvloeistof de vaatdichtheid van het netvlies. Die bleek bij patiënten die later AKI ontwikkelden beduidend lager. Vooral in combinatie met de GRACE en Mehran score bleek deze vaatdichtheidswaarde een goede voorspeller.

Het doen van een OCT-A meting bij ACS-patiënten die een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend hebben gekregen, blijkt dus een goed instrument om het risico op AKI in te schatten, zeker in combinatie met andere scores. Weliswaar is dit onvoldoende om deze vorm van AKI te voorkomen, maar het is zeker een stap in de goede richting. Wel kent het onderzoek nog enkele beperkingen: zo was het aantal deelnemende patiënten relatief laag, en ook was het niet altijd mogelijk om patiënten naar de ruimte met de OCT-A scanner te vervoeren.

sterren Gepubliceerd: donderdag 06-06-2019
Bron: Nature Scientific Reports | Nog geen reacties




Wisselingen in Maastricht

Twee grote veranderingen bij de afdeling nefrologie in Maastricht: prof.dr. Karel Leunissen is met emeritaat gegaan en prof.dr. Jeroen Kooman is benoemd tot nieuwe directeur van EDLAB, het UM-instituut voor onderwijsinnovatie.

Bij zijn afscheid van het Maastricht UMC+ is internist-nefroloog prof.dr. Karel Leunissen benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Tevens is hij onderscheiden met de Maastricht UMC+ penning. Leunissen is sinds 1984 tot aan zijn emeritaat in juni 2020 in dienst geweest van het academisch ziekenhuis Maastricht en de Universiteit van Maastricht. Hij is begonnen als jonge internist-nefroloog, waarbij hij nog nauw betrokken is geweest bij het opzetten van het niertransplantatieprogramma in Maastricht. Vervolgens is hij bevorderd tot universitair hoofddocent en later tot vakhoogleraar en opleider Nefrologie. Vanaf 1998 was hij, binnen de afdeling Interne geneeskunde van het Maastricht UMC+, hoofd van de onderafdeling Nefrologie.

Naast zijn vakinhoudelijk werk heeft Leunissen zich uitgebreid bezig gehouden met onderwijs. Zo was hij bijvoorbeeld vice-decaan en portefeuillehouder onderwijs van de (toenmalige) Faculteit der Geneeskunde, en directeur van het Stafdirectoraat Zorg en Leren. Een andere nefroloog met onderwijsbloed is prof.dr. Jeroen Kooman. Hij is per 1 september benoemd tot nieuwe directeur van EDLAB, het UM-instituut voor onderwijsinnovatie.

Lees meer »

Wiskundig model maakt schatting van druk in nierfilters »

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Didier Collard over het onderzoek naar het meten van druk in de nierfilters in het Amsterdam UMC. Didier heeft een bachelor wiskunde en natuurkunde gedaan, gevolgd door een master mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam. Via de zij-instroom is hij daarna geneeskunde gaan studeren en hij heeft inmiddels zijn opleiding tot arts afgerond.

Lees meer »

Weer grote prijs voor Martin de Borst »

De Groningse nefroloog Martin de Borst, ontving zaterdag 6 juni de Stanley Shaldon Award for Young Investigators van de ERA-EDTA, de European Renal Association-European Dialysis and Transplant Association. De prijs, die bestaat uit onder andere een bedrag van 10.000 euro, werd uitgereikt tijdens het jaarlijkse ERA-EDTA congres dat dit jaar, vanwege de corona-pandemie, online plaatsvond in plaats van in Milaan.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier