Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Te veel vertekening in studie depressie nierpatiŽnten

Door Shanty Sterke 

Er wordt wel gedacht dat een depressie bij een nierpatiënt moeilijker te behandelen is dan een depressie bij iemand zonder chronische ziekte ernaast. Maar is dat ook zo? Dat vragen de Amerikaanse psycholoog Daniel Cukor en nefroloog Paul Kimmel zich af in een artikel in Clinical Journal of the American Society of Nephrology.

Kan het zijn dat symptomen die het gevolg zijn van de nierziekte invloed hebben op de depressie? En werken antidepressiva anders bij deze patiënten?

Om antwoord op deze vragen te vinden beschouwen ze een recent onderzoek naar de behandeling van depressie met het antidepressivum sertraline bij patiënten met chronisch nierfalen. De studie was goed ontworpen, goed uitgevoerd en de therapietrouw was uitstekend. De deelnemers werden verdeeld in twee vergelijkbare groepen. De patiënten in de ene groep kregen sertraline en die in de andere groep een nepmiddel. Zowel de onderzoekers als de patiënten wisten niet tot welke groep ze behoorden. Opmerkelijk genoeg, bleek er geen verschil te zijn tussen de groep die behandeld was met het antidepressivum en de groep die het nepmiddel kreeg.

De auteurs geven er een aantal verklaringen voor. Meer dan veertienduizend patiënten kwamen in aanmerking om deel te nemen aan het onderzoek, maar uiteindelijk deden er slechts zo’n tweehonderd mee. Omdat de deelnemende groep naar verhouding zo klein was, kan het zijn dat de resultaten van het onderzoek vertekend zijn. Mogelijk verschillen de mensen die wel meededen aan het onderzoek in belangrijke mate van de patiënten die niet mee wilden doen. Het is niet duidelijk waarom zo’n groot aantal mensen niet mee wilde doen aan het onderzoek.

Een andere verklaring is de manier waarop werd vastgesteld of iemand een depressie had. Daarvoor hadden de onderzoekers een vragenlijst gebruikt waarop de patiënt moest aankruisen hoe vaak of hoe ernstig depressieve symptomen waren. De lijst bevatte vragen over slaap, somber voelen, eetlust, seksueel functioneren en dergelijke. Hoe hoger de score op de vragenlijst, hoe ernstiger de depressieve symptomen. Maar het gebruik van zo’n vragenlijst om bij patiënten met een chronische ziekte de ernst van de depressie in te schatten is lastig. Want veranderingen in eetlust en slaap kunnen ook het gevolg zijn van de nierziekte zelf of van de bijwerkingen van medicijnen. Minder eetlust hoeft dus niet per se te duiden op een depressie.

De effectiviteit van antidepressiva bij een matige depressie, bij verder gezonde mensen, staat al langere tijd ter discussie. Antidepressiva zouden alleen helpen bij een ernstige depressie. Maar in dit onderzoek deden geen patiënten met een ernstige depressie mee en ook geen patiënten met stadium 5 nierfalen. Dus of een depressie bij een nierpatiënt moeilijker te behandelen is dan een depressie bij iemand zonder chronische ziekte ernaast, weten we nu eigenlijk nog niet.

De auteurs pleiten ervoor dat andere behandelingsopties bestudeerd moeten worden, zoals individuele cognitieve gedragstherapie. Zowel bij niet-nierpatiënten als bij nierpatiënten zijn er eerder al veelbelovende resultaten geboekt. Met als extra voordeel: geen bijwerkingen. Deze therapie gaat ervan uit dat de psychische klachten in stand worden gehouden door negatieve gedachten en gevoelens. Door het onderzoeken en veranderen van die gedachten zouden de psychische klachten afnemen.

Cukor en Kimmel zien dit voor zich in een groot nationaal onderzoek waaraan meerdere ziekenhuizen meewerken. Met een grote groep patiënten met chronisch nierfalen en een depressie, van licht tot ernstig. Geen antidepressivum versus nepmiddel, maar versus gedragstherapie, en dan kijken welke het meest effectief is

sterren Gepubliceerd: maandag 07-05-2018
Bron: Clinical Journal of the ASN | Nog geen reacties




Shunts uit het laboratorium weer stap verder

Drie jaar geleden publiceerde het Amerikaanse bedrijf Humacyte over shunts die ze in het lab gekweekt hadden en waarmee de eerste studies bij mensen waren afgerond. Inmiddels is het bedrijf verder.

De ontwikkeling van 'nieuwe' bloedvaten heeft hemodialysepatiënten met slechte vaten als doelgroep, maar ook bijvoorbeeld patiënten die een ernstig ongeluk hebben gehad. Het bedrijf maakt gebruik van mallen: kleine buisjes van biologisch afbreekbaar materiaal. Hierop brengen ze bloedvatcellen aan van overleden donoren. De mallen met cellen worden in een speciale vloeistof met voedingsstoffen bewaard en doorgespoeld. De donorcellen zorgen ervoor dat er een 'echte' vaatwand ontstaat, die vooral uit collageen bestaat. Tegelijkertijd wordt de mal afgebroken. 

Collageen is een lichaamseigen stof, die vorm en stevigheid geeft. De functie is vergelijkbaar met die van de stalen draagconstructie bij staalskeletbouw. Als die staat heb je nog geen huis, maar de vorm is wel zichtbaar en alles wat verder nodig is voor de bouw, kan op het 'skelet' worden aangebracht. Als de donorcellen de afbreekbare mal hebben omgezet in een gekweekt bloedvat, spoelen de onderzoekers alle menselijke cellen eraf zodat alleen het collageen overblijft. Hierdoor kan er geen afweerreactie optreden tegen de cellen van de donor wanneer het vat wordt ingebracht bij een patiënt.

Lees meer »

Een goede voedingstoestand: van levensbelang! »

Door Anneke van Egmond en Wesley Visser - Dialyse is een levensreddende behandeling maar heeft grote negatieve gevolgen voor de voedingstoestand. Ondervoeding is een probleem bij dialysepatiënten. Protein Energy Wasting (PEW) is de term om de toestand van afgenomen spier- en vetmassa bij chronische nierziekte te beschrijven. Dit is een hyperkatabolische toestand die leidt tot spiermassaverlies.

Lees meer »

Betere vaattoegang door bijzonder hormoon en 'prednisolonbubbels' »

Voordat de hemodialyse start moet er eerst een goede toegang tot de bloedbaan worden gemaakt. Dit is een chirurgische ingreep waarbij een ader en een slagader aan elkaar verbonden worden. Een zogeheten arterio-veneuze fistel of een shunt. Na zo’n operatie duurt het zo’n twee tot drie maanden voordat de ader stevig en dik genoeg is om aan te prikken. Maar helaas in bijna zestig procent van de gevallen worden de bloedvaten niet dik genoeg.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier