Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Sorting by other

Door Brenda de Coninck 

DEEL 4 - Als ik 's morgens wakker word in het bed van mijn jongste dochter, waar ik logeer, kriebelt het een beetje in mijn buik. Vandaag is de grote dag: ik word om half acht 's ochtends verwacht in het UMCG voor een baselineonderzoek dat een hele dag in beslag zal nemen. Eten mag ik niet, maar wat langer op mijn ontbijt wachten vind ik geen probleem - ik drink een lekker kopje kruidenthee.

De locatie van de onderzoekskamer staat keurig in mijn brief beschreven, maar toch duurt het even voor ik hem vind en ben daardoor een paar minuten te laat. Als ik de deur zie waar ik naar binnen moet, registreer ik een teken dat waarschuwt voor radioactiviteit. Ik neem een grote hap lucht en stap naar binnen.

Ik word allervriendelijkst ontvangen door twee doktersassistenten. Hoewel ik tijdens het lopen in de lege gangen het gevoel had de enige te zijn die zo vroeg op moest, blijk ik een van de laatsten die binnenkomen. Links en rechts liggen mensen aan slangen en pompen en kletsen er vrolijk op los. Na het wegen, krijg ik een plekje bij het raam.

Het principe is simpel: ik word aangesloten op een kastje met pomp, waar radioactieve vloeistof in zit, moet flink drinken en elke anderhalf uur plassen. De urine wordt opgevangen en onderzocht. De mate waarin de radioactiviteit door mijn nieren uitgescheiden kan worden, is één van de pijlers om mijn nierfunctie te kunnen bepalen. Die moet meer dan 30% zijn om aan dit onderzoek mee te mogen doen.

Nadat ik mij heb gesetteld, krijg ik meer oog voor de mensen om mij heen. Ze zijn over het algemeen ouder dan ik. Eén van hen is flink jonger en ligt aan een pomp. Wat zou ze hebben? Cystenieren, net als ik? Als ik haar vraag waarom ze hier ligt, krijg ik een antwoord dat ik niet verwacht: ze ligt hier omdat ze donor is voor haar zwager. Daar word ik even stil van. Deze jonge vrouw gaat door vervelende onderzoeken heen, heeft een zware operatie in het vooruitzicht en doet dat allemaal voor een ander. Het duurt even voordat het altruïsme dat daarmee gepaard gaat, tot me doordringt. Ze ligt er ontspannen bij en lijkt het allemaal niet zo bijzonder te vinden wat ze doet. Ze praat vooral over haar zwager die het zo moeilijk heeft en niet over haar eigen traject. 'Sorting by other' noemen ze dat in NLP-land: een mens primair gericht op de ander, in tegenstelling tot mensen die 'sorting by self' zijn.

Terwijl ze doorpraat, merk ik dat ik ondertussen nadenk over mijn situatie. Mijn man heeft ooit beloofd dat hij zijn nier aan mij afstaat, mocht dat nodig zijn. Zou hij datzelfde doen voor mijn schoonzus? Zou ik hetzelfde doen voor mijn schoonzus? Ik heb de neiging om meteen 'ja' te roepen: natuurlijk! Maar een stemmetje in mijn hoofd fluistert: 'Oh ja? Weet je dat zeker Brenda? Onder narcose gaan, terwijl je dat zo eng vindt? In je laten snijden om een gezond orgaan uit je lichaam te laten halen? Met maar één nier doorleven? Littekens overhouden die nooit meer weggaan? En wat als de ontvanger slecht met mijn nier omgaat? Zou je het wel zo 'natuurlijk' doen?'

Ze merkt er niets van, maar in mijn hoofd buig ik diep voor deze jonge vrouw en besef voor het eerst dat nierdonoren veel te weinig aandacht krijgen in het traject van geven en nemen. Ik kijk naar buiten en zie de zon glinsteren tegen de ramen en op de struiken. Als ik aan mijn man denk, word ik warm van binnen. Hij krijgt vanavond een extra dikke pakkerd.

sterren Gepubliceerd: zaterdag 11-08-2012 | Reacties (2)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck
    06-09-2012 08:47

    Dag Jacques,

    Wat een prachtig compliment! Hartelijk dank daarvoor. En dát uit de mond van een schrijver :-) Mijn dag is weer goed!

  • Jacques, naaldwijk
    14-08-2012 08:49

    Brenda.
    Met veel interesse en tegelijk grote bewondering heb ik wederom alle stukjes op de site gelezen. Knap hoor, je schrijft uit het hart.
    Groetjes,
    Jacques




K(r)ater

Hé, wat is dat nou? Ik wrijf met mijn vinger wat foundation over mijn linker neusvleugel. In de spiegel zie ik een holletje in mijn huid waar de foundation niet in glijdt. Als ik er nog een keer overheen ga, is het weg. Ik besteed er verder geen aandacht aan. Tot de volgende dag, als het patroon zich herhaalt. Dan bekijk ik de plek heel precies. Vreemd, denk ik. Volgens mij is dit niet goed. En meteen zie ik weer de ijzige tante voor mij - een jonge arts die meer dan een jaar geleden voorspelde dat ik huidkanker zou krijgen. 'Het kan vijf jaar duren, of tien jaar, maar u krijgt het.' Daarna wilde ik niet meer naar haar terug. Maar misschien gaat ze wel gelijk krijgen, denk ik peinzend.

Lees meer »

Het lot is je niet altijd goed gezind »

“Geachte mevrouw De Coninck, Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.” ‘Zie je wel.

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier