Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Rituximab net zo goed als ciclosporine bij membraneuze nefropathie

Door Merel Dercksen 

B-cellen (een bepaald type witte bloedcel) spelen een rol bij het ontstaan van de nierziekte membraneuze nefropathie (MN). Omdat het medicijn rituximab specifiek op B-cellen aangrijpt, leek het Amerikaanse onderzoekers niet onvoorstelbaar dat dit net zo goed werkt voor patiënten met MN als ciclosporine. Ze hebben dit onderzocht in de MENTOR-studie.

In totaal 130 patiënten met een eiwitverlies met de urine van minimaal 5 gram per dag, dat is een forse hoeveelheid, en een niet al te slechte nierfunctie, hebben meegedaan aan de studie. Zij kregen ofwel twee keer een infuus met rituximab, wat zo nodig na zes maanden herhaald werd, ofwel een jaar lang dagelijks een capsule ciclosporine. Na een en na twee jaar hebben de onderzoekers bekeken hoeveel patiënten geen eiwitverlies meer hadden en bij hoeveel het niet verdwenen was, maar wel verminderd.

Na het eerste jaar was er bij 60% van de patiënten die rituximab had gekregen, sprake van een gedeeltelijke of volledige afname van het eiwitverlies. In de groep patiënten die ciclosporine gebruikten was dat bij 52% het geval. Nog een jaar later was het aantal patiënten dat baat had gehad bij rituximab gelijk gebleven, maar bij degenen die met ciclosporine behandeld werden was het gedaald naar 20%. In deze laatste groep waren bovendien meer ernstige bijwerkingen opgetreden.

De onderzoekers concluderen dat, om een vermindering van het eiwitverlies te bewerkstelligen bij patiënten met membraneuze nefropathie, rituximab niet inferieur is aan ciclosporine over een behandelperiode van een jaar. En als de patiënten twee jaar gevolgd worden, is het zelfs effectiever.

Recent Engels onderzoek had als resultaat dat rituximab, hoewel het een dure behandeling is, door de effectiviteit op termijn niet duurder is dan de standaardbehandeling met prednison en cyclofosfamide. In de Nederlandse richtlijn voor de behandeling van membraneuze nefropathie, die uit 2013 dateert, wordt rituximab al wel genoemd, maar als experimentele behandeling.

sterren Gepubliceerd: maandag 15-07-2019
Bron: The New England Journal of Medicine | Nog geen reacties




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij »

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling. Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier