Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Prachtig weer en koele karnemelk

Door Brenda de Coninck 

‘Zullen we het doen? Dan gaan we op de trein. Het is mooi weer en dan kunnen we vanmiddag lekker een terrasje pakken.’ ‘Gaat dat dan wel?’ Mijn man kijkt mij hoopvol aan. ‘Tuurlijk. Het gaat de laatste paar dagen steeds beter. De medicatie is verlaagd, ik zit alweer bijna op het gewicht van vóór de operatie en mijn buik is een stuk platter. Zwolle is een leuke stad. Ik heb er echt zin in.’     

Sinds een paar dagen ervaar ik een omslag. Eergisteren kon ik zonder problemen boodschappen doen en gisteren liepen we - weliswaar in een slakkengangetje - toch maar even 7 kilometer in een natuurgebied, zonder te hoeven stoppen.

We parkeren de auto bij het station en stappen voor het eerst sinds maanden - wellicht zelfs jaren - in de trein. Wat de kaartjes hebben gekost druk ik maar even weg. Vandaag voelt aan als vakantie. Aangekomen in de stad lopen we in een normaal tempo langs winkels, over een markt, door kleine straatjes, om uiteindelijk terecht te komen bij een biologische, piepkleine supermarkt annex restaurant. De Frans aandoende gietijzeren tafeltjes en stoeltjes staan voor het raam op straat, gedecoreerd met witte kleedjes en bloemen en ook binnen staan vier tafels opgesteld. Zwarte schoolborden in de etalage zijn beschreven met wit krijt, diverse producten aanprijzend die ik juist moet vermijden: rauwmelkse kazen en aanverwant lekkers. Goed opletten dus wat ik straks bestel.

‘Hier. Dit lijkt mij een lekker plekje’ zegt mijn man en gaat zitten op een stoel die in de schaduw staat. ‘Ik heb best wel trek. Waar heb jij zin in?’ Ik neem aan de andere kant van de tafel plaats en kijk naar hem, terwijl hij zijn zomerjack over de stoel hangt en een diepe zucht slaakt. ‘Een lekker koud glas karnemelk, daar heb ik wel zin in’ zegt hij, terwijl hij de kaart van de tafel pakt om het assortiment te bekijken. Hij heeft het de laatste weken maar te verduren gehad, vind ik. Terwijl hij rondliep met een energie waar hij bergen mee wilde verzetten, kon ik hem niet bijbenen en vertraagde daarmee de leuke dingen die hij wilde doen. Hij klaagde niet, maar was altijd opgewekt en bemoedigend. Dat we hier nu zo zitten, vind ik bijna nog leuker voor hem dan voor mij.

‘Dat wil ik ook wel. Ik heb hier eerder een broodje schapenkaas gegeten. Ik vraag mij wel af of het gepasteuriseerde kaas is, anders mag ik het niet.’ ‘Kom.’ Hij staat op. ‘Dan gaan we even naar binnen en het vragen. Ik weet nog niet wat ik wil en dan kan ik meteen even kijken wat er nog meer is.’ Met een heerlijk notenbroodje met gepasteuriseerde schapenkaas, rucola en abrikozenchutney (nog maar kort geleden uit den boze vanwege het hoge kaliumgehalte), lopen we weer naar buiten. De karnemelk wordt iets later geserveerd in dikke glazen en is koud en romig. Ik neem een hap van mijn broodje en doe even mijn ogen dicht. De zuurdesem, gecombineerd met zoete rozijnen, noten, en zachte schapenkaas is een goddelijke combinatie. Als ik mijn ogen open doe, voelt het echt alsof ik op een vakantieadres zit. De straat waarin we zitten doet een beetje denken aan grootmoeders tijd. Fietsers komen af en aan en soms passeert een auto. We zitten lekker ‘mensen te kijken’ en hebben de grootste lol samen.

‘Volgende week moet de JJ-katheter eruit, daar zie ik toch wel tegenop’ zeg ik als mijn broodje half op is. ‘Ik had niet verwacht dat Marnix zo streng zou zijn over een dikke week verschil.’ Zes weken na de transplantatie is onze trouwdag. Omdat we dan een lang weekend naar Schiermonnikoog gaan, dacht ik handig te zijn en verzette de afspraak naar de dag waarop we de boot opgaan. Daarvóór kon ik dan nog even langs het ziekenhuis, was mijn redenatie. Ik had bovendien gelezen dat dat wel kon, lang(er) met zo’n katheter rondlopen. ’Dat is niet verstandig’ zei Marnix stellig toen ik hem dat vertelde tijdens een polibezoek. Zijn vriendelijke toon verraadde tegelijkertijd volharding. ‘Mocht de urineleider verstopt zitten of iets anders aan de hand zijn, dan loop je daar te lang mee door.’

‘Ik lees wisselende verhalen op de besloten niergroepen van Facebook’ begin ik. ‘De een vindt het een fluitje van een cent en de ander klaagt steen en been. Dan had meneer Sterk het maar makkelijk met de katheter die de vierde dag spontaan uit zijn buik viel.’ ‘Ik snap het’ knikt mijn man. ‘Het lijkt mij ook geen pretje. Maar ja, dat ding moet eruit en als ik Marnix zo hoor, valt het wel mee.’ ‘Ik hoop het maar’ zeg ik en neem een slok van mijn koele, dikke karnemelk.

Een paar uur later zitten we moe maar voldaan weer in de trein op weg naar huis. ‘Héé! Marnix heeft gebeld! Hij staat op de voicemail. Verdikkeme, dat heb ik in de stad niet gehoord, dat hij afging.’ Gespannen bel ik op. ‘Hallo, met Marnix. De uitslagen zijn bekend en het ziet er prima uit. De Prograftspiegel is wel wat te hoog, dus stel ik voor dat je vanaf maandag ’s ochtends en ‘s avonds een pil minder neemt. Ik zie je weer over twee weken. Een fijn weekend.’ Klik.

Ik staar een beetje afwezig voor mij uit, met op mijn mond een brede grijns. ‘Ik mag minder Prograft slikken’ zeg ik blij en kijk mijn man aan die in een stoel tegenover mij zit. Hij steekt lachend zijn hand op voor een high-five, die ik met een klets beantwoord. Lekker.

Het gaat de goede kant op.

sterren Gepubliceerd: zaterdag 07-04-2018 | Nog geen reacties




Oprecht medeleven

Daar gaan we dan. Ik moet er eerst voor zorgen dat ik haar in de auto krijg. De overstap van de rolstoel naar de voorbank is al een onderneming op zich. Ze heeft bijna geen kracht meer in haar spieren en houdt de deur en het dak van de auto vast als steun- en leunpunt. ‘Ik vind het gewoon eng om je moeder zo te zien stunten. Op een dag gaat het mis en valt ze naast de auto’ had mijn man een keer gezegd toen ze met een plof op de voorstoel terechtkwam. En ook nu zie ik haar dat doen. ‘Zo, ik zit’ zegt ze monter. Klagen doet ze niet, ondanks alle ellende. Ik doe de deur naast haar dicht en ga aan de slag met de rolstoel. Als die opgevouwen achterin ligt, rijden we weg, richting Amsterdam.

Aangekomen in de centrale hal van het academische ziekenhuis voelt het weer als vanouds, hoewel er behoorlijk wat veranderd is sinds ik zeven jaar geleden vertrok naar het UMCG om mee te doen aan het DIPAK-onderzoek. Om mij heen zie ik nieuwe winkels, balies en restaurants. Het ene ontwerp is nog mooier dan het andere. De laatste keer dat ik hier was, zetelde de afdeling nefrologie in de kelder; nu moeten we weer met de lift naar boven. Waarom afdelingen toch zo vaak verhuizen is mij een raadsel, denk ik als ik in de lift sta.

Lees meer »

Hoezo 'mijn' UMCG? »

‘Ah! Kijk, daar kun je je inschrijven voor ‘mijn UMCG’. Hè, eindelijk. Dan kan ik net als jij de uitslagen meteen zien als ik thuiskom. Bij jou vind ik dat ook altijd zo top, als je terugkomt uit Amsterdam. Kom, laten we er meteen naartoe gaan.’ Met mijn pas en een big smile neem ik plaats achter een van de opgestelde tafels met computer. Een jongedame aan de andere kant loodst mij door het inlogprogramma heen. Mijn man kijkt over mijn schouder mee.

Lees meer »

Een stukje leeft door na je dood »

'Moira wil zondag nog een keer naar je vader toe. Ik denk dat dat een goed idee is. Dan kunnen we je moeder ook meenemen. Misschien is het wel de laatste keer.' Ik knik. 'Zondag moet ik naar een afspraak die ik niet kan afzeggen. Ik ga maandag. Renée gaat dan waarschijnlijk ook mee. Fijn dat jullie mijn moeder meenemen.' Mijn vader is al een poos ernstig ziek. Door Alzheimer is hij van een vrolijke Amsterdamse rouwdouwer met een blanke pit, veranderd in een zielig hoopje mens.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier