Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Op zoek naar het zwarte friemeltje

Door Brenda de Coninck 

‘Tjonge, wat duurt het lang.’ Naast mij hoor ik een zucht. ‘Tja’ zegt mijn man ietwat gelaten. ‘Er zal wel een spoedgeval tussendoor zijn gekomen.’ ‘Dat zal me dan een spoedgeval zijn’ zeg ik en kijk voor mij uit. Even is het stil. Na een paar minuten bladeren in een oude Libelle leg ik hem weer terug op de leestafel. ‘Zouden ze mij vergeten zijn? Dat kan toch? Dan wachten we hier voor niks.’ ‘Vast niet’, stelt hij mij gerust. Weer is het stil. En dan, na 45 minuten ‘over tijd’, ben ik het zat en loop naar de balie, waar de receptioniste aan het werk is. ‘Goedemorgen mevrouw. Is de arts mij wellicht vergeten? Ik heb een afspraak om 11:00 uur en het is nu 11:45 uur.’ De receptioniste kijkt wat verbaasd op. ’Nee hoor, ze lopen een beetje uit. U bent zo aan de beurt.’z

‘Ze lopen een beetje uit’ zeg ik met opgetrokken wenkbrauwen als ik terug ben. Mijn man grinnikt en schudt zijn hoofd van links naar rechts, terwijl hij naar zijn voeten kijkt. ‘Het is toch wat hè’ zeg ik wat verbolgen. ‘Ze kunnen dat toch even melden?’ Hij knikt. ‘En ik ben al niet echt happig op dit onderzoek. Ik word er alleen maar nerveus van, van dat lange wachten.’ Hij legt zijn arm om mij heen. ‘Ga maar niet met me mee’ zeg ik ineens. ‘Dat zal wel niet mogen en bovendien doe ik het liever alleen.’ ‘Is goed. Houd je maar vast aan wat Marnix heeft verteld.’

‘Mevrouw De Coninck’. Een vrouw in een witte jas roept mijn naam. Ik sta op van de stoel en steek mijn vinger in de lucht zodat ze mij kan zien. ‘Succes’ zegt mijn man. Ik loop naar haar toe en ze geeft mij een hand. ‘Zo, de kamer is aan het einde van de gang.’ We lopen samen op. Binnengekomen zie ik een behandeltafel in het midden van een kleine ruimte. Links van de ingang staat een bureau met stoel. ‘Ik ga de spullen even pakken die we nodig hebben. Hier is een blauw hemd en u kunt u daar omkleden.’ Ze wijst naar een ruimte naast de behandelkamer. Als ik mij heb omgekleed, klim ik desgevraagd op de behandeltafel en ga liggen. Links van mij staat een monitor op een kleine tafel. De verpleegkundige is bezig om een steriele omgeving te creëren en legt een groen papierachtig laken over mijn buik en bovenbenen heen. Ter hoogte van mijn heupen is een gat.

‘Is het een pijnlijke ingreep?’ Ik kijk haar hoopvol aan. ‘Nee hoor, dat valt heel erg mee. U heeft geluk. We hebben vandaag een flexibele slang en dat is een stuk beter dan die andere waar we mee werken.’ Mijn hemel, denk ik. Waarom zou je niet altijd met een flexibele slang werken als je die tot je beschikking hebt? Vooral omdat het kennelijk minder vervelend is voor de patiënt? Maar ik vraag er niet om; het zal wel een organisatorische reden hebben. In plaats daarvan tel ik mijn zegeningen.

‘Heeft u het zelf weleens ondergaan?’ Dat zou mij wat meer geruststellen. Ik heb ooit een stuk gelezen over een arts die met opzet alle onderzoeken bij zichzelf liet uitvoeren waar hij patiënten mee behandelde om te weten hoe het voor iemand is om die te ondergaan. Hij ging ver en liet zelfs een bronchoscopie toe, uitgevoerd door een medestudent in opleiding. Dat vond ik wel héél dapper. ‘Nee’ zegt ze verontschuldigend en lacht. ‘Maar ik hoor vaak dat het meevalt.’

Als ze klaar is, komt plotseling de arts binnen. ‘Ha’ zeg ik spontaan. ‘U leek mij een aardige man toen ik u vanmorgen in de gang zag lopen. Dat heeft u in ieder geval al mee’ grap ik. Eigenlijk is dit een poging een beetje contact met de beste man op te bouwen, al is het maar voor even. Hij haalt straks geen splinter uit mijn vinger, maar een JJ-katheter uit mijn nier, via mijn blaas. Dan is het toch wel fijn als je een beetje prettig contact hebt met de man die dat gaan doen. De conversatie komt echter niet op gang. Hij pakt de flexibele slang en ik houd mij schrap voor wat komen gaat. ‘Ik doe er een beetje gel omheen’ zegt hij en ineens…. Hóppa: de slang zit in mijn blaas. Werkelijk n i k s van gevoeld!

Hij draait het scherm links van mij naar mij toe en ik ben een dankbare toeschouwer. Wat ik zie vind ik mooi om naar te kijken: mijn blaas. Zachtroze en doorspekt met kleine bloedvaatjes. De uroloog beweegt de slang heen en weer en de sluitspier komt in beeld, keurig bijeengepakt, blakend in het licht van de ingebouwde lamp. ‘Voor zover ik dat kan beoordelen, ziet het prima er uit’ zeg ik opgelucht. ‘Werkt u in de gezondheidszorg?’ De arts kijkt mij even aan. ‘Ik werk als hypnotherapeut in mijn eigen praktijk en heb in de verpleging gewerkt’ zeg ik zonder hoop op aansluiting. Hoewel steeds meer (kinder)artsen, tandartsen en verpleegkundigen hypnotherapie toepassen in de reguliere gezondheidszorg, kleeft er nog altijd iets ‘alternatiefs’ en ‘zweverigs’ aan. Ook al laten verschillende evidence based onderzoeken zien dat hypnotherapie werkt, is het voor de meeste artsen nog altijd ‘not done’ om dat openlijk te beamen of zelfs maar te accepteren.

En dan gaat het snel, heel snel. Terwijl ik nog op zoek ben naar een zwart friemeltje dat volgens mij uit een gat in mijn blaas zou moeten hangen, trekt de arts ineens de flexibele slang terug. Iets wat ik opnieuw niet voel. ‘Hè? Is het nu al klaar?’ Ik moet er appelig uitzien, met mijn grote ogen en open mond. ‘Ja, dat was het’ zegt hij vrolijk en gaat zitten achter het bureau om papieren in te vullen. ‘Dat heeft u goed gedaan’ zeg ik dankbaar. ‘We doen het samen’ is zijn welgemeende antwoord.

‘Zo, u kunt zich daar weer aankleden’ zegt de verpleegkundige vriendelijk. In de kleedkamer realiseer ik mij dat de ingreep nog geen twee minuten geduurd heeft. Het klaarmaken van de tafel met mij erop heeft de meeste tijd in beslag genomen. Na een ‘Dankjewel’ en ‘Werk ze nog vandaag’ loop ik de gang op, terug naar de grote wachtkamer. Mijn man veert op als hij mij ziet. ‘Dat stelde écht niets voor’ zeg ik opgelucht. ‘Daar had ik mij nou niet druk over hoeven maken.’

Heerlijk. Is dat ook weer voorbij ;-)

sterren Gepubliceerd: vrijdag 04-05-2018 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Denice, Borne
    04-05-2018 12:03

    Fijn dat u er niks van gevoeld heb ik heb me uroloog ook in het umc groningen en me nefroloog ook zijn beide super fijn vooral me nefroloog de uroloog ken ik nog niet super goed omdat ik hem net nieuw heb maar hij denkt altijd wel erg goed mee

    Groetjes denice




Oprecht medeleven

Daar gaan we dan. Ik moet er eerst voor zorgen dat ik haar in de auto krijg. De overstap van de rolstoel naar de voorbank is al een onderneming op zich. Ze heeft bijna geen kracht meer in haar spieren en houdt de deur en het dak van de auto vast als steun- en leunpunt. ‘Ik vind het gewoon eng om je moeder zo te zien stunten. Op een dag gaat het mis en valt ze naast de auto’ had mijn man een keer gezegd toen ze met een plof op de voorstoel terechtkwam. En ook nu zie ik haar dat doen. ‘Zo, ik zit’ zegt ze monter. Klagen doet ze niet, ondanks alle ellende. Ik doe de deur naast haar dicht en ga aan de slag met de rolstoel. Als die opgevouwen achterin ligt, rijden we weg, richting Amsterdam.

Aangekomen in de centrale hal van het academische ziekenhuis voelt het weer als vanouds, hoewel er behoorlijk wat veranderd is sinds ik zeven jaar geleden vertrok naar het UMCG om mee te doen aan het DIPAK-onderzoek. Om mij heen zie ik nieuwe winkels, balies en restaurants. Het ene ontwerp is nog mooier dan het andere. De laatste keer dat ik hier was, zetelde de afdeling nefrologie in de kelder; nu moeten we weer met de lift naar boven. Waarom afdelingen toch zo vaak verhuizen is mij een raadsel, denk ik als ik in de lift sta.

Lees meer »

Hoezo 'mijn' UMCG? »

‘Ah! Kijk, daar kun je je inschrijven voor ‘mijn UMCG’. Hè, eindelijk. Dan kan ik net als jij de uitslagen meteen zien als ik thuiskom. Bij jou vind ik dat ook altijd zo top, als je terugkomt uit Amsterdam. Kom, laten we er meteen naartoe gaan.’ Met mijn pas en een big smile neem ik plaats achter een van de opgestelde tafels met computer. Een jongedame aan de andere kant loodst mij door het inlogprogramma heen. Mijn man kijkt over mijn schouder mee.

Lees meer »

Een stukje leeft door na je dood »

'Moira wil zondag nog een keer naar je vader toe. Ik denk dat dat een goed idee is. Dan kunnen we je moeder ook meenemen. Misschien is het wel de laatste keer.' Ik knik. 'Zondag moet ik naar een afspraak die ik niet kan afzeggen. Ik ga maandag. Renée gaat dan waarschijnlijk ook mee. Fijn dat jullie mijn moeder meenemen.' Mijn vader is al een poos ernstig ziek. Door Alzheimer is hij van een vrolijke Amsterdamse rouwdouwer met een blanke pit, veranderd in een zielig hoopje mens.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier