Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

'Oorsprong antistoffen maakt veel verschil bij transplantatie'

Door Merel Dercksen 

Nierpatiënten met veel antistoffen zijn lastiger te transplanteren dan patiënten zonder. Volgens onderzoekers van de University of Wisconsin (VS) maakt het voor het vervolg uit op wat voor manier de patiënt aan die antistoffen gekomen is. Zijn ze het gevolg van een eerdere transplantatie, dan verkorten ze de levensduur van de transplantaatnier sterker dan wanneer de patiënt ze aangemaakt heeft als reactie op een zwangerschap of bloedtransfusie.

Getransplanteerde nierpatiënten kunnen antilichamen aanmaken tegen de donornier, beter gezegd tegen eiwitten die zich bevinden op de cellen van het donororgaan. Dit kan leiden tot afstoting, en bemoeilijkt een volgende transplantatie. Een volgende nier van een donor die dezelfde eiwitstructuur op zijn cellen heeft, zal direct een reactie oproepen. Maar transplantatie is niet de enige manier waarop het immuunysteem deze antilichamen kan vormen. Ook bij een bloedtransfusie of tijdens een zwangerschap komt het afweersysteem in aanraking met cellen van anderen, waarna de vorming van antilichamen plaats kan vinden.

Sommige mensen zijn zo hoog geïmmuniseerd, of gesensibiliseerd, dat zij tegen 98% van de bevolking een reactie zullen hebben. Amerikaanse onderzoekers hebben een studie gedaan naar deze patiënten. Waar zij specifiek in geïnteresseerd waren: maakt het uit hoe de patiënt aan die antilichamen gekomen is, voor de invloed die de hoge immunisatie heeft op de levensduur van de getransplanteerde nier?

Ze hebben hiervoor gekeken naar alle patiënten in de Verenigde Staten die tussen 1997 en 2014 een nieuwe nier hebben gekregen, en hier degenen die zeer hoog geïmmuniseerd waren uitgehaald. Deze patiënten hebben ze ingedeeld naar de bron van de immunisatie: een eerdere transplantatie, een bloedtransfusie of een zwangerschap. 

Uit deze gegevens blijkt dat de overleving van de donornieren bij hoog gesensibiliseerde patiënten na tien jaar lager is dan bij patiënten die voorafgaand aan de transplantatie nog geen antistoffen hadden aangemaakt. Maar iets anders wat de onderzoekers zagen is opvallender: heel veel antistoffen als gevolg van een bloedtransfusie of een zwangerschap verhoogt het risico op verlies van de donornier weliswaar, maar als die antilichamen het gevolg zijn van een eerdere transplantatie is dat risico vele malen sterker verhoogd.

sterren Gepubliceerd: maandag 11-07-2016
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties




Doorzichtige organen als tussenstap naar printen

Onderzoekers in München zijn erin geslaagd organen doorzichtig te maken met behulp van een oplosmiddel. Doordat dit oplosmiddel de cellen wel laat zitten, kunnen ze vervolgens het orgaan op celniveau in beeld brengen. Dit beeld gebruiken ze om nieuwe organen te printen. De onderzoekers beginnen met een pancreas en hopen over vijf tot zes jaar nieren te kunnen printen op basis van deze techniek.

Het LUMC werkt met een oplosmiddel dat alle cellen van een orgaan weg wast, waarna alleen de collageenstructuur, het 'skelet', overblijft. Andere centra proberen organen te maken op basis van CT- en MRI scans. In München hebben ze nog een andere benadering. Ze hebben een oplosmiddel ontwikkeld dat een orgaan doorzichtig maakt, terwijl de cellen blijven zitten. Dit doorzichtige orgaan kunnen ze vervolgens scannen met lasertechniek, die zo nauwkeurig is dat ze elke cel kunnen zien zitten.

Op basis van het beeld dat deze microscopische scantechniek produceert, willen de onderzoekers eerst de structuur van het orgaan printen en het vervolgens injecteren met stamcellen. Ze hopen op deze manier eerst een werkende pancreas te maken en over vijf of zes jaar een nier. Als alles gaat zoals gepland zouden klinische studies met de geprinte organen een aantal jaar daarna kunnen starten.

Lees meer »

Medicijnen tegen afstoting stuk goedkoper na verlopen patent »

Nadat er generieke versies van de geneesmiddelen tacrolimus en mycofenolzuur op de Amerikaanse markt waren toegelaten, gingen de kosten die zowel patiënten als verzekeringsmaatschappijen voor deze medicijnen moesten maken, een stuk omlaag. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan de universiteit van Michigan.

Lees meer »

Kruisproef voor terugkeer FSGS na transplantatie »

Hoe kun je als onderzoeker een nieuw jaar beter beginnen dan met de wetenschap dat een subsidieaanvraag die je hebt ingediend, gehonoreerd is en dat je dus serieuze stappen in je werk kunt zetten? Dr. Rutger Maas, nefroloog in het Radboudumc in Nijmegen, kan zijn eerdere onderzoeken naar nefrotisch syndroom vanuit een vernieuwende invalshoek voortzetten. Maas is gespecialiseerd in ziekten van de glomeruli, de feitelijke nierfilters.

Lees meer »


'Oorsprong antistoffen maakt veel verschil bij transplantatie'





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier