Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Niet-erfelijke cystenieren door te veel cystenieren-eiwit

Door Albert de Vreede 

Cystenieren, een aandoening waarbij er steeds meer met vocht gevulde holtes in de nieren ontstaan, zijn meestal het gevolg van een genetische fout in het eiwit polycystine-1. Onderzoek in de Verenigde Staten heeft nu laten zien dat cystenieren bij muizen ook op een heel andere manier kunnen ontstaan. Het blijkt dat de niveaus van het eiwit polycystine-1 heel nauw luisteren. Een verhoging van de hoeveelheid polycystine-1 leidt ook tot het ontstaan van cystenieren.

In de studie hebben de onderzoekers het niveau van polycystine-1 veranderd, door in te grijpen in een van de complexe regelmechanismen in de cel. Ze hebben een klein, maar cruciaal regelmolecuul (miRNA-200) uitgeschakeld, met de verhoging van de hoeveelheid polycystine-1 en de vorming van cystenieren als gevolg.

De route om van de erfelijke informatie in het DNA naar een eiwit te komen is via RNA. De erfelijke informatie in het DNA is in elke cel van het lichaam hetzelfde. Maar in bijvoorbeeld een lever- of een niercel wordt van verschillende delen van het DNA een kopie in de vorm van RNA gemaakt. De RNA-kopie van het DNA bevat dezelfde informatie maar heeft een net iets andere samenstelling waardoor het ook weer relatief gemakkelijk afgebroken of niet meer actief kan worden.

Dat RNA wordt weer vertaald in eiwitten, zodat een lever- of niercel heel verschillende eiwitten kan bevatten. We hebben lang gedacht dat overschrijven van specifieke delen van het DNA in RNA dat dan weer vertaald wordt in eiwit, bepaalt of een cel bijvoorbeeld een lever- of niercel wordt. Dat is ook zo, maar de laatste jaren is duidelijk geworden dat de soorten en hoeveelheden van de eiwitten veel nauwer (op elkaar) worden afgestemd. Eén groep van stoffen die daar bij betrokken zijn, wordt gevormd door de kleine RNA-moleculen: de micro RNAs (miRNAs).

Deze RNA-moleculen zijn veel kleiner dan de RNA-moleculen waaruit eiwitten worden gemaakt. Ter vergelijking: het RNA dat vertaald wordt in het eiwit albumine, het belangrijkste eiwit in bloed dat in de lever wordt gemaakt, is ongeveer 2000 eenheden (nucleotiden) lang, terwijl micro RNAs slechts 19 tot 25 nucleotiden lang zijn. Deze micro RNAs spelen een grote rol bij de aanleg van de nier en het ontstaan van ziekten van de nier. De volgorde van die nucleotiden is steeds weer anders in de verschillende micro RNAs waardoor ze specifiek kunnen binden aan RNAs, die vertaald worden in eiwitten. De binding zorgt er voor dat die RNAs sneller worden afgebroken. Met als gevolg dat er minder van het eiwit aangemaakt kan worden, dat door vertaling van dat specifieke RNA wordt gevormd. De micro RNAs worden gemaakt uit langere RNA moleculen. Een van de eiwitten die bij de vorming van micro RNAs betrokken is, is het eiwit Dicer.

In dit onderzoek is bij muizen Dicer uitgeschakeld. Maar alleen in de cellen van de nierbuisjes en van de urineverzamelbuisjes. De uitschakeling van Dicer in de urineverzamelbuisjes heeft tot gevolg dat de meeste (drie kwart) maar niet alle muizen geboren worden met hydronefrose en hydro-ureter. Dit betekent letterlijk water in de nier en de urineleider waardoor de nier en urineleider opzwellen. In deze studie zijn de precieze oorzaken van hydronefrose en hydro-ureter niet verder onderzocht.

De aandacht is in deze studie gegaan naar het ontstaan van cystenieren bij deze muizen die zich ook ontwikkelen bij muizen die geen hydronefrose of hydro-ureter hebben. Tien dagen na de geboorte heeft al 75% van de muizen cystes ontwikkeld. Bij 35 dagen oude muizen zijn de cystes toegenomen in grootte en aantal en hebben bijna alle muizen cystes. De cystes ontstaan meestal uit cellen van de urineverzamelbuisjes en van de lus van Henle, maar niet uit de cellen van de proximale tubulus (het gedeelte van de nierbuisjes onmiddellijk na het nierfilter).

In het onderzoek is uitgezocht welke micro RNAs (miRNAs) er uitgeschakeld zijn in de nieren van deze muizen. Het blijkt vooral de miRNA-200 familie te zijn. Vervolgens is er gezocht welk RNA, dat vertaald wordt in een eiwit, daarbij hoort en normaal gesproken door de miRNA-200 familie sneller wordt afgebroken. Het blijkt het RNA te zijn dat vertaald wordt in polycystine-1. Doordat het miRNA-200 in veel mindere mate in de niercel aanwezig is, wordt er meer van het polycystine-1 aangemaakt en dat veroorzaakt het ontstaan van de cystenieren.

Fouten in polycystine-1 zijn meestal de oorzaak van het ontstaan van autosomaal dominante polycysteuze nierziekte (ADPKD). De meeste patiënten met cystenieren hebben ADPKD. Bij de muizen in dit onderzoek blijkt dat te veel polycystine-1 ook tot cystenieren kan leiden. Dit suggereert dat de hoeveelheid polycystine-1 nauwkeurig geregeld moet zijn. Als er iets fout gaat in de regulering van de nodige hoeveelheid polycystine-1 of als polycystine-1 door een fout niet meer goed functioneert, ontstaan er cystes. De rol van micro RNAs is om ervoor te zorgen dat eiwitten zoals polycystine-1, die essentieel zijn voor het goed functioneren van de niercel, op de juiste tijd tijdens de aanleg van de nier en in de juiste hoeveelheid aanwezig zijn.

sterren Gepubliceerd: woensdag 02-01-2013
Bron: Journal of the American Society of Nephrology | Nog geen reacties




Kinderen met cystenieren hebben vaak hoge bloeddruk

Hoge bloeddruk blijkt vaak voor te komen bij kinderen met cystenieren, zowel overdag als 's nachts. Ook bij kinderen die verder geen klachten hebben. Wel lijkt er een verband tussen hoe snel de cysten zich op de kinderleeftijd ontwikkelen en het risico op te hoge bloeddruk.

Cystenieren, specifiek ADPKD, is de meest voorkomende erfelijke nierziekte. Meestal geeft deze aandoening pas klachten als patiënten volwassen zijn. Maar soms treden er op kinder- of tienerleeftijd al symptomen op, zoals een hoge bloeddruk. Hoe vaak dat voorkomt is nog maar beperkt vastgelegd, omdat veel ouders die de aandoening zelf hebben, hun kinderen niet laten testen zolang die geen klachten hebben. De kinderen hoeven dan ook niet op te groeien in de wetenschap dat ze een ziekte hebben waar op dat moment niets aan te doen is.

Andere ouders laten hun kinderen juist wel testen, zodat ze er op tijd bij kunnen zijn als het kind klachten begint te krijgen. Van deze kinderen zijn dan vaak ook wel bloeddrukgegevens bekend. Een internationaal team onderzoekers heeft in 22 voornamelijk Europese behandelcentra gegevens verzameld van kinderen bij wie bevestigd was dat ze ADPKD hadden.

Lees meer »

Onderzoeksdeelnemers met cystenieren vooraf indelen voor meer effect »

Amerikaanse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om patiënten met erfelijke cystenieren in te delen naar ernst, op basis van beeldvormend onderzoek. Ze hebben deze methode getest op een groep patiënten uit een ander onderzoek. De indeling blijkt het mogelijk te maken die patiënten te selecteren bij wie de aandoening het snelst verergert, en bij wie daardoor ook het grootste effect van de onderzochte ingreep te zien is.

Lees meer »

Grotere kans op trombose bij verwijderen cystenieren tijdens transplantatie »

Met het oog op afstoting kan het geen kwaad in dezelfde operatie cystenieren te verwijderen en een donornier te plaatsen, zo blijkt uit recent Amerikaans onderzoek. Wel is er een hoger risico op trombose in de niervaten. Bij patiënten met polycysteuze nierziekte (Polycystic Kidney Disease - PCKD of ook wel PKD) ontstaan cysten (vochtblazen) in de nieren, die daardoor steeds slechter gaan functioneren. De ziekte is erfelijk.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier