Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Na-echoën

Door Brenda de Coninck 

‘Brenda, hoeveel weeg jij?’ Ik sta ontspannen voor de spiegel in de hal en ben bezig met mijn ochtendmake-up. Mijn moeder logeert bij ons en zit in de aangrenzende ruimte aan de eettafel. Haar blik rust op de zijkant van mijn lichaam. Ze ziet kennelijk wat ik al een poosje merk: ik dij uit. Mijn steeds groter wordende tweeling laat zich zien vanaf mijn middenrif tot aan de onderkant van mijn buik, alsof ik vijf maanden zwanger ben. Blij ben ik er niet mee, maar ja: het is niet anders.

Het is weer tijd voor mijn zes-wekelijkse bezoek aan het UMCG. Dit keer gaat de hele familie mee, omdat we Groningen vandaag combineren met een gezellig bezoekje aan onze jongste. Hoewel de poli-afspraak in de ochtend is en we dus zeeën van tijd hebben tot 17:00 uur, krijgen we toch niet zo veel ruimte om te shoppen: ik word om 13:20 uur verwacht bij de radiodiagnostisch laborant voor een buikecho, één van de vooronderzoeken die horen bij een transplantatietraject. De chirurg vatte de noodzaak voor dit onderzoek kernachtig samen: ‘Ik wil niet voor verrassingen komen te staan op de OK.’ Gelijk heeft ie.

Na wat gezoek (het UMCG is aan het verbouwen en dit deel van de afdeling Radiologie zit op een andere plek dan ik had verwacht) meld ik mij bij de balie. Een vriendelijke medewerkster neemt mij mee naar een ruimte met een onderzoekstafel, echoapparatuur en planken aan de muur, waarop allerhande materiaal klaarligt, zoals handdoeken en andere benodigdheden. ‘U kunt zich hier uitkleden’ wijst ze uitnodigend naar een kleedkamerachtige ruimte, schuin tegenover de onderzoekstafel. ‘De radiodiagnostisch laborante komt zo bij u.’

En daar lig ik dan, voor het zoveelste onderzoek. Even helemaal alleen. De kamer is diffuus verlicht en of het nou daardoor komt weet ik niet, maar ik merk dat de spanning zich een beetje aan het opbouwen is. Het is toch iedere keer weer spannend met welke boodschap ze komen: vaak is het een beetje beroerdigheid extra op de stapel die er al ligt.

Buiten de kamer hoor ik stemmen praten - een bedekt gemompel. Het versterkt het gevoel van alleen-zijn dat ik nu ervaar. De aanwezige kriebels in mijn buik worden onderbroken door geklop op de deur van een zuster die binnenkomt en uit een kast links van mij handdoeken pakt om een stapel op de plank rechts van mij aan te vullen. ‘Zo, dat is weer bijgevuld’ zegt ze opgewekt en vertrekt. Stilte.

En dan eindelijk - voor mijn gevoel eindelijk - komt de laborante binnen. Ze steekt krachtig haar hand uit, die ik even krachtig beantwoord. ‘Zo, u komt voor een buikecho’ is haar beginzin. ‘Ja’ zeg ik. ‘Ik had eigenlijk gehoopt dat je ook even mijn borsten zou meenemen.’ Ze kijkt mij ietwat verschrikt aan. ‘Nou nee, dat is niet gebruikelijk.’ Ze hapert even in haar handelingen. ‘Ziet u: op een echo zien we niet alles - geen kleine tumoren bijvoorbeeld - en we willen u niet blij maken, terwijl we niet zeker zijn van onze zaak. Voor een onderzoek naar de borsten gebruiken we een mammografie.’

Ach ja, denk ik: het was te proberen. Wat ze wellicht niet weet, is dat een mammografie óók niet alle kleine tumoren kan detecteren, vooral niet de agressieve. De uitslagen van mammografieën kunnen zelfs voor overbehandeling zorgen. Een onderzoek, gepubliceerd in de Lancet, laat bovendien dit zien: een groep vrouwen kreeg gedurende zes jaar een mammografie en werd vergeleken met een groep die de eerste vier jaar géén mammografie kreeg. Deze laatste groep kreeg de laatste twee jaar wél een mammografie. En wat bleek? Aan het einde van het onderzoek kwam borstkanker meer voor in de groep die zes jaar een mammografie had ondergaan, dan in de groep die vier jaar geen mammografie had ondergaan. Onderzoekers roepen het al jaren: straling die vrijkomt bij een mammografie kan na jaren van herhaling óók een oorzaak van borstkanker zijn (de schade van straling is cumulatief). Maar gek genoeg zijn het roependen in een hele grote woestijn. Het lijkt mij heel aannemelijk dat ze gelijk hebben. Daarom heb ik al een tijdje geleden besloten niet mee te doen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Ik controleer mijn borsten elke week - een betrouwbare methode volgens de International Journal of Health Services.

Ondertussen is de laborante begonnen mijn linker leverkwab te controleren. ‘Au!’ roep ik. ‘Het lijkt wel of er een steen in zit.’ ‘Ik druk op cystes’ is haar antwoord. ‘Dat vinden ze niet leuk’ zeg ik terwijl ik mij probeer te ontspannen door de pijn heen.

‘Gaat u nu maar even op uw linkerzij liggen, dan zakken de organen lekker naar beneden. Ja, en dan even uw arm omhoog.’ Ze drukt mijn rug tegen haar rechterzij aan en zoekt naar mijn galblaas. ‘Ja, daar is ie. Bij sommige mensen zit hij zo verstopt, dat ik hem niet kan vinden. Maar u bent lekker slank en goed te onderzoeken.’ ‘Nou’ is mijn antwoord: ‘Dat is dé opmerking van de dag!’ en grinnik terwijl ik denk aan het spiegelmoment van vanmorgen. Kennelijk scheelt het nogal met welk ‘oog’ je kijkt naar mensen.

Haar gezoek, gedraai en geduw is af en toe ronduit pijnlijk. Als ze mijn nieren ziet, zegt ze en passant dat ze die niet in één keer op het scherm krijgt en dat een cyste van mijn linkernier tegen mijn bekken rust. Zo, denk ik. Dáárom heb ik zo’n last van mijn linker heup na het hardlopen! Wauw… ik word er een beetje stil van. In mijn hoofd zie ik beelden van hoe het er bij mij van binnen uit moet zien. Het is inderdaad weer een beetje beroerdigheid erbij op de stapel die er al lag.

Jeetje: dit onderzoek echoot nog wel een poosje na…

sterren Gepubliceerd: vrijdag 19-08-2016 | Reacties (2)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    22-08-2016 15:50

    Beste Hans,

    Wat een práchtig idee! Als het zover komt dat mijn tweeling een broertje of zusje krijgen, zal ik dit in mijn achterhoofd houden. Je leest de brief vanzelf op NierNieuws ;-)
    Hartelijk dank voor je bemoedigende woorden.

  • Hans Dijkstra, Stiens
    22-08-2016 08:54

    Lieve Brenda,
    Ik heb je stukje weer gelezen en je hebt gelijk, je wordt er een beetje stil van en het echoot na. Dan denk je hoe het zou zijn als het mezelf betrof. Als alles volgens plan loopt wordt een veel te groot deel straks vervangen door een "vreemd" veel kleiner deel en je lichaam / organen moeten daar mee verder. Ik denk dat ik mijn eigen organen / lichaam ( een ) brief (brieven) zou schrijven ter voorbereiding. Een soort van in gesprek gaan maar dan op papier. Ik deel dit maar even met je. Schrijven kan je! En nog veel meer! Samen met je familie de kop er voor houden Bren!




Schiet mij maar lek

'Ben je niet bang Brenda?' Zijn vraag verrast mij. 'Bang? Waarvoor?' 'Nou, dat ik nu zo dicht bij mensen kom en dan eventueel iets mee naar huis neem.' Ik val even stil. Aan de andere kant van de lijn hoor ik het geruis van het asfalt duidelijker, nu hij even niets zegt. 'Tja… je doet wat je kunt, toch? Anderhalve meter buiten de auto, mondkapjes op in de auto, na de sessies alles laten doorluchten en desinfecteren. Wat kun je nog meer doen?' Ik kijk vanuit ons kantoor naar buiten en zie de takken en bladeren van de bomen zachtjes heen en weer wuiven. 'Misschien kun je als je thuiskomt even gaan douchen en je kleren buiten laten luchten? En ach, iemand met corona kan net zo goed langs mij heen lopen in de supermarkt en dan loop ik hetzelfde risico. Je weet hoe sommige mensen zijn tegenwoordig. En je moet toch weer een keer aan het werk.'

Het is een vreemde gewaarwording als we begin maart onze deuren moeten sluiten om corona het hoofd te bieden. Met zoveel tijd over, besluiten we lang uitgestelde klussen op te pakken, waaronder rommel opruimen. 'Ik kan de schuur bijna niet meer in. Als ik iets wil pakken, moet ik hem helemaal verbouwen' klaagt mijn man.

Lees meer »

Het kan altijd erger »

'Wat gaan we doen?' De ochtendzon gluurt langs de zijkant van de gordijnen en verlicht de slaapkamer een beetje. Mijn man zucht. 'Tja' begint hij: 'anderhalve meter afstand houden lukt niet in de auto. Dat betekent dat ik moet stoppen met de traumabegeleidingen.' Ik draai mijn hoofd terug en staar naar de vensterbank. 'Dat heeft nogal wat consequenties' zeg ik somber. Hij knikt. 'Ik krijg nu al afmeldingen en verzoeken om begeleidingen tijdelijk te stoppen.' Ik zucht.

Lees meer »

K(r)ater »

Hé, wat is dat nou? Ik wrijf met mijn vinger wat foundation over mijn linker neusvleugel. In de spiegel zie ik een holletje in mijn huid waar de foundation niet in glijdt. Als ik er nog een keer overheen ga, is het weg. Ik besteed er verder geen aandacht aan. Tot de volgende dag, als het patroon zich herhaalt. Dan bekijk ik de plek heel precies. Vreemd, denk ik. Volgens mij is dit niet goed.

Lees meer »


PHILIPS HD-11





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier