Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Minder kans op levende nierdonor bij lagere sociaal-economische status

Door Gerard Kok 

De vooruitzichten na een niertransplantatie zijn beter als de donornier afkomstig is van een levende donor, dan wanneer er sprake is van een donornier van een overleden donor. Daarom wordt transplantatie met een nier van een levende donor wel gezien als de 'gouden standaard', waar allen die voor transplantatie in aanmerking komen, gelijke toegang toe zouden moeten hebben. Uit recent onderzoek gedaan in het Verenigd Koninkrijk blijkt de toegang tot deze transplantaties voor sommige groepen beduidend slechter dan gemiddeld.

Het onderzoek van de artsen uit het Verenigd Koninkrijk was een prospectief onderzoek onder iets meer dan 2000 nierpatiënten die tussen november 2011 en maart 2013 een donornier kregen. 'Prospectief' betekent hier dat vooraf wél duidelijk was dat een deelnemer getransplanteerd zou worden, maar niet of dat met een donornier van een levende of overleden donor zou zijn. Deze vorm van onderzoek heeft wat minder last van externe factoren die de uitkomst van het onderzoek kunnen beïnvloeden, in tegenstelling tot 'retrospectief' onderzoek. Uitkomsten van prospectieve onderzoeken zijn daardoor meestal wat beter bestand tegen wetenschappelijke kritiek.

Terug naar het Engelse onderzoek. De verhouding levende donoren versus overleden donoren was ongeveer 40-60. Het gezondheidszorgsysteem in het Verenigd Koninkrijk lijkt behoorlijk op het Nederlandse; het is zodanig opgezet dat iedereen in gelijke mate toegang heeft tot die zorg, en de kansen op een donornier van een levende donor zouden daarom voor allen die op een transplantatie wachten min of meer gelijk moeten zijn.

Uit het Engelse onderzoek bleek dat dát toch duidelijk niet zo was. Vooral patiënten uit de lagere sociale klassen werden beduidend minder vaak getransplanteerd met een nier van een levende donor. Saillant detail: sociale status werd afgemeten aan huis- en autobezit; blijkbaar is het 'not done' naar inkomen te vragen. Over een verklaring konden de onderzoekers slechts speculeren. Een andere groep die het slechter deed was die van de alleenstaanden (inclusief hen die verweduwd of gescheiden waren). Hier kan wellicht als verklaring worden aangedragen dat zij geen partner hebben die mogelijk in een donornier kan voorzien.

In Nederland is de situatie vergelijkbaar, zo blijkt uit een onderzoek uit 2012, dat in het Engelse artikel ook wordt aangehaald. Beide artikelen roepen op om tijdig(er) voorlichting te geven aan de groepen die slechter toegang hebben tot transplantaties van levende donoren, zodat er meer levende donoren worden gevonden, en er gelijkere kansen ontstaan voor nierpatiënten die wachten op een donornier.

sterren Gepubliceerd: donderdag 14-09-2017
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties




Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden.

Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig. Maar wie een verminderde afweer heeft, bijvoorbeeld door de medicatie die transplantatiepatiënten gebruiken, kan er wel heel ziek van worden. Er zijn verschillende vormen van het virus: sommige komen alleen bij mensen voor, maar andere types circuleren ook onder wilde en gedomesticeerde dieren. De idee is dat mensen vooral besmet raken via varkens, of door (onvoldoende verhitte) varkenslever te eten. Maar Rotterdamse onderzoekers dachten dat er mogelijk nog een andere besmettingsweg is, omdat er zo veel mensen zijn die ooit besmet raken. Terwijl het virus niet makkelijk van mens tot mens wordt overgedragen.

Ze hebben, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit, het bloed van honden, katten en paarden onderzocht. Daaruit blijkt dat 15 tot 20% van deze huisdieren antistoffen tegen het virus in het bloed heeft, en dus ooit besmet is geweest. Waarschijnlijk doordat er varkenslever verwerkt is in het voer.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »

Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona »

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'.

Lees meer »


Minder kans op levende nierdonor bij lagere sociaal-economische status





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier