Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

'Meer en betere beeldvorming nodig bij niertransplantaties'

Door Gerard Kok 

Artsen van het Universitair Medisch Centrum Groningen vinden dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van scans voorafgaand aan en na afloop van een niertransplantatie, omdat heldere richtlijnen ontbreken hoe deze scans moeten worden geïnterpreteerd. Richtlijnen ontbreken omdat er onvoldoende onderzoek wordt gedaan naar moderne beeldvormende technieken, waarop de richtlijnen kunnen worden gebaseerd.

Bij moderne beeldvormende technieken ('imaging techniques', of 'imaging' op z'n Engels) valt te denken aan echo, MRI (Magnetic Resonance Imaging), Computertomografie ('CT-scan'; met behulp van een computer een driedimensionaal beeld maken), en 'Nucleaire Geneeskunde' (waarbij radioactieve materialen worden gebruikt om een beeld te vormen van een orgaan). Omtrent een niertransplantatie kunnen al deze technieken op verschillende manieren worden toegepast, maar de diverse richtlijnen die vaak bij niertransplantaties worden gebruikt (bijvoorbeeld de richtlijnen van de ERBP, of de KDIGO richtlijnen) zeggen te weinig over wat de uitkomst van een scan zou betekenen voor een transplantatie, of de periode erna.

Volgens de auteurs van het onderzoeksartikel is dit het gevolg van het ontbreken van gedegen onderzoek naar deze technieken bij niertransplantaties. De artsen staven hun bewering dat er weinig onderzoek wordt gedaan door te tellen hoeveel artikelen er tussen 1996 en 2016 zijn geschreven over het gebruik van beeldvormende technieken bij niertransplantaties, en ook hoe vaak deze artikelen werden geciteerd. Zowel het aantal artikelen als het aantal citaties waren relatief laag.

Het ontbreken van de richtlijnen is des te jammer, omdat er wél vraag naar is. Met betere richtlijnen is het mogelijk beter te bepalen hoe de donornier er aan toe is en afstoting te herkennen, en betere beoordeling betekent dat er meer nierpatiënten een donornier zouden kunnen ontvangen. Dat is van belang, omdat er nu al te weinig donornieren zijn, en de vraag naar donornieren de komende jaren waarschijnlijk gaat stijgen. Volgens de auteurs moet begonnen worden met meer onderzoek naar het gebruik van moderne beeldvormende technieken voor en na een niertransplantatie, om zodoende een wetenschappelijk basis voor richtlijnen te ontwikkelen. Om dat doel te bereiken is het wel noodzakelijk dat er meer geld stroomt naar dit type onderzoek.

sterren Gepubliceerd: donderdag 29-03-2018
Bron: European Radiology | Nog geen reacties




Amerikaanse onderzoekers leiden afweer ontvanger om de tuin

Ontvangers van donororganen moeten de rest van hun leven medicijnen slikken die hun immuunsysteem onderdrukken, omdat het lichaamsvreemde orgaan anders wordt afgestoten. Het langdurig onderdrukken van het immuunsysteem brengt echter wel een verhoogd risico op infecties en sommige vormen van kanker met zich mee, en daarnaast slaagt het immuunsysteem er na verloop van jaren vaak toch in om het donororgaan af te stoten. Een methode om het immuunsysteem het nieuwe orgaan te laten accepteren als lichaamseigen zou dus een ideale oplossing vormen. Amerikaanse onderzoekers zijn wellicht zo'n methode op het spoor.

Lees meer »

Leuvense test toont afstoting door antilichamen aan zonder biopt »

Onderzoekers uit Leuven en enkele andere Europese centra hebben een manier gevonden om afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antistoffen een rol spelen, te herkennen zonder dat er een biopt genomen hoeft te worden. De methode is nog niet zo ver ontwikkeld dat die direct in de praktijk ingezet kan worden. Afstoting van een getransplanteerde nier kan op verschillende manieren plaatsvinden: langs een weg waarbij de T-cellen betrokken zijn (cellulaire afstoting), of door antilichamen.

Lees meer »

Botmetabolisme blijft ook na transplantatie vaak afwijkend »

Op het eerste gezicht zijn botten de meest stabiele onderdelen van je lichaam, maar zelfs botweefsel wordt eens in de zoveel tijd vervangen. Bij gezonde volwassenen wordt sponsachtig botweefsel eens per drie jaar vervangen, en compact bot eens per tien jaar. Bij patiënten met nierschade verloopt dit proces, 'botremodellering', slechter.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier