Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Liever niet-matchende levende nier, dan gokken op postmortaal

Door Merel Dercksen 

Nierpatiënten die antilichamen tegen hun levende donor hebben, kunnen beter toch kiezen voor de incompatibele transplantatie met de bijbehorende behandeling, dan op de wachtlijst blijven staan en maar afwachten of er nog een goed passende nier komt. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek in 22 transplantatiecentra.

Nierpatiënten die zelf een levende donor hebben, hopen natuurlijk dat ze een match vormen. Maar dat is helaas niet altijd het geval. Sommige patiënten hebben antilichamen in hun bloed tegen weefselkenmerken van de donor. Zomaar transplanteren kan dan niet, dan wordt de nier afgestoten. Koppels kunnen dan aan een cross-overprogramma meedoen maar daarnaast (in Nederland: daarna), is er ook de mogelijkheid om de patiënt geschikt te maken voor een incompatibele transplantatie.

Voor deze ingreep moet het bloed van de patiënt eerst ontdaan worden van de antilichamen. Dit is een zware behandeling en de ontvanger moet meer medicatie gebruiken dan bij een passende nier. Daar komt bij dat een dergelijke nier, ondanks de behandeling, het vaak minder lang uithoudt dan een nier die wel goed past. De vraag is dan: probeer je dit, met een verhoogd risico dat de nier afgestoten wordt, of wacht je op een postmortale nier met een goede match, waarvan je niet weet of die komt?

In de Verenigde Staten is hier recent uitgebreid onderzoek naar gedaan: in 22 centra. Voor in totaal 1025 nierpatiënten die een nier hadden ontvangen van een levende, niet matchende (HLA-incompatibel) donor, hebben de onderzoekers twee controlegroepen samengesteld. In de ene groep stonden de patiënten op de wachtlijst en kregen ze tijdens de onderzoeksperiode misschien een nier van een overleden donor, maar misschien ook niet. Zoals het in werkelijkheid gaat. De patiënten in de andere groep ondergingen geen transplantatie.

Uit de resultaten blijkt dat een levende nier die niet goed matcht, gemiddeld betere uitkomsten oplevert dan niet getransplanteerd worden, wat ook wel verwacht werd. Maar de patiënt is gemiddeld ook iets beter af dan degenen die de gok nemen op een nier van een overleden donor, die misschien niet komt. Een jaar na transplantatie is het verschil nog niet zo groot, maar na drie, vijf en acht jaar is het duidelijk zichtbaar. Waarbij vooral de overlevingskansen van degenen die zeker niet getransplanteerd worden, flink achteruitgaan.

De conclusie van deze studie is dat nierpatiënten beter een transplantatie kunnen ondergaan met een nier van een niet-matchende, want HLA-incompatibele, donor, dan te wachten op een nier van een overleden donor. Hierbij moeten we er wel rekening mee houden dat in de groep patiënten die misschien wel, misschien niet getransplanteerd werd, het percentage getransplanteerden afhankelijk is van de jaarlijks beschikbare postmortale nieren. In de Verenigde Staten krijgt jaarlijks ongeveer 10% van de patiënten op de wachtlijst een postmortale nier. 

sterren Gepubliceerd: maandag 04-04-2016
Bron: New England Journal of Medicine | Nog geen reacties




Amerikaanse onderzoekers leiden afweer ontvanger om de tuin

Ontvangers van donororganen moeten de rest van hun leven medicijnen slikken die hun immuunsysteem onderdrukken, omdat het lichaamsvreemde orgaan anders wordt afgestoten. Het langdurig onderdrukken van het immuunsysteem brengt echter wel een verhoogd risico op infecties en sommige vormen van kanker met zich mee, en daarnaast slaagt het immuunsysteem er na verloop van jaren vaak toch in om het donororgaan af te stoten. Een methode om het immuunsysteem het nieuwe orgaan te laten accepteren als lichaamseigen zou dus een ideale oplossing vormen. Amerikaanse onderzoekers zijn wellicht zo'n methode op het spoor.

Lees meer »

Leuvense test toont afstoting door antilichamen aan zonder biopt »

Onderzoekers uit Leuven en enkele andere Europese centra hebben een manier gevonden om afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antistoffen een rol spelen, te herkennen zonder dat er een biopt genomen hoeft te worden. De methode is nog niet zo ver ontwikkeld dat die direct in de praktijk ingezet kan worden. Afstoting van een getransplanteerde nier kan op verschillende manieren plaatsvinden: langs een weg waarbij de T-cellen betrokken zijn (cellulaire afstoting), of door antilichamen.

Lees meer »

Botmetabolisme blijft ook na transplantatie vaak afwijkend »

Op het eerste gezicht zijn botten de meest stabiele onderdelen van je lichaam, maar zelfs botweefsel wordt eens in de zoveel tijd vervangen. Bij gezonde volwassenen wordt sponsachtig botweefsel eens per drie jaar vervangen, en compact bot eens per tien jaar. Bij patiënten met nierschade verloopt dit proces, 'botremodellering', slechter.

Lees meer »


Liever niet-matchende levende nier, dan gokken op postmortaal





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier