Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Kan ik nog weg?

Door Brenda de Coninck 

DEEL 12 - Hij heeft mijn feuilleton gelezen en weet dat het over hem gaat. Slik. En nu is hij van plan te komen. Slik. Kan ik nog weg? ;-) Maar eerlijk is eerlijk: ik ben benieuwd hoe hij gaat reageren. In gedachten zie ik de deur opengaan: hij loopt in een witte jas langzaam op mijn bed af, zijn gezicht staat op onweer. Ik krijg toch wel een beetje zweethandjes.

Ik lig opnieuw voor een nierfunctieonderzoek in het ziekenhuis waar ik alweer twee jaar onder behandeling ben. Het is deze keer niet zo druk op de kleine afdeling als ik binnenkom. 'Mijn' stoel bij het raam staat klaar. Ik word aangesloten op een infuus en in de andere holte van mijn arm installeert de verpleegkundige een kraantje, waaruit gedurende de ochtend vijf keer een aantal buisjes bloed wordt getapt. Ik drink met een rietje omdat ik mijn beide armen niet goed meer kan buigen. Ach, wat geeft het. Ik word afgeleid door een goed boek en bij tijd en wijle door mijn man. Na 26 jaar kan hij mij nog steeds laten schateren.

Hij komt binnen zonder jas en loopt eerst even het kantoor van de verpleegkundigen binnen. En dan is het moment daar: hij loopt naar mij toe en steekt zijn hand uit. Die voelt stevig aan. Hij lacht en geeft mij een kaart met daarop een grote taart. Rechts bovenaan hangt een groene ballon met '50' erop. 'Alvast hartelijk gefeliciteerd met uw verjaardag,' begint hij vrolijk. Achterop de kaart staan vijf met de hand geschreven voornamen van zowel hem als drie co-assistenten en Margreet. Met een brede grijns en twinkelende ogen neemt hij plaats aan het voeteneinde van mijn stoel. 'Zo,' zegt hij. Ja, denk ik: dat heb je heel mooi aangepakt.

'Ze vond het wel een beetje eng vanmorgen om hier naartoe te komen,' begint mijn man. 'Echt waar?' reageert hij verbaasd. 'Ja,' geef ik toe. 'Ik zag u al briesend in een witte jas binnenkomen.' Hij lacht. 'Ach,' schudt hij met z’n hoofd: 'Als u mij zou kennen, dan zou u weten dat ik niet zo ben.' Nee, denk ik: de mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest.

'Tja,' zeg ik, om toch even terug te komen op mijn vorige feuilleton. 'Ik ben gevraagd door NierNieuws om mijn belevenissen in de gezondheidszorg op te schrijven en dat kan wat mij betreft alleen als je schrijft vanuit je hart.' Hij knikt. 'En ik vond het toch wel bijzonder dat ik u in de afgelopen twee jaar nog niet in de spreekkamer ben tegengekomen.' Hij knikt weer. 'Ik heb trouwens nóg iets ontdekt. Ik hoorde net van uw assistent dat u mij helemaal niet gaat opereren, mocht dat ervan komen: nefrologen opereren niet.' 'Nee,' beaamt hij. 'Dat is zo.' En hij vertelt uitgebreid over de taken van een nefroloog, wanneer onze paden elkaar zullen kruisen en over het bemoedigende onderzoek naar Tolvaptan. Daarnaast beantwoordt hij rustig mijn vragen. Na tien minuten nemen we hartelijk afscheid en loopt hij nog even naar mijn buurvrouw.

Het gordijn tussen haar en mij is dichtgetrokken. Hoewel mijn man ondertussen tegen mij praat, hoor ik dat mijn buurvrouw volschiet en begint te huilen. Ik hoor flarden van zijn antwoord. Zijn toon is bemoedigend en begrijpend. Hij prijst haar voor het feit dat ze aan dit onderzoek meedoet, ook al is een deel van haar familie het daar niet mee eens en worden de banden daardoor losser dan ze zou willen. 'Ja', zegt hij aan het einde van het gesprek. 'Wanneer kom je uit de kast met het feit dat je ziek bent? Hoe vertel je dat? En aan wie? Want niet iedereen kan dat aan.' En ik denk aan mijn dochters die voor hetzelfde dilemma staan. Hoe vertel je aan een potentiële geliefde dat je een nierziekte hebt en op welk moment? Zeg je het tegen de hypotheekverstrekker? Aan je werkgever? Tijdens een sollicitatie? Mag een werkgever eigenlijk wel naar je gezondheid vragen?

Als het gesprek ten einde loopt en zijn voetstappen al richting de deur gaan, wordt het gordijn tussen mijn buurvrouw en mij plotseling teruggeschoven en kijkt hij mij aan. 'Kijk, dat lijkt mij nou een mooi onderwerp voor uw blaadje.' En weg is 'ie. Ik vind de ogen van mijn man en we knikken naar elkaar. We spreken het niet uit, maar voelen hetzelfde: ik heb het getroffen met dit team, met dit ziekenhuis.

En daar wil ik best mee uit de kast komen Smile

sterren Gepubliceerd: vrijdag 03-05-2013 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Dietske van der Brugge, Almere
    03-05-2013 14:53

    Mooi verhaal, goed geschreven, en idd alle lof voor de empathie die het team en vooral deze arts toont. Toch wringt er iets.
    Dat zo'n gordijn een farce is, is natuurlijk geen nieuws. En zeker als iemand achter zo'n gordijn zijn hart uitstort en emotioneel wordt, is het moeilijk (zo niet onmogelijk) om je als 'buur' te onttrekken aan wat daar gebeurt en eigenlijk niet voor jouw oren bestemd is. In die zin is de situatie die je schetst óók een aantasting van jouw privacy. En die van de arts, die toch ook een andere setting verdient om een vertrouwensband met zijn patiënt inhoud te geven.
    Kennelijk is iedereen er al zó aan gewend geraakt, dat jullie allemaal het ongemak al voorbij zijn, dat de arts er blindelings op 'vertrouwt' dat je meegeluisterd hebt. En dat het verhaal vervolgens ook publiek gemaakt wordt, zij het anoniem. Dat vind ik pijnlijk.
    Ik ben het er trouwens zeer mee eens dat de impact van een erfelijke ziekte een belangrijk onderwerp is!




Schiet mij maar lek

'Ben je niet bang Brenda?' Zijn vraag verrast mij. 'Bang? Waarvoor?' 'Nou, dat ik nu zo dicht bij mensen kom en dan eventueel iets mee naar huis neem.' Ik val even stil. Aan de andere kant van de lijn hoor ik het geruis van het asfalt duidelijker, nu hij even niets zegt. 'Tja… je doet wat je kunt, toch? Anderhalve meter buiten de auto, mondkapjes op in de auto, na de sessies alles laten doorluchten en desinfecteren. Wat kun je nog meer doen?' Ik kijk vanuit ons kantoor naar buiten en zie de takken en bladeren van de bomen zachtjes heen en weer wuiven. 'Misschien kun je als je thuiskomt even gaan douchen en je kleren buiten laten luchten? En ach, iemand met corona kan net zo goed langs mij heen lopen in de supermarkt en dan loop ik hetzelfde risico. Je weet hoe sommige mensen zijn tegenwoordig. En je moet toch weer een keer aan het werk.'

Het is een vreemde gewaarwording als we begin maart onze deuren moeten sluiten om corona het hoofd te bieden. Met zoveel tijd over, besluiten we lang uitgestelde klussen op te pakken, waaronder rommel opruimen. 'Ik kan de schuur bijna niet meer in. Als ik iets wil pakken, moet ik hem helemaal verbouwen' klaagt mijn man.

Lees meer »

Het kan altijd erger »

'Wat gaan we doen?' De ochtendzon gluurt langs de zijkant van de gordijnen en verlicht de slaapkamer een beetje. Mijn man zucht. 'Tja' begint hij: 'anderhalve meter afstand houden lukt niet in de auto. Dat betekent dat ik moet stoppen met de traumabegeleidingen.' Ik draai mijn hoofd terug en staar naar de vensterbank. 'Dat heeft nogal wat consequenties' zeg ik somber. Hij knikt. 'Ik krijg nu al afmeldingen en verzoeken om begeleidingen tijdelijk te stoppen.' Ik zucht.

Lees meer »

K(r)ater »

Hé, wat is dat nou? Ik wrijf met mijn vinger wat foundation over mijn linker neusvleugel. In de spiegel zie ik een holletje in mijn huid waar de foundation niet in glijdt. Als ik er nog een keer overheen ga, is het weg. Ik besteed er verder geen aandacht aan. Tot de volgende dag, als het patroon zich herhaalt. Dan bekijk ik de plek heel precies. Vreemd, denk ik. Volgens mij is dit niet goed.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier