Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Inspirerende dag over therapietrouw

Door Renate van der Werf 

Wat een inspirerende dag hebben de Nierstichting en de Nierpatiënten Vereniging Nederland georganiseerd, zoals elk jaar onder de noemer 'Samen Sterk'. Zorgverleners en onderzoekers hebben gesproken over hoe belangrijk therapietrouw is en hoe het gestimuleerd kan worden. Het grootste deel van het publiek bestond uit mensen met chronische nierproblemen of die een niertransplantatie hebben ondergaan.

Op deze dag is gekozen voor het onderwerp 'therapietrouw', omdat 50-75% van de patiënten, ongeveer zes maanden na de start van de behandeling, in meer of mindere mate therapieontrouw is. Deze cijfers zijn zorgelijk, want door therapieontrouw is het effect van de behandeling niet optimaal en de gevolgen kunnen ernstig zijn. Uit onderzoek is gebleken dat er verschillende redenen voor therapieontrouw zijn:

  • Het is een grote hoeveelheid aan medicijnen, die ingenomen moet worden;
  • De medicatie wordt vergeten;
  • De medicatie wordt bewust niet ingenomen, omdat men zich beter voelt;
  • De medicatie wordt gezien als vergif;
  • De tekst op het etiket van de medicatie is onduidelijk;
  • De patiënt voelt zich om verschillende redenen niet serieus genomen door de zorgverlener.

Volgens prof.dr.ir. Liset van Dijk, programmaleider van het NIVEL en bijzonder hoogleraar Pharmacy Health Services Research betekent therapietrouw het volgende: 'Therapietrouw is het zelfstandig en blijvend volgen van de behandeling, die samen met de arts is overeengekomen. Tijdens de behandeling kunnen afspraken gezamenlijk gewijzigd worden. Verondersteld wordt dat een verminderde therapietrouw kan leiden tot een verhoogd risico op ziekte, sterfte en hogere kosten.' Therapietrouw is relevant stelt Liset van Dijk, omdat ongeplande ziekenhuisopnames hiermee verminderd kunnen worden. Ook gaat de gezondheid door therapieontrouw sneller achteruit en 55% van de vermijdbare kosten komt door het niet trouw innemen van medicatie.

Therapietrouw kan bevorderd worden door:

  • Zelfrapportage (patiënten ontvangen formulieren met vragen);
  • Gegevens vanuit de apotheek (hoe vaak is de medicatie opgehaald);
  • Pilcount (samen met de arts, in combinatie met gegevens van de apotheek, wordt er bekeken hoeveel medicijnen er uitgegeven zijn en daadwerkelijk gebruikt);
  • De arts vraagt aan de patiënt of hij/zij therapietrouw is.

Heel opvallend is gebleken dat therapietrouw aanzienlijk stijgt als de arts samen met de patiënt afspraken maakt over de behandeling en als de arts luistert naar indirecte signalen van de patiënt. Blijkbaar is het voor een patiënt essentieel dat de arts 'patiëntgerichte' communicatie gebruikt. Deze affectieve manier van communicatie is belangrijk, omdat er beter geluisterd wordt naar de behoeften van de patiënt en begrip wordt getoond. Hierdoor beklijft de rest van de (praktische) informatie ook beter.

Maar wat kun je doen als patiënt om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid medicatie wordt teruggedrongen waardoor de kans op therapieontrouw wordt verkleind? Volgens dr. Kwok Wai Mui, nefroloog in het ziekenhuis St Jansdal, kan de inname van fosfaatbinders verminderd worden door een door hem mede doorontwikkelde game. Met deze game kunnen nierpatiënten hun kennis over voeding testen en dus bewustere keuzes maken als het gaat om het eten van zout, eiwitten en fosfaat.

Het is Mui ook gelukt om de resultaten van het spel zichtbaar te maken in het elektronisch patiëntendossier van de patiënt. Hierdoor kan de arts of de diëtist zien wat de patiënt wel of niet begrijpt over voeding en waar de eventuele hiaten in kennis zitten. Via deze weg kan de zorgverlener voorlichting-op-maat geven. Onderzoek heeft laten zien dat gebruik van de game leidt tot betere kennis én tot betere bloeduitslagen. 

sterren Gepubliceerd: zaterdag 25-01-2020 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Carlo Meijering, Purmerend
    03-02-2020 11:25

    Therapietrouw?
    Ik begrijp niet dat getransplanteerden zoals ik, niet dagelijks zijn/haar medicatie inneemt. Is het belang van het innemen niet nadrukkelijk genoeg benoemd na de transplantatie? Zo van: U zit de rest van U leven vast aan deze medicatie. 3 dagen medicatie niet innemen leidt tot afstoten nier.
    Ik weet niet beter dan 2 keer per dag medicatiemoment. Ik heb alarm op mijn telefoon staan. Ik maak hier een dagmoment van.
    Vriendelijke groeten
    Carlo Meijering




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij »

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling. Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier