Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Ik ben toch geen auto

Door Brenda de Coninck 

DEEL 11 - Over een paar weken word ik vijftig. VIJFTIG. Als ik het in mijn hoofd herhaal, kan ik het bijna niet geloven. Het beeld van mezelf in de spiegel komt niet overeen met de voorstelling die ik in mijn jeugd had van een vijftigjarige. Ik voel mezelf nog niet oud of op m’n retour. Maar als ik foto’s van mezelf zie, kan ik er toch niet meer omheen: mijn lichaam is langzaam aan het veranderen. En heeft wat meer onderhoud nodig.

Mijn contacten met artsen wordt daardoor noodgedwongen opgeschroefd. En daar ben ik om verschillende redenen niet blij mee. Ik blijf het moeilijk vinden, dat gedoe met (huis)artsen. Ik kan over het algemeen aardig goed inschatten wanneer het tijd wordt om een arts te raadplegen, maar het blijft een fijne lijn waarover ik loop. Ik wil aan de ene kant niet te laat zijn met reageren als er iets met mijn lichaam aan de hand is, maar aan de andere kant ook niet zo vaak aan de bel trekken dat ik als een lastige patiënt te boek kom te staan.  

Maar niet alleen daarom denk ik goed na over het moment waarop ik contact opneem met een arts. Als ik naar buiten staar en nadenk waar hem dat nou in zit, voel ik meteen wat ik vaak voel als ik in een spreekkamer tegenover een arts plaatsneem: hiërarchie. Hoe mentaal weerbaar ik ook ben, negen van de tien keer voel ik een onzichtbare koude mistlaag tussen mij en de persoon aan de overkant van de tafel. En daar heb ik een grondige hekel aan.

Ik heb er al van alles aan gedaan om de in mijn ogen vaak wat afstandelijke relatie met een arts een beetje warmte in te blazen. Zo keek een nefroloog mij eens stomverbaasd aan toen ik bij het binnenkomen in haar spreekkamer vroeg hoe het met haar ging. ‘Dat heeft nou nog nooit een patiënt aan mij gevraagd.’ Ik heb uiteindelijk een fijne band met haar kunnen opbouwen, waarin we elkaar via de mail bij de voornaam noemden. Dat maakte het contact met haar voor mij heel prettig. Zonder dat gedoe met achternamen en titulaturen werd de essentie van ons contact er één van gelijkwaardigheid. Ik had bij haar het gevoel dat ik iets kwam halen wat zij leverde. Haar behandeling en mijn verwachtingen daarover waren bespreekbaar. Ze nam de tijd om die op elkaar af te stemmen. Dat aspect van ons contact mis ik.

De arts die mij nu alweer twee jaar behandelt, heb ik nog maar één keer gezien tijdens een besloten bijeenkomst. Ik schudde hem de hand en wisselde een paar woorden met hem - hij leek mij aardig. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. En ik vraag mij af: ben ik nou de enige die dat gek vindt? Dat een relatie tussen een arts en patiënt vergelijkbaar lijkt aan die van een auto met een monteur van een garage? Want eerlijk gezegd voelt dat voor mij tot nu toe zo. Ik ben weliswaar blij dat ik mij op de achtergrond ‘bewaakt’ weet door een gerespecteerd en deskundig vakman, maar aan de andere kant mis ik wel degelijk iets. Ik ben nou eenmaal geen auto.

Er zal een moment komen waarop ik gedwongen word mijn leven in zijn handen te leggen en daarvoor heb ik meer nodig dan een cognitief weten dat hij weet wat hij doet. Dan wil ik hem volledig kunnen vertrouwen. Als de zenuwen me op de operatiekamer door de keel gieren, wacht ik op een blik van verstandhouding, van geruststelling, van bemoediging. Pas als hij en ik elkaar begrijpen, ben ik er klaar voor. Dan tel ik zonder angst af van 10 naar 1.

Maar eerst maar eens kennismaken. 

sterren Gepubliceerd: woensdag 03-04-2013 | Reacties (8)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck
    11-04-2013 18:11

    Dag allemaal,

    Bedankt dank voor zoveel betrokken reacties. Ik kan jullie vertellen dat ik vandaag mijn nefroloog heb ontmoet! :-) Ik kom daar in mijn volgende feuilleton op terug.

    Hartelijke groet,
    Brenda de Coninck

  • Jessica salih , Almere
    11-04-2013 12:28

    Hoi Brenda,

    Je zou je kunnen afvragen wie deze koude mistlaag veroorzaakt. Is dat de arts die jou serieus neemt, tijd voor je maakt en die je vertrouwt ? Of is het de arts die je maar 1 keer hebt gezien, wellicht uit de hoogte doet, eigenlijk geen tijd voor je heeft en je misschien niet eens serieus neemt? Beide artsen hebben het ongetwijfeld druk en zeker geen kennisgebrek, maar waarom dan toch dit verschil? Of is voor sommigen het vak van een arts niet leuk meer? Is het voor hun " mistig" geworden? Laat jij hier in ieder geval nooit de dupe van zijn en zoek een arts bij wie jij je goed voelt!

  • Jan Mucha, Hoensbroek
    05-04-2013 17:02

    Brenda waarom zou je niet een andere nefroloog of nefrologe kiezen? Desnoods ga je naar een ander ziekenhuis. Jij hebt de keuze!
    Uiteindelijk ben ik er van overtuigd dat je een arts vindt die jou wel serieus neemt en waarbij je je op ge gemak voelt en waarmee je alles kunt bespreken.
    Blijf positief en succes bij het vinden van de juiste arts.

  • Nanny , Taradeau
    05-04-2013 11:46

    Als ik dit lees kan ik er niet omheen: wat boffen wij met onze artsen in Frankrijk. En we hebben er al heel wat gezien. Het kan best wel, menselijkheid, aandacht, tijd voor de patient. Fransen zijn zeer goed op de hoogte van ziektes/gezondheid en 'eisen' ook een luisterend oor en adequate behandeling. Maar als patient moet je je natuurlijk wel opstellen als vrager, de arts heeft ervoor gestudeerd dus weet toch meer dan jij. Maar jij kent/voelt jouw lichaam en moet jouw probleem dus goed overbrengen. Dan ontstaat een samenspel, een band om het euvel samen aan te pakken. Ik ga ook niet naar de garage om de monteur te vertellen hoe hij mijn auto weer aan de praat moet krijgen. Ik vertel mijn probleem, hij, specialist, handelt. Zo is het nu eenmaal.
    Wij zijn blij dat, als Ad in het ziekenhuis ligt, een toevallig passerende 'bekende' specialist, niet zijn behandelend arts!, spontaan binnenwipt en vraagt wat er aan de hand is en zelfs hoe het met zijn echtgenote gaat!!
    Nanny

  • Bart, urmond
    05-04-2013 09:25

    Brenda,

    Wat heb je dit treffend omschreven.
    HEt gelijkwaardige contact tussen arts en patient is ook waar ik steeds naar zoek (en gelukkig bij mijn nefroloog gevonden heb).
    Nu is het voor mij betrekkelijk makkelijk. Ik werk in het ziekenhuis waar ik behandeld wordt en ken mijn arts dus ook vanuit mijn werk.
    Dat maakt de afstand heel klein. Ze weet dat ik ook mijn dossier kan lezen en overlegt samen met mij wat we gaan doen.
    Onlangs ben ik (helaas niet succesvol) getransplanteerd en was dus overgeleverd aan een mij onbekend ziekenhuis en mij onbekende artsen.
    Helaas lukte het daar veel minder tot een gelijkwaardg contact te komen.
    Blijkbaar vinden veel artsen het nog steeds lastig als een patient zelf medisch goed onderlegd is en informatie wenst die de gemiddelde patient niet wenst.
    Uiteindelijk in een evaluatie gesprek ver na mijn opname heb ik dat gevoel alsnog wel gekregen, maar artsen zouden mijns inziens best wat meer naar de persoon kunnen kijken.

  • Brenda de Coninck
    04-04-2013 17:41

    Dag Marjolein,

    Hartelijk dank voor je reactie. En ook voor die van jou Jan. Ik ga er tot nu toe maar vanuit dat deze arts het zó druk heeft, en dat mijn conditie nog niet zo slecht is, dat hij daarom besloten heeft mij nog niet te zien. Ik word tot nu toe meestal ontvangen door de onderzoeksverpleegkundige en die contacten ervaar ik altijd als zeer prettig. Maar toch: ik had na twee jaar eens een keer gehoopt hem te ontmoeten...

  • Marjolein Bos, Amstelveen
    04-04-2013 16:34

    Brenda, m'n complimenten dat heb je treffend beschreven maar ik ben er van overtuigd dat dit fenomeen ook te maken heeft met het karakter van de arts. Mijn zoon is vanaf z'n 1ste jaar ziek (hij is nu 25) dus er zijn heel wat artsen aan ons voorbij gegaan. Een aantal meelevend en meedenkend en een enkele uit de hoogte. Helaas is er in de gezondheidszorg ook weinig tijd om rustig met elkaar van gedachten te wisselen. Ik hoop dat je op het moment dat het er echt toe doet een arts treft waar je je goed bij voelt!

  • Jan Mucha, Hoensbroek
    03-04-2013 13:27

    Het is wel jouw lichaam waarover beslist wordt door een arts. Als jij niet voor jezelf opkomt kunnen er dingen beslist worden waar je het niet mee eens bent. Neem bijvoorbeeld de medicijnen die je voorgeschreven krijgt. Je leest de bijsluiter en dan wil je daar over spreken met de arts. Je kent de reacties wel. er zal nooit sprake zijn van gelijkwaardigheid tussen arts en patiënt. Vele artsen beschouwen zichzelf nog steeds als de specialist , zij zijn deskundig en denken te weten wat het beste voor jou is.
    In veel gevallen word je niet serieus genomen, worden beslissingen onnodig lang uitgesteld. Uiteindelijk zit je dan in de spreekkamer en zit je tegen een computerscherm aan te kijken en is er nauwelijks sprake van communicatie of het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Wil je al weten wat er over jou in een medisch dossier door die deskundige wordt geschreven dan moet je copieën opvragen en meteen een medisch woordenboek aanschaffen anders begrijp je er nog niet al te veel van.




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier