Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Ierse gastvrijheid

Door Brenda de Coninck 

‘Daisy en July komen vrijdag bij ons eten. Zij zijn heel goed voor ons geweest door ons zó welkom te heten toen we met Sander en Patrick in Ierland op vakantie waren. Daarom wil ik graag wat terugdoen. Wat zullen we maken? Wacht, ik weet het al: laten we bakplaten. Dat doen ze in Ierland niet. Lijkt me leuk om ze daar kennis mee te laten maken. Het is bovendien makkelijk, gezond en iedereen kan pakken wat ie wil.’ ‘Klinkt goed’ zegt mijn man. ‘Als het mooi weer is, kunnen we misschien eerst even een stukje varen.’ ‘Ja leuk! Ik heb er nu al zin in.’

Als onze gasten vrijdag aanbellen, heeft Daisy een prachtige bos bloemen bij zich. ‘You shouldn’t have done that’ zeg ik overbodig. Na 12 welkomstzoenen leiden we Daisy, July, Sander en Patrick naar de tuin waar de sloep klaarligt. Met een drankje en Hollandse bitterballen gaan we lekker een uur het water op. Teruggekomen zetten we op de verlengde tafel witte schaaltjes neer die we in de voormiddag al hebben gevuld met groenten, fruit, vlees en vis. Zelfgemaakte sausjes, stokbrood en frietjes maken het diner compleet.

Het is een heerlijke zwoele avond. De ramen en tuindeur staan open en op de achtergrond klinkt zachte loungemuziek. De bakplaat blijkt een belevenis voor onze Ierse gasten. Maar dan slaat de stemming om. Rond 23:00 uur ontvangt Daisy een alarmerend telefoontje uit Dublin. De moeder van Patrick en Daisy werd voor Daisy’s vertrek naar Nederland in het ziekenhuis opgenomen met longproblemen - Daisy is al jaren haar mantelzorger. Haar zus heeft dit weekend deze taak van haar overgenomen en vertelt dat hun moeder in het ziekenhuis is gevallen en verward lijkt. ‘I’m sorry’ zegt ze bedrukt als ze zenuwachtig aan tafel zit en meerdere keren terugbelt om te overleggen. ‘No problem’ zeg ik oprecht. We kunnen ons allemaal voorstellen dat ze zich ongerust maakt, vooral omdat Ierland nu toch ineens veel verder weg voelt dan het op de kaart lijkt.

Als ze meermalen hoort dat haar moeder in orde is (‘Heus, ze slaapt en de artsen zeggen dat alles okay is’), neemt het gesprek plotseling een andere wending. ‘Patrick vertelde mij over jouw nierziekte. Hoe gaat het met je?’ Ik ben heel even van slag. Er zijn van die avonden/momenten dat ‘ziek zijn’ voor mij niet bestaat, dat ik het gewoon vergeet. En het voelt een beetje ongemakkelijk om het over mij te hebben, terwijl haar moeder zo ziek is, alsof het perspectief daardoor verandert.

‘Je zou niet zeggen dat je een nierziekte hebt. Ik merk helemaal niets aan je. Je oogt zo gezond en vrolijk’ begint ze een beetje verbaasd. Ze kijkt naar July die tegenover haar zit en instemmend knikt. Ik besluit luchtig te reageren. ‘Mijn nierfunctie is de laatste tijd gestegen naar 18 %. Dus het gaat eigenlijk heel erg goed met mij. Ik voel mij prima. Mijn nefroloog heeft gezegd dat artsen wel vaker zien dat een nierfunctie voor een langere tijd stabiel blijft. Misschien duurt het nóg wel twee jaar voordat ik getransplanteerd word. Wie weet. En hoe langer het duurt, des te beter het is.’ Ik vertel ook over de cross-over transplantatielijst waarvoor ik nog ‘te goed’ ben. ‘Heb je dan een donor?’ vraagt Daisy. ‘Dat ben ik’ zegt mijn man. ‘Brenda heeft door twee keizersnedes bloed-bloedcontact gehad met één van de kinderen en daardoor indirect antistoffen tegen mij opgebouwd. Daarom kan ik haar mijn nier niet geven en gaan we aan het cross-overtraject meedoen.’

‘Ik zou je zó een nier geven’, zeg Daisy plotseling en kijkt mij aan. ‘Really, I mean it.’ Ik zit perplex naast haar. ‘Weet je dat wel zeker?’ zeg ik. ‘Het is een hele operatie hoor, daar moet je je niet in vergissen.’ ‘Ach, daar denk ik gewoon niet aan. Je kunt toch met één nier verder leven?’ ‘Dat klopt’ zeg ik. Judy zit aan de overkant en valt haar bij. ‘Zou ik ook doen’ zegt ze tussen neus en lippen door. Mijn mond valt open.

Achter Daisy zit Patrick. Van alle mensen die mij in het verleden een nier hebben aangeboden, is hij de enige die dat heeft volgehouden (los van Stacey, die een hele goede poging heeft gedaan ). Anderen hebben in de loop der tijd hun belofte om moverende redenen ingetrokken. ‘Ik heb het ook al vaker aangeboden’ zegt hij half tegen zijn zus en half tegen mij. ‘Ik weet het Patrick’, zeg ik ontroerd. ‘Maar ik hoop dat ik het je nooit hoef te vragen.’ ‘Heb je liever een anonieme donor?’ vraagt Daisy. ‘Ja’ zeg ik hartgrondig. ‘Waarom dan?’ is haar wedervraag. ‘Omdat ik mij heel schuldig zou voelen als het om de één of andere reden niet zou lukken. Als ik de nier zou afstoten bijvoorbeeld. Dat zou ik zó erg vinden. Daar heb ik minder moeite mee als ik de donor niet ken. Misschien gek, maar zo werkt het voor mij.’

De avond eindigt om 02:30 uur - het is lang geleden dat wij het zo laat hebben gemaakt. Ter afsluiting draaien we het oer-Hollandse ‘Het is tijd, de hoogste tijd’ en lopen met André Hazes in ons kielzog naar de voordeur, waar we hartelijk afscheid nemen.

‘Het is toch wat’ zeg ik tegen mijn man, ‘dat aanbod van Daisy. Ze zou het nog doen ook. Zag je hoe ze naar mij keek toen ze het zei?’ ‘Ja’ zegt mijn eega, terwijl we de keuken opruimen. ‘Prachtige mensen.’

‘Nou en of’ zeg ik zacht. ‘Irish hospitality to the max.’

sterren Gepubliceerd: zaterdag 30-07-2016 | Nog geen reacties




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


Ierse gastvrijheid





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier