Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

HLA-match belangrijker dan mismatch voor slagen transplantatie

Door Gerard Kok 

Voor een succesvolle niertransplantatie is het gewenst dat het donororgaan en de ontvanger goed bij elkaar passen. Eén van de onderdelen die bij voorkeur goed moeten passen is het HLA-systeem. Bij een slecht passend HLA-systeem zal het afweersysteem van de ontvanger de donornier sneller als indringer zien. Recent Amerikaans onderzoek laat nu zien dat het belangrijker is te zoeken naar overeenkomsten tussen het HLA-systeem van donor en ontvanger, dan naar verschillen. De overeenkomsten zeggen namelijk meer over het risico op afstoting.

Het Humaan leukocytenantigeen (Human Leukocyte Antigen, HLA) systeem bestaat uit eiwitten die zich aan de oppervlakte van alle cellen (behalve rode bloedcellen) bevinden, en die het immuunsysteem reguleren. Er bestaan veel verschillende soorten HLA eiwitten, onderverdeeld in een aantal klassen: HLA-A, -B, -C, -DRB1 en -DRQ1. Iedereen heeft twee eiwitten in elk van deze klassen; één geërfd van je moeder, en één van je vader; dus 10 HLA-eiwitten in totaal. Bij een transplantatie wil je het liefst dat zo veel mogelijk van deze eiwitten tussen donor en ontvanger overeenkomen. Bij mensen die niet verwant zijn is de kans nogal klein dat er een exacte overeenkomst is, een perfecte match.

Het Amerikaanse onderzoek bekeek alle niertransplantatie die tussen 1995 en 2012 in de Verenigde Staten waren gedaan. Ze bepaalden voor elke transplantatie hoeveel HLA-eiwitten er overeen kwamen (een 'match'), en hoeveel er niet overeen kwamen (een 'mismatch'). Het aantal matches en aantal mismatches zijn omgekeerd gecorreleerd, met andere woorden als het aantal matches hoog is, dan is het aantal mismatches laag, en omgekeerd.

De onderzoekers vonden uiteindelijk dat het aantal matches beter voorspelde of het donororgaan zou worden afgestoten dan dat het aantal mismatches dat deed. Het lijkt dus belangrijker om bij niertransplantaties te kijken naar het aantal HLA-matches, in plaats van naar het aantal HLA-mismatches. Er zijn echter ook nog andere overwegingen te maken of een donornier past (leeftijd en conditie van de donor, bloedgroep); HLA-matching is slechts één van deze overwegingen. Dat neemt niet weg dat de mate van matching ook gevolgen heeft voor de behandeling na de transplantatie: als een donornier geen perfecte HLA-match is, weten artsen dat ze na de transplantatie mogelijk meer medicijnen moeten geven.

sterren Gepubliceerd: donderdag 12-10-2017
Bron: Kidney International | Nog geen reacties




Amerikaanse onderzoekers leiden afweer ontvanger om de tuin

Ontvangers van donororganen moeten de rest van hun leven medicijnen slikken die hun immuunsysteem onderdrukken, omdat het lichaamsvreemde orgaan anders wordt afgestoten. Het langdurig onderdrukken van het immuunsysteem brengt echter wel een verhoogd risico op infecties en sommige vormen van kanker met zich mee, en daarnaast slaagt het immuunsysteem er na verloop van jaren vaak toch in om het donororgaan af te stoten. Een methode om het immuunsysteem het nieuwe orgaan te laten accepteren als lichaamseigen zou dus een ideale oplossing vormen. Amerikaanse onderzoekers zijn wellicht zo'n methode op het spoor.

Lees meer »

Leuvense test toont afstoting door antilichamen aan zonder biopt »

Onderzoekers uit Leuven en enkele andere Europese centra hebben een manier gevonden om afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antistoffen een rol spelen, te herkennen zonder dat er een biopt genomen hoeft te worden. De methode is nog niet zo ver ontwikkeld dat die direct in de praktijk ingezet kan worden. Afstoting van een getransplanteerde nier kan op verschillende manieren plaatsvinden: langs een weg waarbij de T-cellen betrokken zijn (cellulaire afstoting), of door antilichamen.

Lees meer »

Botmetabolisme blijft ook na transplantatie vaak afwijkend »

Op het eerste gezicht zijn botten de meest stabiele onderdelen van je lichaam, maar zelfs botweefsel wordt eens in de zoveel tijd vervangen. Bij gezonde volwassenen wordt sponsachtig botweefsel eens per drie jaar vervangen, en compact bot eens per tien jaar. Bij patiënten met nierschade verloopt dit proces, 'botremodellering', slechter.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier